07 - 06 - 2019

Chemie Magazine Opinie: 'Niet alleen maar drop-in'

 

Tekst: Jacco van Haveren

 

Nieuwe biobased chemicalien ontwikkelen met nieuwe funcionaliteiten

 

Met het oog op de naderende onderhandelingen over het klimaatakkoord, presenteerde de VNCI vorig jaar de ‘Routekaart 2050’. Die bevat veel goede aanknopingspunten voor de verduurzaming van de chemische industrie, zoals inzetten op waterstof. Daarnaast wordt er onder andere voor gepleit dat we de huidige basischemicaliën moeten vervangen door een biobased variant van dezelfde stof. Maar met die aanpak laten we flink wat kansen liggen, vindt Jacco van Haveren.  

 

De plannen in de ‘Routekaart 2050’ (Chemistry for Climate – Acting on the need for speed) zullen ongetwijfeld leiden tot een schonere en duurzamere chemische industrie en het is dan ook zeker een belangrijke richtlijn. Maar daarnaast moeten we volgens mij tijdens deze veranderingen ook de kansen grijpen om het systeem echt te verbeteren, vooral op het gebied van nieuwe biobased chemicaliën. De Routekaart richt zich nu vooral op het vervangen van basischemicaliën door hun biobased varianten gemaakt uit biomassa. Het grote voordeel van deze zogenoemde ‘drop-in’ chemicaliën, zoals bio-ethyleen of bio-xyleen, is dat bedrijven ze kunnen verwerken in bestaande installaties, waardoor de overgang minder investeringen vergt. Daarnaast zijn de eigenschappen van deze producten al bekend en zijn ze al op de markt. Ik snap volledig dat de industrie voor deze aanpak kiest, en voor producten die lang meegaan zoals pvc lijkt het een prima idee. Echter, voor producten met een korte levensduur pleiten wij toch voor het gebruik van nieuwe biobased en bij voorkeur ook bio-afbreekbare grondstoffen.

 

 

Verpakkingsindustrie
Volgens mij en mijn collega’s ontstaan de problemen vooral in de verpakkingsindustrie, waar ongeveer een derde van de huidige bulkchemicaliën terechtkomt. Het liefst willen we deze verpakkingsmaterialen natuurlijk zo veel mogelijk recyclen en hergebruiken om afdanking te voorkomen. Maar in de praktijk komt bijvoorbeeld plastic toch vaak in het milieu terecht. Volgens ons moeten we eigenlijk op zoek naar een functioneel alternatief dat biobased en bio-afbreekbaar is, zodat al die verpakkingen niet ophopen in het milieu. Maar ook toxiciteit is een belangrijke reden om nieuwe chemicaliën te ontwikkelen. Als je kijkt naar bijvoorbeeld weekmakers of broomhoudende vlamvertragers zie je al een hoop chemicaliën die toxicologisch verdacht of zelfs bewezen toxisch zijn. Daar wil je geen drop-ins van maken.

En de ontwikkeling van deze nieuwe materialen biedt bovendien de kans om extra eigenschappen toe te voegen. We willen biobased alternatieven vinden die minstens even goed zijn als het oorspronkelijke materiaal, maar het liefst natuurlijk beter. Kijk bijvoorbeeld naar het PEF dat Avantium heeft ontwikkeld. Dat is niet alleen biobased maar heeft ook betere barrière-eigenschappen dan PET. Dit soort betere materialen vinden is nog wel een flinke uitdaging, vaak ben je allang blij als je een biobased en bio-afbreekbaar alternatief kan vinden. Toch zie ik die extra functionaliteiten wel als de toekomst, omdat op die manier de eigenschappen van de biomassa optimaal benut worden. Je kunt biomassa wel kraken, van alle functionele groepen ontdoen en er een soort bio-nafta van maken, maar ik zie liever dat we de  functionaliteiten in die moleculen gebruiken. En daarin ben ik niet de enige, we werken veel samen met bedrijven die het ook zo zien.

Als het aan ons ligt gaan we dus snel op zoek naar nieuwe biobased chemicaliën om onze toxische en kortlevende materialen te vervangen. Nu kun je je afvragen of dat eigenlijk niet al in verschillende bedrijven gebeurt. Dat is zeker waar, maar ik denk dat we er nog meer aandacht aan moeten besteden. De bekende stoffen krijgen nu aandacht, maar voor veel verpakkingsmaterialen en toxische moleculen wordt nog helemaal geen biobased alternatief gezocht. Wij zouden daarom dit soort doelstellingen graag duidelijker terug zien komen in de Routekaart, zodat dit soort duurzame plastics over 20 jaar een significant marktaandeel kunnen hebben.

 

'We moeten op zoek  naar een functioneel  alternatief dat biobased  en bio-afbreekbaar is’

 

Genoeg biomassa
Het zou dus mooi zijn als we in de komende jaren allemaal nieuwe biobased chemicaliën ontwikkelen met nieuwe functionaliteiten die huidige vervuilende producten kunnen vervangen. Maar voor deze biobased chemicaliën heb je wel biomassa nodig, en de vraag blijft of we daar wel genoeg van hebben voor de gehele chemische industrie. Wij denken dat er genoeg biomassa op de wereld is, zolang we die alleen gebruiken voor de productie van (dier)voeding, chemicaliën en materialen en beperkt voor energie. Maar om al die biomassa te pakken te krijgen zullen we wel slimmer te werk moeten gaan, en bijvoorbeeld meer moeten kijken naar reststromen. Zo werken wij bij Wageningen Food & Biobased Research aan verschillende projecten in de agro-foodindustrie. Met suikerproducent Cosun kijken we bijvoorbeeld naar de mogelijkheden om suikerbietenpulp te hergebruiken als component in vaatwasmiddelen. Ik denk dat we meer moeten samenwerken en meer moeten kijken naar de verbindingen tussen de agro-foodindustrie en de chemische industrie. Zij hebben de overtollige biomassa, wij hebben de kennis om daar gebruik van te maken.

Natuurlijk zal het ontwikkelen van deze nieuwe chemicaliën en het vervangen van producten met een korte levensduur niet makkelijk zijn en zeker niet goedkoop. Maar naast de winst voor het milieu en de maatschappij levert het gebruiken van reststromen en het creëren van nieuwe functionaliteiten op termijn ook winst op. Ik hoop dat de grote chemische bedrijven dit ook in gaan zien. Voor grote bedrijven is de drempel nog hoog vanwege hoge investeringen en de kans dat hun klanten de transitie niet zien zitten. Maar als we alleen maar kijken naar drop-in graven we ons volgens mij in. Dan zitten we vast in een situatie die op de lange termijn niet goed is voor het milieu, de maatschappij, de innovatiepositie van Nederland en ook de positie van de chemische industrie zelf.

 


JACCO VAN HAVEREN is programmamanager Biobased Chemicals and Fuels bij Wageningen Food & Biobased Research.

 


Lees meer over dit onderwerp via de tag(s):
Chemie Magazine
Biobased