30 - 04 - 2019

Geslaagde verjongingskuur voor assets

 

Tekst: Adriaan van Hooijdonk

 

Restlevensduur installaties met een kwart toegenomen

 

De productie- en opslagfaciliteiten van de (petro)chemische industrie zijn tussen 2014 en 2017 aanzienlijk verjongd door investeringen van de bedrijven. Hierdoor is de gemiddelde restlevensduur in deze periode met 25 procent toegenomen en kunnen de faciliteiten gemiddeld nog achttien jaar mee. Dat zijn de belangrijkste conclusies uit de eerste nulmeting naar de conditie van de asset base in de (petro)chemische industrie. 

 

Onderzoeksbureau Mainnovation voerde op initiatief van de (petro)chemische industrie, de rijksoverheid en de wetenschap en in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in 2018 een nulmeting uit naar de conditie van de assets in de branche. De onderzoekers keken hierbij naar de productie- en opslagfaciliteiten, zoals tanks, leidingen, utilities en reactoren. Er waren meerdere redenen voor het onderzoek, weet Erik Klooster, directeur van de Vereniging van de Nederlandse Petroleum Industrie, een van de initiatiefnemers voor de nulmeting. “Zo werken industrie, overheid en wetenschap in het programma ‘Duurzame Veiligheid 2030’ samen aan de verbetering van de veiligheid in de sector. Een van de doelen is het verbeteren van het assetmanagement. Hierbij ligt de focus op de continuering van het borgen van de integriteit en de optimalisatie van de beschikbaarheid van assets.” Andere aandachtspunten zijn de verbetering en ontwikkeling van (nieuwe) onderhouds- en inspectieactiviteiten en de ontwikkeling en implementatie van innovatieve assets. 

Daarnaast kwam de (petro)chemische industrie de afgelopen jaren regelmatig negatief in het nieuws door verschillende incidenten. Vaak werd hierbij in de media en de politiek een link gelegd met het toenemend aantal (sterk) verouderde installaties binnen de branche, die voor onveilige situaties zouden zorgen. “Het grootste deel van de (petro)chemiefabrieken in ons land dateert immers uit de jaren 60 en 70. Dat betekent overigens niet dat deze plants aan het einde van hun levensduur zijn, zoals ook blijkt uit het onderzoek”, aldus Klooster. 

 

Lees ook: 'Rapport staat van de assets 2018 openbaar'

 

Onderzoeksopzet
Mark Haarman, managing partner bij Mainnovation en tevens werktuigbouwkundige met als specialisatie onderhoudsmanagement, signaleerde deze ontwikkeling al in 2014 in het MORE4CORE-onderzoek. Het onderzoeksbureau voerde deze benchmarkstudie uit onder industriele bedrijven in België, Duitsland, Frankrijk en Nederland. Hieruit kwam naar voren dat zo’n 44 procent van de installaties in de procesindustrie vóór 2025 het einde van de technische levensduur zal bereiken. “Een duidelijk signaal naar de markt om hier rekening mee te houden en aan duurzaam assetmanagement te werken”, stelt Haarman. De bevindingen uit deze studie zijn ook meegenomen in de nulmeting die nu is afgerond.

Een representatieve groep BRZO-bedrijven uit de (petro)chemie vulde voor de nulmeting een geanonimiseerde enquête in met onder meer vragen over de gemiddelde leeftijd van de asset base, investeringen in modernisering en veiligheid, de gemiddelde restlevensduur van de asset base en de ontwikkeling van de onderhoudskosten in de afgelopen jaren. Daarnaast voerde Mainnovation een literatuuronderzoek uit en hielden de onderzoekers interviews met vertegenwoordigers van bedrijven. 

 

‘Leren en verbeteren begint in een omgeving waarin het veilig is om gegevens en inzichten te delen’

 

Levensduurmanagement 
“De grootste verandering ten opzichte van het MORE4CORE-onderzoek uit 2014 is dat de gemiddelde restlevensduur van de assets in de (petro)chemische industrie met 25 procent is toegenomen”, licht Haarman toe. “Hierdoor kunnen de faciliteiten gemiddeld nog achttien jaar mee.” De uitkomst laat volgens hem zien dat de branche steeds meer werk maakt van duurzaam assetmanagement. “Bedrijven zijn structureel bezig met levensduurmanagement. Ze houden de conditie van de assets steeds professioneler in de gaten. Ook investeren ze in de modernisering ervan. Het totale investeringsniveau is conjunctuurgevoelig, maar het aandeel voor veiligheid blijft relatief stabiel. 

Bedrijven blijven dus investeren in veiligheid. Zelfs in moeilijke jaren.” Haarman benadrukt dat het rapport een gemiddeld beeld weergeeft. Het is niet zo dat de gehele branche dezelfde stappen maakt. Net als in een wielerpeloton zijn er koplopers, middenmoters en achterblijvers. Maar het overall beeld is dat steeds meer bedrijven serieus met assetmanagement bezig zijn.

 

Aanbevelingen
De investeringen in de assets zijn niet in bedragen uit te drukken. Mainnovation heeft het wel geprobeerd, maar de gegevens worden niet bijgehouden. Daarom zou Haarman graag een centraal register zien met informatie over het aantal assets, de vervangingswaarde, de gemiddelde leeftijd en de restduur. Daarnaast zijn investeringen in modernisering essentieel om de conditie en de levensduur van de asset base op peil te houden. Continu meten en bewaken van de restlevensduur is hierbij essentieel. Ook is het cruciaal om verder te gaan met de professionalisering van assetmanagement. Het vraagt om samenwerking binnen en buiten de chemiesector. Ook stelt Haarman dat verder onderzoek naar corrosie onder isolatie en andere minder goed begrepen verouderingsmechanismen bedrijven nog meer grip biedt op assets. Hij pleit verder voor een regelmatige herhaling van het onderzoek. Hierdoor zijn trends waarneembaar en krijgen de betrokken partijen steeds meer inzicht in het effect van professioneel assetmanagement op de restlevensduur en veiligheid van de assets in de chemiesector.

 


 

Goede internationale technische concurrentiepositie
De Nederlandse (petro)chemische industrie kent in internationaal opzicht een gemiddeld onderhoudskostenniveau, bij een hoge technische beschikbaarheid. Zo bedroegen de onderhoudskosten in 2017 2,8 procent van de vervangingswaarde. Hierdoor heeft de sector een goede internationale technische concurrentiepositie. Dat is voor Erik Klooster, directeur van de Vereniging Nederlandse Petroleum Indus- trie (VNPI), een opvallende conclusie uit de nulmeting. “Daarnaast toont het onderzoek aan dat de installaties in de (petro)chemische industrie tussen 2014 en 2017 zijn verjongd door investeringen in verbeteringen en vernieuwingen. Hierdoor staan assets er nog beter voor dan voorheen.” Klooster pleit er ook voor om het onderzoek om de vier tot vijf jaar te herhalen. “Zo kun je de investeringen in de volledige conjunctuurcyclus goed vergelijken met de metingen in 2014 en 2017.”

 

‘Uitkomsten nulmeting goed voor imago sector'
Het proces om tot de nulmeting te komen, had nog heel wat voeten in de aarde, stelt Annemieke Nijhof, voorzitter van de stuurgroep voor het programma ‘Duurzame veiligheid in de chemie 2030’. (Petro)chemiebedrijven waren volgens haar om twee redenen wat terughoudend met het delen van informatie over de assets: “Ze willen niet dat de gegevens mogelijk bij de concurrentie terechtkomen. Ook vrezen ze dat de inspectiediensten de volgende dag op de stoep staan.”  

Dat heeft volgens Nijhof alles te maken met “het korte lontje” in de samenleving als zaken niet kloppen. “Er is maar weinig tolerantie voor het feit dat er in iedere organisatie vroeg of laat weleens iets misgaat. Voor mij begint leren en verbeteren in een omgeving waarin het veilig is om gegevens en inzichten met elkaar te delen. Daar hebben we nu vooruitgang in geboekt.” Verder is de conditie van de assets volgens haar veel beter dan sommige partijen voor de nulmeting hadden verwacht. “En dat is weer goed voor het imago van de sector.” 

De suggestie van onderzoeker Haarman van Mainnovation voor een centraal register met informatie over het aantal assets, de vervangingswaarde, de gemiddelde leeftijd en de restduur kan in haar ogen een volgende stap zijn bij het nog beter managen van de assets. Bovendien kan het een goed hulpmiddel zijn voor toezichthoudende instanties. “Bedrijven kunnen hun investeringsplannen voor de komende jaren, evenals onderhoudsplanningen en berekeningen van de restlevensduur mogelijk delen met deze instanties. Wanneer ze op een professionele en aantoonbare manier met assetmanagement omgaan, kunnen de inspecties wellicht verminderen. Zo beloon je bedrijven die hier stappen in maken.”

Verder pleit Nijhof voor herhaling van het onderzoek om de vier tot vijf jaar om een nog beter beeld te krijgen van de conditie van de assets. Ook ziet zij graag dat nog meer BRZO-bedrijven aan toekomstig onderzoek meedoen.


Lees meer over dit onderwerp via de tag(s):
Veiligheid
Chemie Magazine