17 - 04 - 2019

Werken in de chemie: 'Werken aan puzzelprojecten geeft me energie'

 

Tekst: Inge Janse

 

Wat is er zo boeiend aan chemie en wat maakt werken in de chemiesector zo leuk? Chemie Magazine vraagt het aan mensen die chemie hebben gestudeerd en nu in de chemie werken.

 

Rene Spijkers, Plant Performance Engineer bij OCI Nitrogen

 

Ondanks dat Rene Spijkers bij DSM zijn eigen explosieshow had, koos de chemisch technoloog voor OCI Nitrogen. Na een route die startte op de mavo en eindigde op de universiteit, bijt Spijkers zich nu vol plezier vast in de uitdagingen die hij krijgt in de ureum- en melaminefabriek. “Ik speur net zolang tot ik een oplossing heb.”

 

1. Wie ben je, waar werk je en wat is je functienaam?
Ik ben Rene Spijkers, 35 jaar, en ik woon in het plaatsje Eys. Zeven jaar geleden begon ik bij OCI Nitrogen als procestechnoloog. Sinds vier jaar werk ik als plant performance engineer voor de drie fabrieken die ureum en melamine maken. Daar geef ik bij-voorbeeld adviezen over hoe we het productieproces kunnen optimaliseren of – heel belangrijk – het stoomverbruik kunnen verlagen. Ook overleg ik met mijn plantmanager en technical manager over een   honderdtal verbeterprojecten en -studies die ik voor onze afdeling beheer. We maken daarmee ons productieproces beter en veiliger, en vervangen oude apparaten voor betere versies. Verder zit ik in de ideeëncommissie.

Operators kunnen ideeën insturen en ik beoordeel die. Op basis daarvan doe ik voorstellen bij de plant-manager. Wordt een idee geaccepteerd, dan krijgt de indiener een leuke beloning, tot 10 procent van wat de besparing ons oplevert.

 

 

2. Wat vertel je je kleine nichtje als zij vraagt wat voor werk je doet?
Kunstmest hebben we nodig om te overleven, want 50 procent van de wereldbevolking wordt gevoed met planten die door kunst-mest kunnen groeien. Wij maken van twee gassen, ammoniak en koolstofdioxide, een nieuwe stof, ureum. Daarvan maken we urean, een vloeibare kunstmest. We maken ook melamine, dat je kent van de harde laag op bestek en laminaat.

Ik ondersteun de mensen in de fabriek bij hun werk. Ook adviseer ik aan welke knoppen we kunnen draaien om minder energie te gebruiken en zo minder broeikas-gassen uit te stoten. Daarnaast help ik bij bijzondere projecten, bijvoorbeeld de ontwikkeling van een nieuw product.

Verder zijn we met de afdeling bezig met de bouw van een nieuwe installatie om het energieverbruik met een kwart te verminderen in de ureumfabriek, wat belangrijk is voor de winst die we 
maken én voor het klimaat. 

 

3. Hoe ben je in deze baan terechtgekomen?
Ik ben opgegroeid als boerenzoon. Vroeger had ik wel een scheikundedoos, maar het is niet zo dat ik daar weken mee speelde. Mijn interesse voor chemie kwam pas naar boven toen ik het vak kreeg op de mavo. Mijn scheikundedocent zei: procesoperator, dat is wel wat voor jou. Na het mbo ging ik naar het hbo, want een leven lang continudiensten wilde ik niet doen. Ook wilde ik meer begrijpen over de formules die we leerden. Omdat ik dat ook daar niet echt leerde, deed ik nog een master op de universiteit. Daar, in Eindhoven, kreeg ik gelukkig wel die achtergrond over hoe dingen werken.

Daarna ging ik naar DSM in Geleen als process safety expert. Ik ver-diepte me in explosies, wat er kan gebeuren als een chemische reactie uit de hand loopt, en hoe je dat kan 
voorkomen. We hielden zelfs een explosieshow bij bedrijven en overheden, om te laten zien wat de risico’s zijn. Als chemisch technoloog voelde ik me op die plek alleen niet helemaal happy, want ik wilde graag procestechnoloog worden. 

Een collega in de gemeenteraad waar ik actief was, werkte voor OCI Nitrogen. Hij vroeg me als proces-technoloog, dus ik dacht: laat ik maar gewoon solliciteren, want ik weet niet hoelang het duurt voordat zo’n functie bij DSM vrijkomt. Zo ben ik zeven jaar geleden gestart voor de ureaanfabriek. 

 

‘Ik adviseer aan welke knoppen we kunnen draaien om minder energie te gebruiken en zo minder broeikasgassen uit te stoten.’

 

4. Wat vind je zo leuk aan wat je doet?
Mijn werk voelt alsof het voor mijn eigen bedrijf is. Dat komt doordat 80 procent van mijn voorstellen geïmplementeerd wordt. Het resultaat zien van mijn werk, dat mijn voorstel ook echt werkt, geeft me energie. Dus als OCI Nitrogen me een doel geeft, zoals ‘zorg voor minder energieverbruik’, dan bijt ik me daarin vast en geef ik niet op tot het een succes is. Ik speur net zolang tot ik een oplossing heb. Die drive zit in me.

 

5. Op welke eigen prestatie ben je het meest trots?
Dat was een project dat helaas niet geïmplementeerd is, maar wel heel mooi was. Een aantal jaar geleden hadden wij een brand bij de kunstmestfabriek. Omdat al onze installaties met elkaar verbonden zijn, konden we ook minder produceren in de andere fabrieken. Onze bedrijfsvoering in de melaminefabriek ging van 100 naar 50 procent productiecapaciteit. Ik had daarom bedacht om een pijpleiding aan te leggen van 6 meter om twee installaties met elkaar te verbinden, zodat we weer naar 90 procent konden. Mijn plantmanager was enthousiast, maar het is twee keer net niet gelukt om de fabrieken goed genoeg veilig te stellen om de pijp aan te leggen. Was dit wél gelukt, dan was dit mijn meest succesvolle project geweest.

 

6. Wat is hét verschil dat je de komende tijd wilt maken?
Ik heb een leuk project met onze lozingen van melamine richting de Maas. Ons afvalwater wordt in onze fabriek behandeld en gaat vervolgens naar een bacteriologische waterzuiveringsinstallatie. Hierin wordt ongeveer 99 procent van de melamine afgebroken. Maar omdat de normen strenger worden, mogen we fors minder lozen. Ik onderzoek zeven mogelijke oplossingen, elk met de eigen voor- en nadelen, en zoek naar het optimum tussen duurzaam en kosten. Want als we er een paar miljoen euro in investeren, maken we voor het milieu mooie stappen, maar gaat dat ten koste van onze winstgevendheid. In het ergste geval beïnvloedt dat de levensvatbaarheid van de fabriek.

 

7. Wat levert je werk je op?
Het geeft me energie om te werken aan complexe puzzelprojecten. Dat is ook gelijk het gevaar, want vaak zat ik ‘s avonds thuis met mijn laptop op schoot tv te kijken en door te werken. Ik heb mezelf afgeleerd om dat te doen, ook omdat het totaal inefficiënt is. Tegenwoordig blijf ik liever een half uurtje langer op het werk. OCI Nitrogen is een goed betalende werkgever. Ik verdien genoeg geld. Het is fijn dat je niet iedere cent hoeft om te draaien en dat ik hier-mee kan voorzien in mijn levensbehoeften. Ik vind het fijn om twee keer per jaar op vakantie te gaan, en af en toe een weekendje weg. Ik hecht verder niet veel waarde aan dure spullen. Ik rij gewoon een Toyota Yaris, terwijl ik me een grotere auto kan permitteren. Aan zekerheid hecht ik wel waarde. Ik wil graag mijn hypotheek afbetalen.

 

8. Aan welke ‘normale’ producten lever jij een bijdrage?
Melamine wordt onder meer gebruikt als toplaag op laminaat en speciaal kunststof bestek en kommen. Het wordt ook in coatings gebruikt, bijvoorbeeld voor autolakken, en in de lijm voor spaanplaten.

 

9. Wat zou je nóg liever doen dan wat je nu doet?
Het allermooiste vind ik mensen helpen. Wat een fabriek meer gaat produceren door mij, is maar een getal. Het is veel mooier als mensen gaan stralen omdat je iets voor hen betekent. Het ultieme beroep lijkt me arts, dat je mensen echt beter kunt maken. Maar omdat ik op de mavo ben begonnen, dacht ik nooit na over geneeskunde. Heel soms denk ik: dat lijkt me misschien nóg leuker dan wat ik nu doe. Maar ook hier kan ik heel veel collega’s gelukkig ma-ken, door ze bij hun werk te helpen.

 

10. Hoe zie je jezelf over tien jaar?
Toen ik bij OCI begon, stond ik nog veel dichter bij de operator. Dat vind ik nog steeds heel leuk. Over tien jaar wil ik daarom bijvoorbeeld assistent-productiechef zijn, om weer wat meer met de mens in aanraking te komen. Samen de fabriek verbeteren, en minder van achter mijn pc maandrapportages maken. Ik hoef geen plantmanager te worden. Je moet daar sowieso de capaciteiten voor hebben, maar je bent ook verplicht om continu veel uren erin te stoppen. Als het nu druk is, werk ik extra, maar dat is niet verplicht. Als plantmanager kom je daar minder onderuit. Ik wil niet altijd aan hoeven te staan.

 

Wie is Rene naast zijn werk 
Voetbal, hardlopen, zwemmen, fietsen: Rene sport veel en vaak. Het liefst doet hij dat met vrienden: “Bij fietsen kun je lekker van de natuur genieten, met je vrienden praten, en achteraf een terrasje pakken.” Het voetbal (als vooruitgeschoven middenvelder) staat tegenwoordig vanwege een blessure op een lager plan. Daarnaast trekt Rene er eens per jaar op uit met zijn vrienden voor een grote winterwandeling, van de ene kroeg naar het volgende restaurant. Daarnaast heeft hij nog een doel voor dit jaar: “Op tv zijn altijd dezelfde programma’s, dus ik wil graag wat meer boeken lezen.

 


Lees meer over
Chemie Magazine