VGS-ALERT


Nederlandse invulling van het Europese ICE-systeem

De publiek-private samenwerking is bij incidenten met gevaarlijke stoffen van wezenlijk belang om incidenten snel en adequaat te bestrijden en om escalatie te voorkomen.

Het samenwerkingsprogramma Intervention in Chemical transport Emergencies, kortweg ICE, is opgezet door de Europese chemische industrie om publieke hulpverleners te helpen en ondersteunen bij incidenten bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. Europese landen werken hierbij onderling samen zodat er ook grensoverschrijdend assistentie kan worden verleend.

De chemische industrie vervoert stoffen van en naar productielocaties en opslaglocaties. Dit vervoer vindt plaats over de weg, het spoor en het water. De chemiebedrijven spannen zich tot het uiterste in om dit vervoer veilig en in overeenstemming met de relevante regelgeving en gedragscodes uit te voeren.

Vindt er, tijdens het transport, onverhoopt een incident plaats dan verstrekt de chemische industrie informatie, praktische hulp en, indien nodig en mogelijk, passende apparatuur aan de publieke hulpverleners (overheidsbrandweer). Het doel is om de eventuele nadelige gevolgen van een incident tot een minimum te beperken.

Incidenten

 

 

Nationaal ICE centrum
Het ICE-systeem is door Cefic begin jaren negentig opgezet. Nederland heeft zich in 1996 bij dit systeem aangesloten.

Ons nationale ICE-centrum, VGS-ALERT, wordt beheerd door Sitech in Geleen. Hier bevindt zich ook de meldkamer voor het chemische complex van Chemelot. De meldkamer is volledig geëquipeerd om 365 dagen per jaar en 24 uur per dag verbindingen te leggen tussen publieke hulpverleners en VNCI leden of buitenlandse chemische bedrijven met specifieke kennis en kunde op het gebied van bijna alle gevaarlijke stoffen. Het nationaal centrum werkt in het ICE verband nauw samen met het LIOGS (Landelijk Informatiepunt Ongevallen Gevaarlijke Stoffen).  Zij zijn vanuit de overheid de specialisten op het gebied van gevaarlijke stoffen en adviseren in eerste instantie de publieke hulpverleners. Hulpverzoeken dienen in principe ook via het LIOGS gesteld te worden aan VGS-ALERT.

VGS-ALERT heeft een internationale database tot haar beschikking met contactgegevens van - in ieder geval- alle VNCI leden. In deze database zijn bijna alle producerende chemiebedrijven in Europa opgenomen met daarbij ook de namen van de (zeer) gevaarlijke stoffen die zij produceren. De  hulpverleners kunnen op deze manier direct die bedrijven benaderen die de juiste expertise in huis hebben. De database heeft een ingang op basis van het zogenaamde VN- of UN-nummer. Dit is een uniek viercijferig nummer voor o.a. een groep van ruim 1000 stoffen die veel gebruikt worden; en ook nog voor circa 2000 groepen van stoffen met vergelijkbare eigenschappen.

 

 

Een verzoek van het LIOGS voor assistentie kan op verschillende niveaus plaatsvinden, namelijk :

  • Niveau 1 : Hierbij kan op basis van een productnaam van een chemische stof de Nederlandse producent benaderd worden voor telefonisch advies over het bestrijden van het incident.
  • Niveau 2 :  Voor sommige complexere incidenten kan het noodzakelijk zijn dat een specialist ter plaatste komt om de incidentsituatie te beoordelen en advies te geven.
  • Niveau 3 : voor de grotere en complexe incidenten kan het nodig zijn dat naast kennis over een stof ook materieel en middelen ter plaatsen nodig zijn. De meeste chemische bedrijven hebben specifiek materieel zoals pompen en slangen beschikbaar om bijvoorbeeld een stof over te pompen van een tankauto die gekanteld is in een andere tankauto. Ook beschikken zij vaak over speciaal blusschuim dat nodig kan zijn bij branden van gevaarlijke stoffen. Bij een grote brand kan ook een bedrijfsbrandweer ter plaatsen komen om assistentie te verlenen. Een groot aantal leden van de VNCI heeft namelijk een eigen bedrijfsbrandweer.

 

Lees meer:

Foto

Macco Korteweg Maris
Beleidsmedewerker (transport) veiligheid
06 - 516 299 98

Archief nieuwsberichten

Geen data beschikbaar

Geen data beschikbaar

Geen data beschikbaar