Op naar één industriële brandbestrijdingspool

De Gezamenlijke Brandweer (GB), een samenwerkingsverband tussen ongeveer zestig bedrijven in het haven- en industriegebied van Rotterdam en de Gemeente Rotterdam, gaat ruim zes miljoen euro investeren in een industrieel mobiel brandbeschermingssysteem om tankputbranden in het Rotterdamse havengebied te bestrijden. Het is volgens directeur Jan Waals een mooi voorbeeld van hoe de Gezamenlijke Brandweer een brug heeft weten te leggen tussen het bevoegd gezag en de BZRO-bedrijven die onder de veiligheidsregels van PGS 29 (bovengrondse opslag van brandbare vloeistoffen in verticale cilindrische tanks) vallen. Deze aangescherpte regels gaan eind dit jaar in en stellen strenge eisen aan bedrijven om tankputbranden te bestrijden. 

De Gezamenlijke Brandweer Rotterdam beschikt als enige brandweerkorps in Nederland over een industriële brandbestrijdingspool.

 

Roger Slegt, voormalig lead site safety engineer bij ExxonMobil in Rotterdam en lid van de Stuurgroep Tankputbranden, is ook content met het systeem. De overheid wilde aanvankelijk dat bedrijven met tankputten fors investeerden in afzonderlijke industriële blussystemen, zoals foam pourers, leidingen en blusschuimvoorraad. “Incident-scenario’s van de industrie laten zien dat tankputbranden maar één keer per tien miljoen jaar voorkomen”, zegt hij. “Dat rechtvaardigt, zeker in deze moeilijke economische tijden, niet de grote individuele investeringen. Door deze collectieve aanpak realiseert de industrie een hoog veiligheidsniveau en voor de GB-leden een acceptabel kostenniveau.” Het systeem wordt eind 2021 opgeleverd. Het is ook inzetbaar voor andere branden, bijvoorbeeld bij opslagen met gevaarlijke stoffen die onder PGS 15 (opslag van verpakte gevaarlijke stoffen) vallen. 

Snel en adequaat

De GB is sinds 1998 actief in het Rotterdamse havengebied. Hierin werken brandweerlieden van chemiebedrijven en de publieke brandweer nauw met elkaar samen. Ook oefenen ze regelmatig met elkaar. Vorig jaar startte een vergelijkbaar samenwerkingsverband in het havengebied van Amsterdam. Ook Moerdijk heeft een vorm van publiek-private samenwerking. Verder zijn de industriële brandweerkorpsen van Sitech Geleen op Chemelot, Dow Terneuzen en Shell Moerdijk en de GB sinds januari 2020 verenigd in het PII (Platform Industriële Incidentenbestrijding) om snel en adequaat op industriële incidenten te kunnen reageren. En in de Eemsdelta onderzoeken de betrokken partijen momenteel via een financiële bijdrage gebaseerd op de Subsidieregeling Versterking omgevingsveiligheid (de zogenaamde Safety Deal-regeling) de mogelijkheden die samenwerking biedt (zie kader). Safety Delta Nederland streeft ook naar meer publieke en private samenwerking bij brandweerkorpsen in de zes Nederlandse chemieclusters (zie kader).

Urgentie neemt toe

De urgentie voor meer samenwerking neemt toe. Zo stellen de in 2020 aangescherpte PGS 29-regels strenge en kostbare veiligheidseisen om tankputbranden effectief te bestrijden. Daarnaast ligt er een uitspraak van het Europese Hof van Justitie. Die verplicht de publieke brandweer om vrijwilligers dezelfde beloning te bieden als beroepskrachten. Ook krijgen brandweerkorpsen het steeds drukker om incidenten te bestrijden bij bedrijven die met gevaarlijke stoffen werken maar net niet onder de BRZO-wetgeving vallen. Deze bijna BRZO-bedrijven moeten gezien het advies naar aanleiding van de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s straks wellicht ook een bedrijfsbrandweer hebben. Dat is voor een individueel bedrijf vrij kostbaar, dus moet er wel worden samengewerkt om hier invulling aan te geven. En tot slot is er veel discussie over de nadelige gevolgen voor het milieu van fluorhoudend blusschuim, essentieel voor de bestrijding van grootschalige chemie- en tankputbranden. Vooralsnog is er – zeker voor grote branden – nog geen milieuvriendelijker alternatief beschikbaar.

Kilometers slang

De GB in het Rotterdamse havengebied beschikt als enige brandweerkorps in Nederland over een industriële brandbestrijdingspool. Het materieel uit de pool is bedoeld om onder meer branden in opslagtanks en chemiebedrijven in de haven te blussen. Hier is nu ook de bestrijding van tankputbranden bij gekomen, waarvoor eind 2021 het industriële mobiele brandbeschermingssysteem inzetbaar is. De brandbestrijdingspool beschikt over goed getrainde brandweerlieden, twee bluskanonnen met een gezamenlijke capaciteit van ruim 80.000 liter per minuut, een voorraad van 120.000 liter schuimvormend middel en kilometers slang met een diameter van 20 cm. 

Brandweerexperts verwijzen vaak naar Zweden, dat drie mobiele systemen heeft om tankputbranden te bestrijden. Dat land kent een verplichte landelijke samenwerkingsstructuur voor overheid en industrie voor het afdekken van de risico’s van extreem grote industriële branden. Naast de eigen bedrijfsbrandweren van chemiebedrijven, raffinaderijen en tankterminals, is er voor de bestrijding van tank- en tankputbranden een materieelpool op nationale schaal. Hier moeten we ook in Nederland naar toe, stelt Waals. “Eén industriële brandbestrijdingspool voor alle zes chemieclusters in Nederland volstaat. Het is veiliger voor de brandweerlieden, bovendien zijn er met één pool geen grotere investeringen nodig. Ook is het beter voor het milieu en goedkoper om landelijk één grote strategische voorraad blusschuim aan te houden.” 

De veiligheid komt hierbij volgens hem niet in het geding. “Nederland is een klein land en vanuit Rotterdam kunnen we binnen de verplichte vier uur bij een brand in een ander chemiecluster zijn.” Maar als er nu tegelijkertijd brand uitbreekt? “Dergelijke grote branden komen zo weinig voor dat één pool genoeg is. Dat moet een aanvaardbaar bestuurlijk risico zijn.” 


Safety Delta Nederland kan rol spelen in kennisuitwisseling

Financiering blijft een van de grootste obstakels voor samenwerking tussen publieke en private brandweerkorpsen. Chemiebedrijven die volgens de Veiligheidsregio geen brandweer nodig hebben stellen dat ze via de belasting al voor de brandweer betalen. Uit de evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s komt het advies om te onderzoeken of de aanwijzingsbevoegdheid voor bedrijfsbrandweer kan worden verruimd. Dan kan betekenen dat mogelijk straks ook de bijna-BRZO-bedrijven wellicht een bedrijfsbrandweer moeten hebben. “Veel bedrijven, ook in de chemie, zitten op hetzelfde bedrijfsterrein. Soms hebben ze een gezamenlijke brandweer, maar niet altijd. Daarom ligt samenwerking voor de hand”, zegt Arjan van Dijk, programmadirecteur van Safety Delta Nederland (SDN). Kennisuitwisseling over en weer is volgens hem essentieel voor een veilige brandweervoorziening. “SDN kan hierbij een rol spelen. Bijvoorbeeld door in het kennisportaal naar de Best Beschikbare Technieken op brandweerbestrijdingsgebied te verwijzen. Of door vragen van bedrijven te verzamelen en hier binnen het expertnetwerk antwoorden voor te vinden. En door te onderzoeken welke risico’s nu aanvaardbaar zijn.


 

“Landelijk één grote strategische voorraad blusschuim aanhouden is beter voor het milieu en goedkoper”

 

Vraagtekens Veiligheidsregio

Annemarie van Daalen, directeur Risico- en Crisisbeheersing van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, heeft zo haar bedenkingen. Volgens haar is de kans altijd aanwezig dat er binnen de verschillende chemieclusters tegelijkertijd een brand uitbreekt. “Daarom heeft het vanuit de Veiligheidsregio – als bevoegd gezag – niet de voorkeur om één industriële brandbestrijdingspool op te zetten voor heel Nederland.” 

Zij roept chemiebedrijven die geen formele aanwijzing van de Veiligheidsregio hebben in het kader van een bedrijfsbrandweerverplichting op om wel hun verantwoordelijkheid te nemen. Ze moeten volgens haar investeren in publiek-private samenwerking voor brandweerzorg die recht doet aan specifieke brandveiligheidsaspecten van de industrie. De financiering van de publieke brandweer is gebaseerd op het aantal inwoners van een regio en nauwelijks op het veelvoud van zowel kleine als grote industriële activiteiten in de regio’s. Een goede samenwerking, ook financieel, leidt volgens haar op den duur tot een win-winsituatie op het vlak van professionele slagkracht bij brand en andere incidenten en daarmee voor winst op veiligheid en economisch vestigingsklimaat. Van Daalen benadrukt dat de kwaliteit van de brandweervoorziening in de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond sinds de start van de GB met enorme sprongen vooruit is gegaan. “Wanneer zowel overheid als bedrijven het alleen doen, lukt het ze niet om een vergelijkbare kwaliteit neer te zetten.”


Standpunt VNCI | Ongevallenbestrijding gebaat bij publiek-private samenwerking


Ook voor Eemsdelta ligt toekomst in samenwerking overheid en bedrijven

“We maken Nederland veiliger door samen te werken. Niet door meer regels”, stelt Frans Alting, directeur Samenwerkende Bedrijven Eemsdelta (SBE). SBE is met een financiële subsidiebijdrage een onderzoek gestart naar de mogelijkheden die samenwerking biedt. Het initiatief gaat uit van de gedachte dat niet meer regels maar een hechte samenwerking de oplossing vormt voor een vergroting van het veiligheidsniveau. “Onlangs zijn 25 interviews met belanghebbenden afgerond. Hierin zijn verschillende vormen van samenwerking besproken”, vertelt Alting.

Hoewel er in de regio geen publiek-private samenwerking met de brandweer is, werken bedrijven, overheden en belangenorganisaties al sinds 2015 samen om de veiligheid in chemie- en industriepark Oosterhorn in Delfzijl te verhogen. Ook oefent de Falck-brandweer van het chemiepark regelmatig met de publieke brandweer. Alting is ervan overtuigd dat ook voor de Eemsdelta de toekomst in intensievere samenwerking tussen overheid en bedrijven ligt. “Bedrijven hebben steeds meer ambities om de veiligheid op een hoger niveau te brengen. Aan de andere kant heeft de overheid zo haar uitdagingen voor de toekomst om de dienstverlening van bijvoorbeeld de brandweer op orde te houden door de ontwikkelingen rond de Europese deeltijdrichtlijn (die stelt dat deeltijdwerkers op dezelfde manier behandeld moeten worden als voltijd werkers – red.)”