De eiwittransitie: Avebe ziet vraag naar aardappeleiwit groeien

Het label ‘aardappelzetmeelconcern’ gaat voor Royal Avebe al lang niet meer op. De anderhalf procent eiwit in de aardappel speelt naast zetmeel al jaren een gedeelde hoofdrol. Mede door de vegan-trend neemt het belang van plantaardig eiwit voor humane voeding sterk toe.

Tekst: Leendert van der Ent

CM Audio

Liever luisteren naar een CM-artikel? Dat kan via ons Spotify-kanaal.


De eiwittransitie? Daar had in 2007 nog niemand van gehoord. In dat jaar presenteerde Avebe onder de noemer Solanic een nieuwe fabriek in Gasselternijveen voor de productie van aardappeleiwit voor humane consumptie. Al tientallen jaren eerder was de coöperatie vanuit milieuoogpunt begonnen met het coaguleren (uitvlokken) van eiwitten uit de aardappelsapstroom. Er werden en worden diervoeders van gemaakt.

 

“Na haver- en amandelmelk zal nu ook aardappelmelk zijn intrede doen.”

 

“Vergelijk het met ei-eiwit”, zegt technology officer Product & Applications Marc Laus. “Als je dat kookt, kun je er daarna als functioneel ingrediënt niet veel meer mee. Bij Solanic gaat het om natief – in de plant voorkomend – eiwit. Het proces zorgt ervoor dat we dit eiwit, dat is opgelost in water, koud ontsluiten en snel verwijderen uit de het aardappelsap zonder dat het coaguleert. Het eiwit behoudt hierdoor zijn functionaliteit en leent zich daardoor voor schuimen, geleren, stabiliseren en emulgeren. Dat geeft het een veel hogere toegevoegde waarde. In een wetenschappelijke publicatie in 2020 hebben we bovendien aangetoond dat aardappeleiwit het enige plantaardige eiwit is dat qua verteerbaarheid één op één overeenkomt met dierlijk eiwit”, aldus Laus.

Populariteit

Zowel de veelzijdige gebruiksmogelijkheden als de gunstige verhoudingen aan aminozuren dragen bij tot een groeiende populariteit van het eiwit. Daarnaast begint de duurzaamheid van plantaardig eiwit mee te wegen. Wat Solanic ook in de kaart speelt is het besef dat negen miljard mensen voeden met dierlijk eiwit onmogelijk is. De markt voor vleesvervangers groeit dan ook sneller dan Avebe Solanic kan aanbieden.

“We hebben de afgelopen jaren elke twee jaar de productiecapaciteit voor Solanic-eiwit uitgebreid”, vertelt Laus. “Zo schuiven we de balans steeds verder op van ‘feed’ naar de toegevoegde waarde van ‘food’. In het begin dachten we: iedereen komt langs. Maar helaas... pas toen we zelf de eindapplicaties voor klanten ontwikkelden konden we hen overtuigen. Dat is nu wel veranderd. We bedenken en maken nog steeds nieuwe applicaties. Daardoor nemen de toepassingsmogelijkheden van Solanic-producten toe.”

Snoep

Om een vleesvervanger te maken begin je met getextureerde eiwitbronnen zoals soja of lupine, legt Laus uit. “Daarnaast heb je een eiwit nodig om er de juiste structuur aan te geven, om het er te laten uitzien en zich te laten gedragen als vlees. Dat doet Solanic. Er zijn maar weinig andere eiwitproducten waarmee dat kan. Daarnaast zorgt het voor schuim in onder andere snoep en is het in combinatie met ons zetmeel een vegan gelatinevervanger.”

Het aantal toepassingen groeit snel. Na de hamburgers en worstjes aan het vleesvervanger-front volgden stukjes en reepjes. Nu is de technologie dankzij grote onderzoeksinspanningen rijp aan het worden voor de zogeheten ‘whole muscle’-vleesvervangers, zoals ‘filets’, moten ‘vis’ en ‘biefstuk’. Dankzij een uitgekiend samenspel tussen eiwit, olie, vocht en zetmeel.

“Na haver- en amandelmelk zal nu ook aardappelmelk zijn intrede doen.”

 

Voor producten die al langer bestonden voor toepassing in kaas en zuivel is ‘plant based’ nu een zelfstandig verkoopargument geworden. Laus: “Dat geeft ruimte voor verbreding van het applicatieportfolio richting kaasanaloge producten zoals plantaardige feta, mozzarella, yoghurt smeerkaas en ijs. Na haver- en amandelmelk zal nu ook aardappelmelk zijn intrede doen. Eigenlijk heel logisch, want melkeiwit en aardappeleiwit lijken verrassend veel op elkaar.”

Energie

Ondanks de stormachtige ontwikkelingen aan het Solanic-front is de productie van diervoeder-eiwit nog altijd aanzienlijk. Dat maakt procesoptimalisatie de moeite waard. De afgelopen jaren is daarom met een DEI-subsidie het DUurzaam Concentreren van Aardappelsap met Membranen (DUCAM) doorgevoerd bij feed – en parallel ook bij food. Director Energy Transition & Utilities Erik Koops legt uit: “Het gaat om het winnen van een klein percentage eiwit uit veel water. Bij feed gebeurde dat door het sap aan de kook te brengen. Je kunt het vast geworden eiwit er vervolgens makkelijk uit afscheiden. Door eerst met membraantechnologie de sapstroom te concentreren, kunnen we vijftig procent energie besparen op het coagulatie-proces en het daarop volgende indamp-proces.”

Voor de zetmeel- en eiwitfabriek in Ter Apelkanaal als geheel betekent het een energiebesparing van vijfentwintig procent. Avebe heeft hiermee de energiebesparingsopgave vanuit het MEE-addendum ruimschoots gerealiseerd.

Zouten

Waarom dat niet eerder is gedaan? “Het idee is niet zo moeilijk te bedenken”, zegt Koops, “maar de uitvoering is lastig. De vervuiling van de membranen en de afzetting van zouten daarop maken het in de praktijk erg moeilijk. Meer dan twintig jaar geleden hebben we dit ook al eens gedaan. De resultaten vielen toen tegen. Nu kunnen we een factor twee verder concentreren dan toen. En inmiddels kunnen we in de praktijk een effectief reinigingsregime aanhouden om de membranen schoon te houden. Het proces liet zich ook nu niet helemaal voorspellen vanuit lab-, demo- en pilot-schaal. Na opstart op operationele schaal bleek er toch een aanpassing van de reinigingsprocedure nodig.”

 

“We hebben de afgelopen jaren elke twee jaar de productiecapaciteit voor Solanic-eiwit uitgebreid.”

 

In het Solanic-proces gebruikt Avebe ook membraantechnologie. Laus: “Hier concentreren we de productstroom met ultrafiltratie, voorafgaand aan het sproeidrogen. Voordat we het restproduct indampen, concentreren we dat met omgekeerde osmose – mede dankzij een Drentse provinciale subsidie en de subsidie Versnelde klimaatinvesteringen in de industrie.”

Veldproeven

Met Agrifirm, Friesland Campina en Cosun vormt Avebe het coöperatieve fundament onder Fascinating. Dit programma verbindt bedrijven, kennisinstellingen en de samenleving. Het doel: toekomst voor de landbouw met gezonde voeding als resultaat. Onderdeel hiervan is een extra gewas als aanvullende bron van plantaardig eiwit. De coöperatieleden kunnen dit gaan telen om hun bedrijfsmodel robuuster te maken en de bodemgezondheid te verhogen. Er lopen daarvoor momenteel veldproeven met een aantal gewassen die plantaardige eiwitten opleveren.

De kennis voor de verwerking daarvan tot applicaties is binnen Fascinating ruimschoots aanwezig. Avebe weet hoe het verschillende plantaardige eiwitbronnen kan combineren tot een volwaardige vleesvervanger. Solanic vormde de inspiratie voor het hele project. Het geeft aan hoe een industrieel proces niet alleen zijn uitwerking kan hebben op de economie, maar ook op de natuur en de samenleving als geheel.

Nu de coöperaties binnen Fascinating meer dan ooit samenwerken, ontdekken ze verrassend veel raakvlakken. Daarbij gaat het allereerst om algemene doelen zoals verduurzaming, inspelen op de eiwittransitie en versterking van het inkomen van de boer. “Daarnaast zien we de raakvlakken ook in de processen”, zegt Koops. “Ga maar na: we zijn allemaal gewend te werken met een zeer natte processtroom, waaruit een laag percentage eiwit gewonnen moet worden. Voor-concentreren en droogtechnologieën spelen dus bij elk van ons een belangrijke rol. Het betekent dat we pre-competitief samen kunnen onderzoeken en de kosten kunnen delen.”   


Non-food

Behalve voor foodtoepassingen zijn de biopolymeren van Avebe ook in trek voor non-foodtoepassingen in de textiel, de papier- en de kleefstoffenindustrie en de bouwsector: duurzamere cement en beton, gips en tegellijm. Ook in bio-afbreekbare verpakkingen rukken deze biopolymeren op.