Energieconvenanten MJA3 en MEE


15 - 08 - 2017

Een permanente productiegroei van de chemische industrie heeft de afgelopen twintig jaar niet geleid tot toename van de CO2-uitstoot. De bedrijfstak verbeterde in die periode namelijk op spectaculaire wijze haar energie-efficiëntie. Dat gebeurde – en gebeurt – mede in het kader van meerjarenafspraken met de overheid.

Meerjarenafspraken (MJA's) zijn overeenkomsten tussen de ministeries van Economische Zaken en Infrastructuur & Milieu, het Interprovinciaal Overleg, VNG, brancheorganisaties (waaronder de VNCI) en bedrijven. Doel van de overeenkomsten is verbetering van een efficiënt gebruik van energie, ofwel energie-efficiëntie. Tijdens de eerste MJA, in de jaren 90, hebben de deelnemers op dat vlak een verbetering van maar liefst 25 procent geboekt. In de tweede generatie en de huidige MJA’s is niet alleen gekeken naar de energie-efficiëntie van de deelnemende bedrijven, maar ook naar zogenaamde keteneffecten. Het gaat dan om wat er aan energie kan worden bespaard door samenwerking in de gehele keten, dus van toeleverancier tot eindgebruiker.

Momenteel zijn er twee convenanten van kracht: het MJA3-convenant voor bedrijven die niet verplicht zijn aan de CO2-emissiehandel deel te nemen en het MEE-convenant voor bedrijven die daartoe wel verplicht zijn.

De VNCI is voorstander van de convenantaanpak: het zijn goed werkende instrumenten die tot uitstekende resultaten leiden. Het toevoegen van keteneffecten in de huidige afspraken ligt geheel in lijn met de wensen van de VNCI. Zij heeft ook met haar leden via de Routekaart Chemie 2030 inzichtelijk gemaakt hoe tot 2030 tot 40% broeikasgasreductie kan worden gerealiseerd. Naast energie-efficiëntie zijn er vijf andere oplossingsrichtingen geformuleerd waarlangs de chemie haar bijdrage kan leveren aan verduurzaming.

De VNCI zet zich namens haar leden in om de administratieve lasten van de MJA's zo werkbaar mogelijk te houden. Zo werd mede dankzij de VNCI een vereenvoudigde monitoring en rapportage van de resultaten overeengekomen die naar verwachting tot een  kostenbesparing van 10 miljoen euro voor de periode tussen 2011 en 2020 leidt.

De VNCI neemt deel aan het Europese SPiCE3-project. Via dit online platform stelt zij samen met andere Europese brancheorganisaties ervaringen en best practices beschikbaar voor leden.

Als deelnemer aan één van de energieconvenanten MJA3 of MEE hebben bedrijven voor de periode 2017-2020 een nieuw energie efficiëntieplan (EEP) op moeten stellen. Net als voorgaande periode wordt daarbij zowel naar efficiency mogelijkheden binnen het eigen proces gekeken als naar mogelijkheden om in de keten efficiency verbetering te realiseren. De projectideeën in ons inspiratiedocument als ondersteuning bij dat proces zijn de afgelopen periode reeds door andere bedrijven toegepast of dusdanig ver ontwikkeld dat ze wellicht ter inspiratie voor een EEP kunnen dienen.


Onderdeel van dossier(s):