Chemelot pluist 630 stoffen uit voor nieuwe watervergunning

“Je kijkt echt met een vergrootglas naar details in je proces, want het gaat om stoffen op ppb-niveaus”, vertelt Lodewijk Liebrecht, chief operations officer van chemiebedrijf AnQore dat gespecialiseerd is in acrylonitril, grondstof voor verschillende kunststoffen en koolstofvezel. “Regelmatig is het flink puzzelen. Niet voor alle stoffen is een analysetechniek beschikbaar voor deze lage concentraties. Het team dat we samenstelden is meer dan een jaar bezig geweest met onderzoek, en nog moet er veel werk worden verzet. Het is echt een niet te onderschatten klus.”


  • De methodiek voor aanvraag van een watervergunning is gewijzigd
  • Voor elke geloosde stof moet het effect op ecologie en drinkwaterwinning worden bepaald
  • Chemelot doorliep als eerste het nieuwe watervergunningstraject

Waar voorheen een productgroep of een groep van stoffen in een watervergunning werd benoemd, moet voortaan elke stof die wordt geloosd geïdentificeerd worden en de zogeheten ABM-toets (Algemene BeoordelingsMethodiek) doorlopen. Roel Kwanten, coördinator opkomende stoffen en waterkwaliteit bij Rijkswaterstaat (RWS) Zuid-Nederland: “In het vergunningstraject draait het allereerst om het vermijden van productie van risicovolle stoffen en het voorkomen van lozing. Vervolgens wordt gekeken naar de best beschikbare techniek (BBT) voor zuivering uit afvalwater. Tot slot volgt voor elke stof een ABM-toets en immissietoets. Die vertellen of de geloosde hoeveelheid een gezondheids- of milieurisico oplevert.”

Concreet betekent het voor elk bedrijf dat afvalwater loost: een serie analyses van alle ‘piekjes’ in het afvalwater en een zoektocht naar informatie over de effecten van al deze bekende en soms onbekende stoffen. Gevolgd door een check of de concentratie in het oppervlaktewater onder de geldende norm blijft. “Maar voor lang niet alle stoffen bestaat een norm”, waarschuwt Liebrecht van AnQore. In dat geval moet het bedrijf zelf een indicatieve norm afleiden en ter goedkeuring voorleggen aan een klankbordgroep van het RIVM. Kwanten (RWS): “De immissietoets is vaak een theoretische berekening. Maar wij doen ook daadwerkelijk metingen ter plekke. De handhaving wordt intensiever, zeker op problematische locaties. We gaan gericht meten en opsporen.” De werving van extra mankracht voor vergunningverlening en handhaving is al gestart bij RWS.

Mosselmonitoren

Van de bedrijven die werken met stoffen van de ZZS-lijst (zeer zorgwekkende stoffen) wordt in de komende drie jaar beoordeeld of ze een aanvraag voor een nieuwe watervergunning moeten indienen. Daarna volgen alle andere bedrijven in Nederland. Als allereerste is Sitech Services in een pilotproject de nieuwe vergunningsprocedure gestart voor Chemelot. Sitech runt de afvalwaterzuivering van het industrieterrein bij Geleen in opdracht van de 54 daar gevestigde bedrijven, waaronder AnQore. Het afvalwater van Chemelot wordt na zuivering geloosd op een zijtak van de Ur, een beek die uitmondt in de Grensmaas. Dat is Natura2000-gebied en de rivier vormt de bron van drinkwater voor vier miljoen Nederlanders.

In 2015 ging het mis. Mossels in mosselmonitoren benedenstrooms van Chemelot sloten massaal hun schelpen voor een nog onbekende stof. Een speurtocht van waterinstanties leidde naar de afvalwaterzuivering van Sitech waar na een herstart van een AnQore-fabriek pyrazool door de afvalwaterzuivering bleek te glippen. Maandenlang gold er een innamestop voor de bereiding van drinkwater. Dat nu juist Chemelot bij het pilotproject is betrokken is dus niet geheel toevallig. Liebrecht: “Sinds de pyrazool-affaire zijn we extra alert en ons ook heel bewust van wat de buitenwereld van ons verwacht. Schoon water is belangrijk voor ons allemaal, mens en ook dier, daar willen we heel zorgvuldig in zijn.”

 

"Het vergt tijd, energie en doorzettingsvermogen om alles in kaart te brengen."

 

Het groeiende probleem van nieuwe, zogeheten opkomende stoffen die tot een aantal innamestops hebben geleid heeft Nederland “wakker geschud”, volgens Kwanten. De aanleiding was de pyrazool-affaire in combinatie met andere incidenten zoals melamine-vervuiling en pfas. RWS is daarop een onderzoek gestart naar watervergunningen: in een pilotstudie zijn 66 van de circa 200 vergunningen doorgenomen. Conclusie was dat er geen acuut gevaar dreigt, maar dat bij driekwart actualisatie van de vergunning nodig is. Bij een kwart daarvan is dat urgent omdat er risicovolle stoffen in het spel zijn. Om de ‘opkomende’ stoffen goed in beeld te krijgen, moet elke stof nu individueel worden getoetst.

Externe specialisten

In totaal moesten 630 verschillende stoffen worden uitgeplozen voor heel Chemelot, vertelt Hans Geijselaers, manager Afvalwaterzuivering bij Sitech Services en coördinator van het vergunningstraject. Ook hij noemt het project “een enorme klus”. Lastig ook omdat voor nogal wat stoffen, ook in het REACH-dossier, summiere informatie beschikbaar is over de effecten op waterkwaliteit. En voor bijna twee derde van de stoffen bleek geen officiële norm te bestaan. “We hebben daarom ook de hulp van externe specialisten moeten inhuren.”

Sitech hield een aantal stoffen over die niet voldoen aan de imissietoets (imissie is de belasting op de woon- en leefomgeving): “We hoeven niet direct een fabriek te sluiten of processen te stoppen”, aldus Geijselaers. “Onze berekeningen zijn conservatief. Bij daadwerkelijke meting van het effluent (gezuiverd afvalwater dat de rioolwaterzuiveringsinstallatie verlaat – red.) vinden we vaak veel lagere waarden. Onze inschatting is dat slechts enkele stoffen in de vergunningsaanvraag misschien niet voldoen. Daar kan dus aanpassing nodig zijn.” Of AnQore in actie moet komen is nog te vroeg om te zeggen, aldus Liebrecht. “Maar we hebben sowieso nog wat huiswerk te doen. Er zijn namelijk stoffen bij waarvan het gebruik moet worden geminimaliseerd. Daar zoeken we al langer naar andere mogelijkheden, dat zijn we ook verplicht. Ook zijn er een paar stoffen opgedoken die preciezer moeten worden bekeken: hoeveel zit er nu precies in het effluent en wat is de norm?”

Europa-breed

In december kreeg Sitech Services van het Waterschap Limburg de nieuwe waterwetvergunning voor de lozing van afvalwater van het Chemelot-terrein. De looptijd is 7 jaar. “In de nieuwe methodiek wordt de lozer aan het werk gezet om helder en precies informatie te delen. Dat principe juich ik zeer toe”, vertelt Harrie Timmer, senior beleidsmedewerker Bronnen & Kwaliteit van Vewin, de vereniging van drinkwaterbedrijven. “Nu is het voor ons vaak zoeken naar de speld in de hooiberg wanneer er een nieuwe stof opduikt. Wat is het? En is het gevaarlijk? Soms duurt het maanden voor we eruit zijn; maar dat lukt uiteindelijk altijd.” Timmer ziet graag meer transparantie, bijvoorbeeld via een openbaar register per stroomgebied van alle geloosde stoffen en een toetsing voor elke stof vóórdat er mag worden geloosd. Hij toont zich een voorzichtig optimist: “De nieuwe procedures moeten nog allemaal gaan lopen en het liefst zou ik dit natuurlijk Europa-breed zien gebeuren. Voor onze drinkwaterbereiding is een lozing in Zwitserland of Duitsland namelijk net zo relevant als hier ‘om de hoek’.”

De vele uren die in de vergunningaanvraag zijn gaat zitten heeft Chemelot zeker wat opgeleverd, vindt Geijselaers: “We weten nu met meer dan 98 procent precisie wat hier in het effluent zit, wat er uit elk van de 54 fabrieken stroomt en door de diverse rioolbuizen. We hebben vijf verschillende technieken in huis voor effluentbewaking, en er wordt op vijf verschillende plekken gemeten, ook vóór de waterzuivering. Is er een afwijking, dan gaan direct alarmbellen af en start de zoektocht naar bron en oorzaak. We zijn echt in control, en dat is weer een prima uitgangspunt om lozingen verder te reduceren.”

 

"Vraag is op enig moment: is verdere meting nog zinvol of zit je in de ruis te meten."

 

Nieuw evenwicht

Wat heeft het AnQore gebracht? Liebrecht: “Voor ons is het belangrijk om te weten of we dicht bij een limiet zitten ja of nee, ook richting de toekomst. Maar echt nieuwe inzichten in het proces, nee. Het gaat om ppb-niveaus, echt hele lage concentraties. Analysetechnieken worden natuurlijk steeds gedetailleerder en nauwkeuriger. Vraag is op enig moment: is verdere meting nog zinvol of zit je in de ruis te meten. Vallend blad levert bijvoorbeeld ook ‘piekjes’ op. Daar zullen we als industrie en maatschappij de komende jaren een nieuw evenwicht in moeten zien te bereiken.”

Hebben de ervaringsdeskundigen nog tips voor al die bedrijven die de komende jaren starten met een aanvraag voor een nieuwe watervergunning? Liebrecht: “Onderschat het vooral niet. Het vergt tijd, energie en doorzettingsvermogen om alles in kaart te brengen. Je hebt dus goede, creatief denkende mensen nodig en ook de juiste externe specialisten.” Geijselaers: “In ons traject zijn het waterschap en drinkwaterbedrijf vroeg betrokken. Dat was leerzaam. Je krijgt de probleemstoffen scherper in beeld.”


Tips van Sitech Services en AnQore

  1. Onderschat de hoeveelheid uitzoekwerk niet
  2. Stel een gespecialiseerd projectteam samen
  3. Betrek het waterschap en drinkwaterbedrijf
  4. Investeer in goede analysesystemen
  5. Raadpleeg externe experts