’Omwenteling nodig in chemische industrie’

 

 

Bron: De Telegraaf
Tekst: Gert van Harskamp

 

Bernard Wientjes (75) is nu exact drie dagen voorzitter van VNCI, de organisatie van chemiebedrijven. Hij is de eerste voorzitter van buiten de chemiesector in het 100-jarig bestaan van VNCI, maar het is niet voor niets dat de chemische industrie met de voormalig voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW een echte polderkoning heeft binnengehaald.

 

"Er moet echt nog heel veel gebeuren”, zegt Emre Kaya, directeur van Organik Kimya Nederland tegen Wientjes, als de kersverse VNCI-voorzitter zijn eerste werkbezoek aflegt aan de fabriek in de Rotterdamse Botlek van de Turkse producent van polymeer emulsie, een stof die ervoor zorgt dat verf aan de muur blijft kleven en plakband plakt. "Onze grootste uitdaging is op dit moment de arbeidsmarkt. We moeten voldoende mensen binnen zien te krijgen en talenten voor het bedrijf weten te behouden.”

Organik Kimya is met 85 mensen een echt midden- en kleinbedrijf, maar een belangrijke toeleverancier van onder meer grote verfproducenten en ook de textiel- en leerindustrie. Het wensenlijstje van Kaya is nog veel langer dan alleen goede arbeidskrachten. "Nederland moet met het klimaatakkoord en flexibilisering van de arbeidsmarkt zorgen dat het niet de concurrentiepositie verliest aan bijvoorbeeld Polen. En er moeten natuurlijk veel meer vrouwen in de chemische industrie werken.”

Wientjes luistert aandachtig naar de opmerkingen van Kaya en knikt hevig bevestigend als hij in overall en helm een rondleiding door de fabriek krijgt. "De chemie is natuurlijk veel te masculien”, zegt hij. "De ceo’s zijn allen mannen, maar ook in de productie zelf werken nauwelijks vrouwen, terwijl dit natuurlijk helemaal geen zwaar of vies werk is. Via scholen moeten we heel hard aan het imago gaan werken.”

De voormalig werkgeversvoorman is duidelijk in zijn nopjes met zijn rol als nieuwe VNCI-voorzitter, waarin hij een sector vertegenwoordigd die goed is voor 18% van de Nederlandse export en ruim 10% van de Nederlandse economie. "Ik heb mezelf ook afgevraagd: waar begin ik nog aan op mijn 75e, maar ik ben nog fit en ik vind het fantastisch als ik op zo’n fabriek loop. Ik ben zelf van nature ondernemer.”

Zijn leeftijd is geen belemmering, het is juist een pre dat hij zo diep geworteld is in de polder, want de chemiebedrijven hebben een duidelijke taak meegegeven: een goede professionele relatie met overheid en alle belanghebbenden, van bedrijfsleven tot milieuclubs. Volgens de sector past een onafhankelijk voorzitter beter bij de maatregelen die moeten worden genomen.

"Ik denk dat ik zowel de samenleving als de sector zelf een spiegel kan voorhouden”, zegt Wientjes. "De chemie heeft misschien moeite om vol zelfvertrouwen over zichzelf te praten, zijn toch bèta-mannetjes."

Feit is dat er al voor het einde van het jaar een klimaatakkoord moet liggen, waarin een belangrijke rol is weggelegd voor de Nederlandse chemie. Wientjes: "De Nederlandse chemie is al buitengewoon schoon. We moeten onszelf dus niet uit de markt prijzen. Maar voor een goed akkoord hebben we de chemische sector wel nodig. Daarna komt de enerigetransitie. Veel chemische bedrijven zijn nu afhankelijk van gas.”