12 - 04 - 2019

Klimaatakkoord: kabinet is aan zet!

 

Martijn Broekhof, hoofd Energie & klimaat bij de Koninklijke VNCI, geeft in deze terugkerende column regelmatig een update.

Deze keer staan centraal: de reacties op de doorrekening van het ontwerp-klimaatakkoord en de aangekondigde doorrekening van de effecten van een CO2-heffing.

 

Op 13 maart presenteerden Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en Centraal Planbureau (CPB) hun doorrekeningen van het ontwerp-klimaatakkoord. Direct daarna kwam er in een persconferentie een reactie van premier Rutte en minister Wiebes. Zij presenteerden niet een appreciatie, een inhoudelijke reactie op de doorrekening, maar een politieke keuze. Zij gaven aan dat er bezwaren zijn tegen het bonus-malus-systeem zoals beschreven in het ontwerp-Klimaatakkoord en kondigden, tot verrassing van de industrie, de invoering van een 'verstandige CO2-heffing' aan.

 

De gesprekken tussen de (chemische) industrie en het ministerie van EZK gaat sindsdien over de vraag hoe zo'n 'verstandige CO2-heffing' eruit moet zien. Daarbij gaat het onder meer over de interpretatie van de kritiek van PBL. Wij zien dat PBL goed werk heeft geleverd om het ontwerp-klimaatakkoord door te rekenen, maar zien tegelijkertijd dat wij op een aantal cruciale punten een andere interpretatie hadden verwacht. Zo kiest PBL om niet alle beschikbare SDE+ middelen voor de industrie mee te nemen en niet te rekenen met actuele CO2- en energieprijsverwachtingen.

 

Daarnaast is er een meer fundamentele discussie over hoe het beleidspakket zekerheid kan bieden over het halen van het CO2-reductiedoel. In onze optiek heeft een transitie van dit formaat, waar zulke grote investeringsbeslissingen mee gemoeid zijn, een inherente onzekerheid die moeilijk met beleid weg te nemen is. De overheid zoekt juist naar meer garanties dat de doelstelling daadwerkelijk gerealiseerd wordt. De rol van een mogelijke CO2-heffing in het bieden van meer zekerheid staat in deze discussie centraal.

 

De kabinetsappreciatie op de doorrekening van PBL wordt eind april verwacht. Dan zijn ook de voorstellen van de PvdA en GroenLinks voor een CO2-heffing doorgerekend. De (chemische) industrie heeft aangegeven tegen een ‘platte’ CO2-heffing te zijn waar de twee partijen en de milieuorganisaties voor ijveren. In onze ogen kan een verstandige CO2-heffing een rol spelen als onderdeel van een systeem van wortel en stok. Wij zien mogelijkheden voor een CO2 heffing die achterblijvers wel prikkelt, maar voorlopers niet bestraft. Wij pleiten voor een systeem waarbij de industrie met de overheid samenwerkt aan verduurzaming van de economie, waarbij de overheid voor de infrastructuur zorgt, vergunningen verleent en obstakels wegneemt. Een systeem dat uitgaat van verleiding, flexibiliteit en gedeelde verantwoordelijkheid in plaats van rigiditeit en harde handhaving. Een klimaatakkoord met alleen maar opgelegde wetgeving is geen akkoord.

 

We hopen nog steeds voor de zomer met alle betrokken partijen tot een afgewogen en breed gedragen akkoord te komen op basis van prikkels en verleiding en doen daar ons uiterste best voor.  In het licht van de lastige politieke context moeten we ons echter ook voorbereiden op een scenario waarin dat niet gaat lukken.   

 

 


Martijn Broekhof - Hoofd Energie & klimaat

 

Overige columns van Martijn Broekhof:

 

Wat is de status van de klimaatonderhandelingen? (okt 2018)

 

Spannende fase in de klimaatonderhandelingen (nov 2018)

 

Klimaatakkoord: tussenstand en implicaties voor leden (jan 2019)

 

Een klimaatakkoord met haken en ogen (jun 2019)


Lees meer over dit onderwerp via de tag(s):
Klimaatakkoord