18 - 11 - 2019

Over 10 jaar is al het asbest weg

Asbeter gelooft in oplossing

De start-up Asbeter, winnaar van de Rabo Duurzame Innovatieprijs, ontwikkelde het circulaire proces Asbetter Acids om asbest in dakplaten te vernietigen met restzuren uit de chemische industrie. Full scale installaties zijn gepland in de Botlek en nabij Chemiepark Delfzijl. Asbeter verwacht zo binnen 10 jaar het asbestprobleem in Nederland op te lossen. Tronox levert de restzuren.
 

Tekst: Adriaan van Hooijdonk
 

Nederland telt vele honderdduizenden daken waarin asbest is verwerkt. Blootstelling aan de vezels kan tot longkanker leiden. Daarom wil de overheid daarvan af. Vooralsnog gaan de platen naar de stort, maar daar komt – als het aan de start-up Asbeter uit Rotterdam ligt – een einde aan. Het bedrijf ontwikkelde het circulair proces Asbetter Acids om asbest te vernietigen met restzuren uit de chemische industrie. Het idee hiervoor ontstond in april 2017 na een congres in Rotterdam over het hergebruik van CO2 als grondstof. Pol Knops, tegenwoordig CTO van Asbeter, ontmoette daar Inez Postema, toenmalig adviseur duurzaamheid bij Deltalinqs Energy Forum en nu CEO van Asbeter. Ze raakten in gesprek over het mineralisatieproces dat Knops eerder ontwikkelde met zijn bedrijf Green Minerals. Hierbij gebruikte hij CO2 als reagent voor mineralen zoals olivijn. Knops noemde ook het minerale asbest als mogelijkheid. Door de lange reactietijd bleek echter dat CO2 niet geschikt was om asbest op industriële schaal te vernietigen.

Postema stelde daarom voor om in plaats van het zwakke zuur CO2 sterke restzuren, zoals zoutzuur en zwavelzuur, uit de chemische industrie te gebruiken. Chemiebedrijven die deze restzuren op het oppervlaktewater willen lozen, moeten deze eerst neutraliseren met kalk of natronloog. De productie en het vervoer daarvan zorgt voor een aanzienlijke CO2-uitstoot.
Deltalinqs, de ondernemersvereniging van de haven- en industriële bedrijven in Rotterdam, maakte het mogelijk om in 2017 met steun van de provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam, een pre-haalbaarheidsstudie uit te voeren om met industriële restzuren het minerale asbest te vernietigen en daarbij een haalbare businesscase neer te zetten.  “In het lab hadden we al snel bewezen dat het proces werkt”, zegt Postema. “Maar wat nu? Gezien de maatschappelijke impact van deze oplossing durfde ik het een half jaar later aan om samen met Pol de start-up Asbeter te beginnen.”


Optimaal circulair

Asbeter opende in november 2018 in Plant One Rotterdam een pilotinstallatie met een capaciteit van 200 liter voor de verwerking van de asbest dakplaten. Die bevatten zo’n 10 procent asbest en 90 procent cement. Een pers duwt deze platen door een matrijs zodat er kleine blokjes overblijven. Vervolgens maalt een molen de blokjes fijn, waarna drie processtappen met de restzuren plaatsvinden om het asbest te vernietigen. Na iedere processtap volgt een filtratiestap. Het gevormde brijnwater wordt gedeeltelijk gebruikt om gips te maken. Aan het eind van het proces blijft daarnaast zout water en silica over. De betonindustrie kan deze silica toepassen als toeslagstof in beton. De zuren worden eveneens deels teruggewonnen. Asbeter is inmiddels in gesprek met Kiwa over de certificering van de toeslagstof, zodat de betonindustrie deze kan toepassen.
Asbeter is momenteel bezig met het opschalingsproces. Hiervoor heeft de start-up 1 miljoen cofinanciering weten te krijgen van deelnemende bedrijven, EFRO/Kansen voor West, het ministerie van Economische Zaken en de gemeente Rotterdam. Daarnaast won Asbeter eind september 2019 de Rabo Duurzame Innovatieprijs in de categorie Circulaire Economie, goed voor een cheque van 20.000 euro voor onderzoek naar andere asbesttypen en -vormen.

 

De ambitie van Inez Postema en Pol Knops reikt verder dan Nederland.

 

 

 

 

 

 

 

Twee plants

Asbeter ziet in Nederland kansen voor twee plants op industriële schaal: in de Botlek en nabij het Chemiepark Delfzijl. De plannen voor de Botlek zijn het verst uitgewerkt. Op het terrein van Neele-Vat Logistics, naast Tronox, komt een plant met een capaciteit van 50.000 ton per jaar om de asbest dakplaten te verwerken. “De vergunningprocedure is in gang gezet. Zo hebben we een bouwvergunning aangevraagd en is de milieu-effectrapportage gestart”, vertelt Knops. “Wij hopen dat het gebouw er eind 2020 staat, zodat we in 2021 met de productie kunnen starten. Doel is om de productie snel op te schalen van 8000 ton naar 50.000 ton in 2022.” De full scale installaties moeten dicht bij de leveranciers van de zuren liggen om de businesscase sluitend te krijgen. Vervoer van de zuren is namelijk kostbaar. Daarom komen er pijpleidingen van de omliggende chemiebedrijven naar de plant. De restzuren komen in de Botlek van de nabijgelegen titaandioxideproducent Tronox en molybdeenproducent Climax Molybdenum. Daarnaast koopt Asbeter extra zoutzuur in bij chloorproducent Nouryon. Voor de plant nabij het Chemiepark Delfzijl is pvc-producent Lubrizol geïnteresseerd om de reststromen aan te leveren.
Rest de vraag: bieden de twee fabrieken voldoende capaciteit om het asbestprobleem in Nederland op te lossen? Postema denkt van wel. “Wanneer de twee plants operationeel zijn, kunnen we jaarlijks 100.000 ton asbestplaten verwerken. Ook is er jaarlijks 500.000 ton restzuur beschikbaar in de Botlek en Delfzijl. Gezien de hoeveelheid asbest dakplaten in Nederland kunnen we het probleem binnen 10 jaar oplossen.” De ambities van Asbeter reiken verder dan Nederland. Zo wil de start-up tussen 2021 en 2025 de vleugels in Europa uitslaan door de technologie te leveren aan klanten die full scale installaties bouwen in Engeland, België, Duitsland en Frankrijk.

Het circulaire proces van Asbeter.

 


Tronox: levering restzuren scheelt CO2-uitstoot

Tronox Pigments (Holland) in de Botlek is de enige producent van titaandioxide (TiO2)in Nederland. Het bedrijf verkoopt de TiO2 aan de verf-, coating-, plastic- en papierindustrie. 2 jaar geleden werd Tronox door Postema benaderd met de vraag of het restzuren voor het Asbeter-proces kon leveren. Daar had het bedrijf wel oren naar. “Wij hebben jaarlijks 40.000 ton zoutzuur en 2500 ton zwavelzuur als reststroom beschikbaar”, vertelt Dimitri Quist, environmental advisor van Tronox. “Momenteel neutraliseren wij deze reststromen met kalk voor wij het op de Nieuwe Waterweg lozen. Een paar keer per week komt hiervoor een vrachtwagen met kalk uit België.” Binnen het productieproces scheidt Tronox een gedeelte van de kalk af om het opnieuw in de plant te gebruiken, maar een deel loost het bedrijf op de Nieuwe Waterweg.

De inzet van de restzuren bij Asbeter heeft meerdere voordelen voor Tronox. “Wanneer de full scale installatie van Asbeter operationeel is, hoeven wij niet meer de neutralisatiestap uit te voeren en ook geen kalk meer in te kopen. Dat scheelt jaarlijks circa 1 miljoen euro. Bovendien reduceren wij hiermee onze CO2-voetafdruk in de keten. De productie en het vervoer van kalk zorgen immers voor een aanzienlijke CO2-uitstoot.” Adviesbureau CE Delft berekende voor Asbeter hoeveel CO2-uitstoot de start-up in Nederland vermijdt: 50.000 ton op jaarbasis voor een plant die 50.000 ton asbest dakplaten verwerkt.
 



Uitstel verbod asbestdaken gunstig voor Asbeter

Het kabinetsvoorstel om asbestdaken per eind 2024 te verbieden is van de baan. Een meerderheid van de Eerste Kamer verwierp het voorstel in juni 2019. Ze vreesden dat het onbetaalbaar en onuitvoerbaar wordt voor mensen om zo snel hun dak te laten vervangen en vroegen om een beter uitgewerkt voorstel. Voor Asbeter is het uitstel geen onoverkomelijke zaak, stelt Postema. “Wij zijn nog druk bezig om de full scale plants te realiseren. En hebben nu meer tijd om met de verwerking te beginnen. Maar met de hoge stikstofdepositie ontstaat wel meer risico voor de burgers, want deze verzuring zorgt ervoor dat er eerder asbestvezels van de daken vrijkomen. Voor de asbestsector is het uitstel ook niet positief. Bedrijven zien dat hun werknemers overstappen naar andere sectoren door de slechte vooruitzichten. Ze vrezen dat er straks niet genoeg deskundige mensen zijn om de asbestplaten te verwijderen.”

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft volgens Postema een notitie klaarliggen om het stortverbod van asbest dakplaten te activeren. “Wanneer de full scale plants operationeel zijn, mogen de asbestverwerkers de dakplaten niet meer storten. Ze moeten dan voor verwerking bij de klanten van Asbeter kiezen. Ons proces is dan een zogeheten best beschikbare techniek.” Asbeter werkt met een partij aan de ontwikkeling van een kunststof box om het te storten verpakkingsplastic helemaal te vermijden en de asbestplaten eenvoudig en veilig naar de plants te vervoeren. “Met een statiegeldsysteem kunnen de logistiek dienstverleners en saneerders de box vaker gebruiken. Ook kunnen we bij de fabriek de box weer veilig schoonmaken in een wasstraat en zo gereed maken voor hergebruik.”


Lees meer over dit onderwerp via de tag(s):
Duurzame inzetbaarheid

Onderdeel van dossier(s):