26.05.2021

Ingrid Thijssen, voorzitter van VNO-NCW: “We moeten een maatje groter denken”

Niet alleen economische groei, maar ook een duurzame leefomgeving en gelijke kansen voor iedereen. Deze ambitie leggen VNO-NCW en MKB Nederland neer in ‘Ondernemen voor brede welvaart’, de afgelopen februari gepresenteerde beleidsvisie voor 2030. "In maart 2019 hadden onze leden geconstateerd dat er spanningen waren in de samenleving, waarbij er erg kritisch werd gekeken naar het bedrijfsleven”, vertelt Ingrid Thijssen, die vorig jaar aantrad als voorzitter van VNO-NCW en MKB Nederland. “Er werd besloten om te onderzoeken hoe dat kwam. Je zou het een periode van zelfreflectie kunnen noemen. Duizenden ondernemers werden geïnterviewd en geënquêteerd. Vanwege corona kwam dat op een gegeven moment tot stilstand. Toen ik in september begon als voorzitter hebben we het afgerond en zijn de inzichten de basis voor onze nieuwe koers geworden.”

"Ik hoop dat Den Haag zich realiseert dat bedrijven en overheid de handen ineen moeten slaan."

 

In hoeverre heb je er zelf nog een stempel op gedrukt?

“Een van de conclusies is dat we als ondernemers niet meer moeten denken: als wij onze best doen voor de economische groei komt het met de rest ook wel goed in de samenleving. We moeten breder kijken en ons ook verantwoordelijk voelen voor een duurzame en inclusieve samenleving. Dit komt uit onze achterban, vanuit de ondernemingen zelf. Omdat deze conclusies heel erg bij mij passen, heb ik hier met liefde het voortouw in genomen, om ervoor te zorgen dat het onze nieuwe koers werd en we ermee naar buiten konden."

VNO-NCW en MKB Nederland hebben een nogal diverse achterban. Hoe krijg je die op één lijn?

"Ik had me dat eerlijk gezegd niet zo gerealiseerd toen ik ja zei tegen deze baan. De belangen staan soms inderdaad diametraal tegenover elkaar. Maar ik vind het mooi om te zien dat alle leden toch het belang ervan inzien om als bedrijfsleven samen op te trekken. Het is niet altijd makkelijk, maar we vinden altijd oplossingen waar we gezamenlijk achter staan."

In hoeverre hebben de verschillen te maken met voorlopers en achterblijvers?

"Meestal hebben de verschillen te maken met tegengestelde intrinsieke belangen. Als je kijkt naar het stikstofvraagstuk, zijn er bedrijven en sectoren die behoefte hebben aan ruimte voor nieuwe economische activiteiten, voor aanleg van infrastructuur bijvoorbeeld. Dat kan ten koste gaan van de boeren, en dan kan een deel van onze achterban daar problemen mee hebben, de zuivelindustrie bijvoorbeeld. Maar het feit dat er koplopers en achterblijvers zijn, speelt zeker ook regelmatig een rol. Dat zal bij de VNCI niet anders zijn. Je moet als ondernemersvereniging ervoor zorgen dat het geluid van de voorlopers blijft doorklinken, achterblijvers voeren in Den Haag een achterhoedegevecht. Het wordt gewoon niet meer gepikt als we als bedrijfsleven niet snel genoeg gaan."

 

“Je moet ervoor zorgen dat het geluid van de voorlopers doorklinkt, achterblijvers voeren in Den Haag een achterhoedegevecht”

 

De milieugroepen waren sceptisch over de nieuwe koers: eerst zien dan geloven.

"Ook de vakbonden waren sceptisch. Ik begrijp dat. We zullen na de woorden de daden moeten leveren. Daar wordt aan gewerkt. Maar ik realiseer me ook dat voor de vakbonden onze koers nooit sociaal genoeg zal zijn, en voor de milieubeweging nooit groen genoeg. Overigens denk ik dat de milieubeweging er belang bij heeft om wat betreft de verduurzaming met het bedrijfsleven samen op te trekken, mits natuurlijk hun belangen voldoende aan bod komen en wij bereid zijn tot compromissen. Dan ga je veel sneller en bereik je veel meer dan als je elkaar bevecht en als ieder zijn eigen ding in Den Haag voor elkaar probeert te krijgen. Hetzelfde geldt aan de sociale kant. Daarin hebben we een jarenlange traditie van afspraken met de vakbonden, we trekken al zeventig jaar samen op. Op het gebied van verduurzaming moet die samenwerking nog groeien, maar ik heb de indruk dat het de goede kant op gaat."

Een 'duurzame leefomgeving' brengt hoge kosten met zich mee. Hoe kijkt VNO-NCW hier tegenaan?

"Zolang je de externe effecten van de huidige bedrijvigheid niet meerekent, is het inderdaad duurder. De transitie naar een klimaatneutrale en circulaire economie – er zijn overigens meer transities nodig: in de gezondheidszorg en op de woningmarkt bijvoorbeeld – moet een keer gebeuren, dat is een feit. En als je het niet nu doet, haal je de klimaatdoelen van 2030 niet. Als je nu het geld vrijmaakt kun je de basisindustrie helpen om de verduurzaming op tijd door te maken en daarmee ook zorgen dat die duurzame industrie in Nederland terecht komt. Nederland moet een maatje groter gaan denken, ook in financiële zin. We weten dat het veel geld kost. Maar alles is relatief: met een paar miljard per jaar kom je al een heel eind. Dat lijkt absoluut gezien veel, maar op een rijksbegroting van 300 miljard valt het ook wel mee.”

Hoe moeten de kosten verdeeld worden?.

"Het mag van bedrijven verwacht worden dat zij een groot deel op zich nemen. Het probleem is wel dat bedrijven in een internationaal speelveld zitten. Als hun concurrenten in dat speelveld niet hoeven te verduurzamen, wordt het ingewikkeld. Het gaat erom of de business case uit kan, dat is ook een werkelijkheid. Bedrijven kunnen alleen verduurzamen als ze overeind kunnen blijven."

Je zei dat er erg kritisch werd gekeken naar het bedrijfsleven. Dat geldt zeker voor multinationals, die geen al te best imago hebben. Wat moet er gebeuren?

 "Ik maak me hier echt zorgen over. Slechte reputatie leidt tot een politiek klimaat waarin voor je het weet maatregelen geïntroduceerd worden die slecht zijn voor Nederland. Maar een antwoord op de vraag is niet zo makkelijk. Essentieel is dat multinationals - maar dat geldt voor alle bedrijven - transparant zijn, over de externe affecten van hun handelen, dus ook over de effecten op het milieu, en ook over hun belastingpositie. Een aantal multinationals maakt die beweging nu ook. Ook belangrijk is dat de boegbeelden zich laten zien, en ook over hun dilemma's vertellen, en de discussies over hun beloning durven aan te gaan. Ik zie dat overigens steeds meer gebeuren. Vaak is ook onbekend wat de bedrijven allemaal al gedaan hebben op het gebied van verduurzaming en wat ze allemaal in hun roadmap hebben staan. Ze doen veel goede dingen. Draag dat dan ook uit."


VNCI-rapport 'van Routekaart naar Realiteit'


Onlangs presenteerde de VNCI het rapport ‘van Routekaart naar Realiteit’, waarin de chemische industrie de route laten zien naar een klimaatneutrale en circulaire chemische industrie in 2050.

"Ik vind het een fantastisch initiatief, zeker omdat de chemiesector aan de basis staat van alle productieprocessen. Het mooie van dit soort initiatieven is dat je het meeste voor elkaar krijgt als je voor de bal bent, vooruitloopt op wat er in het Haagse bedacht wordt. Je krijgt zo meer impact én meer waardering. Uiteindelijk hebben bedrijven de echte praktijkexpertise, zij moeten de weg wijzen. Het is ook belangrijk om als VNO-NCW en VNCI hierin samen optrekken, want VNO-NCW wordt ook aangesproken op de prestaties van de industrie."

 

“Uiteindelijk hebben bedrijven de echte praktijkexpertise, zij moeten de weg wijzen.”

 

Nederland zit momenteel op slot. Door corona, door de stikstofcrisis, door de falende kabinetsformatie. Hoe komen we hier uit?

"Door te investeren. 'Ondernemen voor brede welvaart' bevat een publiek-private investeringsagenda. In het Nationaal Groeifonds zit nu 4 miljard, wij zeggen dat het naar 10 miljard moet, per jaar. Dat heb je nodig om ons land klaar te maken voor de toekomst. Het gaat om investeren in verduurzaming van de industrie, in infrastructuur, in kennis, in onderwijs en innovatie. Ons land goed overdragen aan de volgende generatie kost geld, maar dat kan Nederland zich prima permitteren. Bovendien hebben we de investeringsagenda door laten rekenen door de Rabobank, en daar komt uit dat we daarmee ook een hogere welvaartsgroei gaan realiseren dan tot nog toe in prognoses van het CPB is voorzien."

Je noemde al een aantal keren Den Haag. Hoe kijk je tegen de recente ontwikkelingen daar aan?

"De aansluiting tussen de politiek en de praktijk - de burgers, maar ook de ondernemers - behoeft echt verbetering. Dat zei Tjeenk Willink ook. Ik hoor van bedrijven, ook de grote die voor veel welvaart in Nederland zorgen, dat ze moeite hebben om toegang te krijgen tot de politiek. Een CEO van een groot Nederlands bedrijf vertelde mij laatst dat hij in het buitenland wordt gebeld door de betreffende minister van Economische Zaken om te vragen hoe het gaat en of ze het bedrijf ergens mee kunnen helpen. In Nederland gebeurt dat niet."

Wat spreekt hier uit?

"Dat de reputatie van het bedrijfsleven misschien zodanig in de verdringing zit dat politici bijna niet met je gezien willen worden, omdat dat niet goed is voor hun eigen reputatie. En ook is Nederland heel complex bestuurbaar geworden, door de versnippering in de politiek. Er gaat ontzettend veel tijd en energie zitten in het Haagse wereldje onderling. Ik heb de indruk dat politici daardoor weinig tijd hebben voor contact met de samenleving."

Toch is de overheid hard nodig voor de transitie.

"Ik hoop dat Den Haag zich realiseert dat bedrijven en overheid de handen ineen moeten slaan. De bal ligt bij ons, maar de overheid moet de omstandigheden creëren, de doelen stellen en de kaders bieden, en natuurlijk ook de instrumenten, zoals fiscaliteit, subsidies en een vlotte vergunningverlening.”

Wat kan jij doen? Hoe groot is jouw invloed?

"Het bijzondere van deze baan is, en dat noopt ook tot een grote verantwoordelijkheid, en ook nederigheid, is dat je contact hebt met iedereen. Ik kan iedereen in Nederland bellen, en ze nemen op. Ik ben er bijna aan gewend, maar het blijft heel bijzonder."

Wat wil je de komende jaren bereiken?

“Voor nu is het allerbelangrijkste dat we snel de economische groei bereiken die pre-corona was voorzien.  En het mag van mij nog een niveau hoger, omdat de voorziene groei onvoldoende was om onze publieke voorzieningen te blijven bekostigen. Daarvoor is een significante toename van investeringen nodig. Ik hoop ook dat we in mijn tijd als voorzitter stappen kunnen zetten op arbeidsmarktgebied. Er gaan banen veranderen en verdwijnen. En er komen banen bij, door digitalisering en verduurzaming. Maar we hebben in Nederland geen goede infrastructuur om mensen van werk naar werk te begeleiden. Dat het via werkloosheid moet gaan vind ik een omissie. In het kader van inclusiviteit vind ik het belangrijk dat mensen niet werkloos worden maar gewoon van de ene baan naar de andere kunnen gaan.”


Ingrid Thijssen is sinds 15 september 2020 voorzitter van ondernemingsorganisatie VNO-NCW. Daarvoor was zij voorzitter van de Raad van Bestuur van Alliander en in die hoedanigheid lid van het dagelijks bestuur van VNO-NCW. Daarvoor was zij directievoorzitter van NS Reizigers. Verder was zij voor haar aantreden bij VNO-NCW commissaris bij diverse organisaties, onder meer bij Havenbedrijf Rotterdam en Coöperatie VGZ. Als VNO-NCW-voorzitter is zij vicevoorzitter van de SER, covoorzitter van de Stichting van de Arbeid, voorzitter van DECP, voorzitter van de Raad van Toezicht van PUM en voorzitter van de Raad van Toezicht van NLinBusiness. Zij studeerde rechten in Utrecht. Daarna volgde ze nog diverse leergangen bij (internationale) instellingen zoals INSEAD, MIT en Harvard Kennedy School.