VNCI blij met verruiming SDE++, toch enkele kanttekeningen

Het PBL heeft op verzoek van het ministerie van EZK het eindadvies voor 2021 gegeven over de subsidieregeling SDE++ (Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie). De Koninklijke VNCI is blij met de openstelling voor meer technieken, omdat dit nodig is voor het halen van de doelen in het Klimaatakkoord, maar plaatst toch enkele kanttekeningen.

 

De SDE++ is sinds 2020 opengesteld om energiezuinige en CO2-uitstoot reducerende technieken te stimuleren. Dit jaar wordt deze regeling weer opengesteld en kunnen industriële partijen inschrijven om de onrendabele top van investeringen in CO2-reductie af te dekken voor belangrijke categorieën. De openstelling van de regeling loopt van 21 september t/m 14 oktober 2021. Het beschikbare budget is € 5 miljard (gelijk aan 2020).

Voor 2021 is een aantal nieuwe technieken opgenomen, zo blijkt uit het PBL-advies. Het gaat onder meer om geavanceerde hernieuwbare brandstoffen en CO2-afvang voor de glastuinbouw. Maar helaas vinden nog lang niet alle CO2-reductiemaatregelen hun weg binnen de SDE++, zo blijkt ook uit de brief die minister Van ’t Wout van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Hij geeft aan dat verschillende technieken niet geschikt zijn voor het generieke instrument. Dat nu wordt gezocht naar ander faciliterend beleid vindt de VNCI wel een goede zaak.

Hard nodig

Met name circulaire oplossingsroutes met effecten buiten de landsgrenzen komen niet goed uit het SDE++-advies. Zo betreurt de VNCI het dat chemische recycling niet in aanmerking komt voor de regeling, omdat alleen de CO2-reductie in Nederland binnen de systematiek past en deze moeilijk te bepalen is. Bij de hoogwaardige inzet van bio-grondstoffen geldt eenzelfde argumentatie.

“Ik begrijp de complexiteit van het inpassen van deze technieken in de SDE++”, zegt Martijn Broekhof, hoofd Klimaat en Energie bij de VNCI, “maar voor de chemie, en voor de economie in zijn geheel, zijn deze oplossingen heel hard nodig om onze klimaat- en circulaire doelstellingen voor 2050 te halen. Als deze technieken niet binnen de SDE++ passen, moeten we zoeken naar andere mogelijkheden om de ontwikkeling van deze technieken te versnellen.”

De VNCI wijst er ook op dat inzet van biogrondstoffen voor hoogwaardige toepassingen op een brede politieke steun kan rekenen, getuige de verkiezingsprogramma’s. De VNCI ziet de inzet van biogrondstoffen in de chemie als een cruciale ontwikkelingsroute om chemische bouwstenen en daarmee de hele productwaardeketen duurzamer te maken. Investeringen in verduurzaming van de chemische feedstock leveren daarmee een bijdrage aan de klimaatdoelstellingen en aan de circulaire economie van Nederland én van Europa.

Kostbare tijd

Tot slot mist de VNCI urgentie in het proces om te komen tot een goed werkende SDE++. Dit jaar wordt de subsidieregeling maar één keer opengesteld. Hierdoor is het leereffect van de regeling heel laag. De vraag ‘Is het instrument op de goede manier afgesteld om investeringen in de technieken te stimuleren?’ kan daarmee pas een jaar later beantwoord worden, stelt Broekhof. “Dit zien we bijvoorbeeld terug in het advies over elektrische warmtepompen. Het PBL geeft aan dat er nog onvoldoende ervaring is op basis van de resultaten van de ronde 2020. Hierdoor komt er geen aanpassing in 2021, maar op zijn vroegst pas in 2022. Er zit dus twee jaar tussen de papieren inschatting van het PBL en de mogelijke aanpassing op basis van de resultaten in de praktijk. Dat is kostbare tijd die we verliezen op weg naar 2030.”