Het advies van Aukje Hassoldt aan de chemie: “Stel je wat kwetsbaarder op”

De faculteit Techniek, Bestuur en Management van de TU Delft houdt zich bezig met de interactie tussen maatschappij en technologie. “Dat noemen wij het socio-technisch systeem", vertelt decaan Aukje Hassoldt. "Dat is een complex systeem met veel partijen die samen iets voor elkaar moeten krijgen. De vraag is: hoe pak je complexe maatschappelijke vraagstukken met een grote technologische component aan? We kijken ernaar vanuit drie invalshoeken: de governance (hoe bestuur je het?), het systeem en de waarde-kant (ethiek, veiligheid).”

Hassoldt is van oorsprong natuurkundige en heeft gewerkt bij Rijkswaterstaat, TNO en het RIVM. Sinds 1998 is zij bezig met bestuurskundige projecten en management, waarbij ze sinds 2008 ‘leiding geeft aan leidinggevenden’. Dat doet ze altijd in een (multidisciplinaire) setting met veel bèta’s, waarbij het algemene publiek kritisch meekijkt. "Dus in de spotlights van de maatschappij, die iets vindt van Rijkswaterstaat en – zeker op dit moment – van het RIVM. Dat vind ik een interessant spanningsveld."

Het is een spanningsveld waarin ook de Koninklijke VNCI en de chemische industrie zich bevinden. "Jullie hebben te maken met allerlei verwachtingen, afspraken, gewoontes, in een complexe setting met politiek, de overheid, wetgeving, het al of niet internationale moederbedrijf, de omwonenden, je klanten, de consumenten enzovoort. Hoe kun je in zo'n complexe setting dingen voor elkaar krijgen, dat is de vraag."

 

“De boodschap wordt sterker als je ook vertelt over je dilemma's, over je twijfels en kwetsbaarheden”

 

Ligt het antwoord niet voor een groot deel in communicatie? Een wetenschapper kan met een twinkeling in zijn ogen vertellen over zijn baanbrekende onderzoek, en jij en ik vinden dat prachtig, maar voor mensen buiten de wetenschap en de industrie komt het vaak niet over.

Aukje Hassoldt: "Ik denk dat dat voor bijna alle hoogopgeleiden geldt, zowel voor bèta's als voor alfa’s en gamma’s. Daarom is het belangrijk dat ze achter hun bureau vandaan komen en zich in diverse groepen begeven. Je moet weten welke vraagstukken in de buitenwereld spelen, wie de ontvangers van jouw boodschap zijn en welke gevoeligheden daar liggen. Alleen dan kun je aansluiting vinden bij afnemers - zoals kennisinstituten en de politiek - en begrepen worden. Een goede wetenschapper, die zich ervan bewust is dat hij een onderdeel is van een groter geheel, kan dat."

Tijdens een presentatie die je onlangs gaf voor de VNCI vertelde je dat je vanuit je woning een spectaculair uitzicht hebt op chemiebedrijf Albemarle in Amsterdam-Noord en dat je, toen je er kwam wonen, de vergunning hebt gecheckt. Dit geeft aardig de positie van de chemische industrie weer: nodig en onmisbaar, maar ook altijd een beetje verdacht.

"Mijn presentatie heette: 'Balanceren als chemische industrie'. Maar eigenlijk gaat het om het balanceren als maatschappij. We willen allemaal de producten van de chemie, we willen de energietransitie en de circulaire economie, we willen een bloeiende economie én we willen een leefbare wereld. Op bepaalde punten botst dat. Zelf vind ik zo'n fabriek spectaculair, maar tegelijkertijd heb ik ook een groen hart. Het is niet het een of het ander, het is en-en. Dat moet je zien te balanceren. Ik vind het uitzicht op de fabriek prachtig, maar tegelijkertijd checkte ik de vergunning omdat er toen discussies waren over de contouren, wat een normale reactie is van een omwonende."

Aukje Hassoldt: “We horen vooral de harde stem, en worden geacht voortdurend daarop te reageren.”
Foto's: Mirjam van der Linden

 

Je zei dat het gaat om en-en. Maar in de huidige polarisatie zitten mensen steeds meer gevangen in de bubbel van hun eigen gelijk. Vaak ook ten aanzien van de chemische industrie. Hoe hiermee om te gaan?

"We horen vooral de harde stem, en worden geacht voortdurend daarop te reageren. In dat verband vond ik de kersttoespraak van de koning heel mooi, omdat hij aandacht vroeg voor de zachte stem. Er is een grote groep mensen die genuanceerd zijn, niet zo snel hun mening keihard verkondigen, oog hebben voor alle dilemma's, en dat is ook een heel belangrijke groep. Die moeten we niet uit het oog verliezen. Blijft de vraag hoe je als bedrijf of industrie met de harde stemmen moet omgaan. Ik maak hierbij onderscheid tussen verschillende groepen. Je hebt ten eerste de mensen die online lopen te schelden. Dat is geen fijne groep, maar gebleken is dat als je die mensen persoonlijk benadert, ze verbaasd zijn dat er een mens achter een account zit en dat die terugpraat, en dan zijn ze opeens heel beleefd. Ten tweede is er een groep die het niet met je eens is en er echt iets van vindt. Uit onderzoek is gebleken dat dit mensen zijn die vaak benadrukken over een bepaalde kennis te beschikken. Ze vinden wetenschap niet onbelangrijk, alleen laten ze zich misschien niet alleen door de officiële wetenschappelijke stand van zaken maar meer door hun gevoel leiden. Deze groep werd door Rijkswaterstaat en het RIVM opgezocht en uitgenodigd, om ze te leren kennen en te begrijpen. Dat is heel spannend, maar ook heel leerzaam. Het is een manier om in contact te komen met de diversiteit aan mensen en meningen in de buitenwereld. Mijn advies aan de chemische industrie zou zijn: weet dat er een groep is die harde meningen heeft, maar wees niet bevreesd voor die harde stemmen. Zoek vanuit je eigen kracht en je positionering het contact en probeer die ander te begrijpen. Natuurlijk zijn er ook groepen die niet meer voor rede vatbaar zijn, maar de meeste zijn dat wel."

Je hebt een voorkeur voor veiligheidsvraagstukken. Waarom?

"In de brede veiligheidswereld kan ik zowel mijn bètakant als mijn bestuurskundige kant kwijt. Bij een crisis veranderen er bestuurskundig een aantal dingen. Burgemeesters en voorzitters van Veiligheidsregio's krijgen een andere rol, de publieke perceptie gaat een grotere rol spelen. Er komen complexe vraagstukken bij elkaar en daar moet je als manager of bestuurder mee verder. Dat vind ik heel interessant."

Vaak gaat het om samenwerking tussen verschillende maatschappelijke actoren. Hoe breng je die op één lijn?

"Ik heb veel programma's en projecten gedaan waarbij bedrijven, de overheid en kennisinstellingen met elkaar samenwerken. Het programma Duurzame Veiligheid 2030, over de veiligheid van de (petro)chemische industrie, is daar een voorbeeld van. Elke keer viel me op hoe verschillend de taal en de cultuur en de verwachtingen zijn. Het probleem is dat je geen gezamenlijke taal spreekt. Het kwam geregeld voor dat we een document schreven dat voor de ene groep helemaal akkoord was, maar voor de achterban van de andere groep ongeschikt. Ik heb binnen en buiten de overheid gewerkt en heb geconstateerd dat bij de overheid precisie in de gebruikte woorden heel belangrijk is, dus dat je het goed formuleert. Bij het bedrijfsleven is over het algemeen – ik generaliseer nu enorm – krachtige taal gericht op de praktische uitvoering belangrijk. Dat overbruggen is niet makkelijk. Ik denk dat de VNCI hierin een brugfunctie kan vervullen. Er werken mensen die zowel de taal van de industrie als de taal van de overheden en het grote publiek beheersen."

Is dit een onderwerp dat besproken wordt in de Maatschappelijke Adviesraad van de VNCI, waar je sinds afgelopen december voorzitter van bent?

"Zeker. Zoals de VNCI ons gevraagd heeft, denken we kritisch mee en stellen we vragen die anders niet gesteld zouden worden. Vanuit die opdracht hebben we onlangs Transitie als Kans2 besproken (de strategie van de VNCI voor de jaren 2020-2024, waarin de transitie naar een CO2-arme en circulaire economie centraal staat – red.). Een heel interessant rapport, oprecht ook. Maar we vonden de stukken – ongenuanceerd gezegd – óf op de Haagse politiek óf op de eigen achterban gericht. Dat zou breder kunnen, zodat je er bijvoorbeeld ook jongeren mee bereikt. Ons advies was ook: wees wat opener over de vragen waar je mee worstelt. Stel je wat kwetsbaarder op in de communicatie. De boodschap wordt sterker als je ook vertelt over je dilemma's, over je twijfels en kwetsbaarheden. Zeker bij de jongere generaties kom je dan beter over."

Als je je kwetsbaar opstelt ben je ook een makkelijker doelwit.

"Het stoïcisme (een filosofische stroming ontstaan in 300 voor Christus in Griekenland - red.) beschrijft een aantal basisregels die mensen gelukkig maken: leef gezond (jezelf dingen ontzeggen), blijf dicht bij jezelf, wees niet te veel bezig met wat anderen wel of niet over je zouden kunnen zeggen maar vaar op je eigen morele kompas, experimenteer (haal jezelf uit je comfort zone en probeer nieuwe dingen) en zorg goed voor anderen. Deze regels kun je makkelijk vertalen naar organisaties: business continuity (jezelf dingen ontzeggen), duidelijk zijn over wie je bent en wat je doet en daar consistent in zijn, experimenteren (vernieuwen of innoveren), en last but zeker not least: zorg goed voor de wereld. Als je dat allemaal doet sta je sterker in een wereld waarin feiten en fictie wat door elkaar lopen. En omdat het je sterker maakt kun je je makkelijker kwetsbaar opstellen. Organisaties zijn wat dat betreft net mensen.”


De Maatschappelijke Advies Raad is voor de VNCI een klankbord om scherp, kritisch en creatief de kernthema's uit de VNCI-strategie, Transitie als Kans2, te bespreken. Maar ook om andere onderwerpen te agenderen waarmee de VNCI haar focus op een duurzame chemie verder kan aanscherpen.