20 - 09 - 2019

Marco Mensink: ‘Dit is het begin van een dialoog’

Cefic presenteert ambitieuze 'European way' voor chemie in EU

 

Met de presentatie van zijn Mid-Century Vision ‘Molecule Managers’ lanceert de Europese chemiekoepel Cefic een dialoog over de toekomst van de chemische industrie en de rol van de sector in de opbouw van een welvarend en duurzamer Europa in 2050. “We staan aan de vooravond van enorm veel kansen”, zegt Marco Mensink, directeur-generaal van Cefic.

Tekst: Igor Znidarsic

 

‘Het is momenteel niet eenvoudig om Europa te zijn. Daarom wilden we ons verhaal vertellen, het verhaal van de Europese chemie. We wilden the European way definiëren.” Aldus Marco Mensink, directeur-generaal van de Europese chemiekoepel Cefic. Dat verhaal is er nu. Het is getiteld Molecule Managers en is door Cefic vlak voor de zomer gepresenteerd. Die timing was bewust. “We wilden ermee komen voor de start van de nieuwe Europese Commissie en het nieuwe parlement, dus voor de nieuwe politieke plannen worden gemaakt.” Het nieuwe verhaal past volgens Mensink ook goed in de recente reorganisatie en verhuizing van Cefic naar het centrum van Brussel. “En het was voor de leden en de medewerkers goed om het verhaal gezamenlijk op te schrijven.”

Voor het rapport is gebruik gemaakt van de bestaande relevante onderzoeken die samen met  bureaus als McKinsey, Deloitte en Ecofys al waren gemaakt. Diverse stakeholders zijn geconsulteerd. Ook is nauw samengewerkt met het Copenhagen Institute for Future Studies (CIFS), dat meer dan honderd trends en megatrends monitort. De aannames zijn vervolgens onderworpen aan de Delphi-studie, een onderzoeksmethode waarbij de visie van een groot aantal experts – in dit geval meer dan driehonderd – wordt gevraagd over een onderwerp waar geen consensus over bestaat. Mensink: “We hebben met zoveel mogelijk experts en stakeholders in en buiten de sector gesproken, met de overheid, ngo's, consumentenorganisaties, vakbonden. Vervolgens hebben we de teksten geschreven en door de Cefic Board laten goedkeuren, en zijn dat verder gaan verfijnen. We hebben niet geforecast maar geforesight. Op alle chemie-gerelateerde onderwerpen proberen we de grens op te zoeken van wat in de industrie op dit moment mogelijk is en wat de maatschappij met ons wil bespreken.”

 

U noemde de European way. Wat is dat precies?

Mensink: “De European way is een specifieke weg voor Europa en een andere dan de andere continenten volgen. Amerika neemt met schaliegas een bepaalde positie in, de Chinezen richten zich steeds meer op China … Wij vinden dat we een eigen visie moeten hebben waar de Europese chemie naartoe gaat. We hebben nog steeds een heel sterke chemiesector in Europa, met een handelsoverschot van 48 miljard. We zijn de laatste jaren nog steeds gegroeid. Maar ons aandeel in de wereldexport daalt. De Global Chemicals Outlook zegt dat we in de toekomst twee keer zoveel chemie gaan gebruiken, en de vraag is: welk deel daarvan gaan wij leveren? Gaat ons aandeel nog verder slinken, blijft Europa min of meer stabiel, of kunnen we een deel van die groei meepakken? Neem bijvoorbeeld de Afrikaanse markt. Die is aan het einde van de eeuw tien keer zo groot als de Europese markt. Laten we die over aan de Chinezen, of …? Onze ambitie is deel te nemen aan de wereldwijde groei van de chemie. Maar we zitten tegelijkertijd ook in het strengste regulatory framework van de wereld, en we we krijgen straks het strengste climate framework van de wereld. We onderschrijven de doelen van Parijs, maar het snelheidsverschil tussen ons en de rest van de wereld vraagt om een nieuw verhaal, en daarbij kijken we naar de sterktes van Europa. Dit rapport is geen klimaatagenda, geen circulaire agenda, het is een agenda waarin we zeggen: hoe kunnen we het grootste deel van de markt pakken en tegelijkertijd klimaatneutraal zijn, en hoe kunnen we de strengste regels toepassen en toch groeien? Dat is ons verhaal, the European way.”

 

Dat klinkt als een grote spagaat.

“Zo kan je het zien. Als het snelheidsverschil tussen Europa en andere regio's te groot wordt, verlies je. Als het verschil niet groot genoeg is, innoveer je niet. Het is een dunne lijn waarop je moet balanceren. Maar ik bekijk het positief, vanuit de kansen en de sterktes van Europa. We zullen het nooit van schaliegas winnen, we zullen nooit het aantal ingenieurs hebben dat de Chinezen hebben, maar we kunnen wel onze  sectoren verder integreren, chemie en afval, chemie en staal, met nieuwe processen en nieuwe producten, en verder gaan op de weg van circulariteit, biobased en chemische recycling. We zitten in een regio met korte afstanden, gunstig qua infrastructuur. De vraag is: kun je op die sterktes bouwen om toch je positie op de wereldchemiemarkt te behouden? Het antwoord moet zijn: ja. The European way betekent definiëren waar onze sterktes liggen en wat we daarmee kunnen doen. Eigenlijk staan we aan de vooravond van enorm veel kansen. Dat is het verhaal van Molecule Managers.”

Vanwaar die titel?

“Daarmee bedoelen we dat de transitie waar Europa voor staat alleen mogelijk is met chemie. Als je kijkt naar waterstof, naar CO2- en CO-moleculen, naar afvalstromen, naar circulaire modellen, kom je uiteindelijk altijd terecht bij de innovaties van de chemie. De chemische industrie vervult een sleutelrol bij de omzetting van afval in waardevolle grondstoffen of nieuwe materialen, en is onmisbaar voor de transitie.”

 

Innovatie is alleen mogelijk als de sector sterk blijft, en dat kan alleen in een level playing field.

“Uiteindelijk wil je dat de transitie die Europa doormaakt door Europese bedrijven wordt gemaakt, dat het geld hier verdiend wordt en niet dat de zonnepanelen en windmolens uit China komen, wat momenteel helaas gebeurt.

De European way is ook: geen import van producten die hier verboden zijn. Dan hebben we al veel gewonnen in ons level playing field. Ik ben niet voor handelsbelemmeringen, wel voor free trade volgens dezelfde regels. Niet made in Europe, maar regulated by Europe. Het minimum moet zijn dat alles wat op de Europese markt komt aan Europese standaarden voldoet. Een recent voorbeeld zijn de chromium plated lipstick caps, het spiegelende dopje op de lippenstift. Wij mogen dat vanwege het chroom straks niet meer maken, maar het spul komt wel met containers vol uit Azië rechtstreeks de haven van Rotterdam of Antwerpen binnenvaren. We moeten gaan nadenken over nieuwe regels hierover en hoe de overheid die gaat handhaven.” 

 

Een andere uitdaging is, zoals het rapport het noemt, de ‘increased competition for talent’.

“Dat wordt een continu probleem. Digitalisering gaat een grote rol spelen. Ontwikkelingen als artificial intelligence, blockchain. Een uitgebreider gebruik van kunstmatige intelligentie en blockchain zal de productie van chemicaliën en de beoordeling van chemische risico's efficiënter en transparanter maken. Als je straks je pen in de prullenbak gooit, is het via blokchain in principe mogelijk om de kosten van verwerking over de producenten te verspreiden. Deze technologische ontwikkelingen zullen ook bijdragen aan een betere opsporing van stoffen in de toeleveringsketens die aanleiding geven tot bezorgdheid en tot een verdere verbetering van de veiligheid van chemische stoffen in de EU. Voor de toepassing van al deze technologieën zijn werknemers met andere vaardigheden nodig. We hebben straks chemici nodig die hun verhaal duidelijk kunnen vertellen, die tegelijkertijd met hun Chinese collega's kunnen praten, en die zich heel bewust zijn wat er allemaal kan met IT. India is in 2040 de enige regio met een surplus in skilled labour. Dan is de vraag: wil dat talent straks in Nederland bij de Nederlandse chemie werken of gaan ze naar Google of Amazon? We zullen echt aan de bak moeten om mensen te vinden, vast te houden en door te ontwikkelen.

We zullen ook aan kennis over regelgeving moeten werken. Momenteel heeft geen enkele student in Europa REACH in zijn curriculum. Ze komen in onze bedrijven producten maken die moeten voldoen aan een hele set regelgeving, maar die kennis hebben ze helemaal niet. Dat is toch raar?”

 

Misschien wel de grootste uitdaging voor de toekomst: voldoende duurzame elektriciteit.

“Voor de klimaatagenda is dat een groot issue. We onderschrijven de ambitie, we snappen waar we naartoe moeten, we kunnen aan de technologie werken, maar we weten op dit moment niet waar de hoeveelheid elektriciteit die we straks nodig hebben vandaan moet komen. En het netwerk om alle waterstof te vervoeren is ook nog een groot vraagteken.”

 

Hoe is het rapport ontvangen?

“De collega’s van staal, cement en andere sectoren zeggen: fantastisch verhaal. De mensen van de Europese Commissie die erbij waren betrokken zijn ook zeer positief. De wetenschappers zeggen: jullie zijn zo ver gegaan als je kunt, het is een dapper document. Commentaar kwam er wel van de milieu-ngo’s, die zeggen: jullie moeten nóg verder denken over substitutie. En dat is ook logisch.”

 

En nu? Hoe verder?

“We hadden een paper met één visie op de wereld kunnen schrijven, maar we hebben dat niet gedaan. We hebben ons kwetsbaar opgesteld. Dit rapport bevat niet zoiets als ‘de waarheid’, maar onze haalbare dromen. Het is niet het einde, maar het begin. Het begin van een dialoog. Met de sector zelf, met de energiesector, met de overheid. Er is een groot verschil tussen één fabriek CO2-emissies laten reduceren en dat de hele industrie laten doen. Daar zit ook een grote rol voor de overheid.

Ik word heel blij van dit rapport. Er zijn enorme kansen om de dialoog aan te gaan. We gaan dit rapport nu eerst met alle Europese chemie-associaties bespreken, en ook met de raden van bestuur en raden van commissarissen van de bedrijven. We vragen ze te lezen, te begrijpen, discussiëren, oppakken en de dialoog in hun land aan te gaan. Er ligt een enorme dialoog voor ons, die waarschijnlijk een jaar of 20, 30 gaat duren. Met deze Mid Century Vision hebben we een begin daarmee gemaakt.’

 

Download ‘Molecule Managers’


Lees meer over dit onderwerp via de tag(s):
Innovatie

Onderdeel van dossier(s):