VNCI-lid Sonneborn: “We maken de olie volledig inert”

Sonneborn maakt uit zware oliefracties zeer zuivere, inerte toepassingen, die als drager dienen voor onder meer crèmes, lipbalsem en kaasverpakking. Een deel van de markt vraagt nu ook om producten op basis van ‘natuurlijke’ grondstoffen. “Aan ons de uitdaging om dat voor elkaar te krijgen.”

Zonnebrand, kauwgom, antibiotica. Bij al deze consumentenproducten is de kans groot dat Sonneborn ergens in de keten de grondstoffen heeft geleverd. Die worden gemaakt uit zware fracties uit de raffinage van minerale oliën (aardolie). “Ze zijn vanwege de lange moleculen niet brandbaar en dus veilig”, legt plant manager Floris Hekster uit. “Plus ze bieden een bepaalde smeerbaarheid.” De fracties worden gezuiverd van alle verbindingen met een functionele groep of dubbele binding, tot alleen de verzadigde koolwaterstoffen overblijven. “Simpel gezegd: we halen alle reactiviteit uit de olie en maken die volledig inert. En uit die inertheid haalt het product zijn functie.”

"Traditionele op minerale oliën gebaseerde producten hebben zich in een lange historie bewezen in hun inertheid"

De producten, in vloeibare (olie), stroperige (petrolatum) en vaste vorm (was), dienen vooral als drager, en bieden tegelijkertijd ook een mate van smeerbaarheid en opname in en door de huid. Ze worden geleverd aan industriële afnemers in een groot aantal landen en vinden uiteindelijk hun toepassingen in de farmaceutische, cosmetische, technische en voedingsmiddelenindustrie. “Wij leveren aan formulatoren”, vertelt product line manager Patrick Ascher. “Aan het einde van de keten worden onze ingrediënten onderdeel van een eindproduct dat je in de winkel kan tegenkomen.” Zoals: lipbalsem, babycrème, haarwax, kauwgom of de waslaag ter bescherming van kaas. “En daar zitten alle grote wereldmerken bij”, verzekert Hekster.
In de cosmetica kunnen de producten dragers zijn voor bijvoorbeeld een shampoo, in de farmaceutische industrie voor bijvoorbeeld een vaccin voor dieren. “Het vaccin moet in een druppeltje olie zitten, anders kun je niet vaccineren”, legt Hekster uit. Uiteraard voldoen de producten aan alle internationale wetgeving op het gebied van voedselveiligheid en geneesmiddelen.

Meer toegevoegde waarde

Het bedrijf, dat een lange geschiedenis heeft in Nederland, is twee jaar geleden van een private equity-partij overgenomen door het Amerikaanse oliebedrijf HollyFrontier. De focus van HollyFrontier verschuift steeds meer van raffinage naar ‘specialities’ en duurzame producten. “Dat is toekomstbestendiger dan producten die je verbrandt”, aldus Ascher. “De markt van ruwe olie en raffinage is altijd heel cyclisch geweest, vooral de laatste jaren zie je hoe kwetsbaar die is, met grote druk op de marges. Met ‘specialties’ zitten we verder in de keten en kunnen we meer toegevoegde waarde bieden, hoogwaardige toepassingen voor high end-klanten. Het gaat dan ook niet om volumes van honderden tonnen, maar om enkele vrachtwagens of zelf drums.”  


Verduurzaming

Sonneborn is een middelgrote energieverbruiker. “Voor Amsterdamse begrippen zijn we groot, voor Rotterdamse begrippen bestaan we niet”, aldus Hekster. Toch zijn er voldoende uitdagingen op het gebied van energie- en CO2-reductie. Het bedrijf is betrokken geweest bij de ontwikkeling van de strategie voor de Amsterdamse haven, waarbij het onder meer gaat over netwerken, alternatieve brandstoffen zoals waterstof en CCS. Een concreet project is het betrekken van stoom van energiebedrijf AEB. “We zitten nu in de eerste fase”, aldus Hekster.


Hekster heeft een chemische achtergrond en is bij de overname plant manager geworden “van deze mooie fabriek”, zoals hij het noemt. Daarvoor was hij er engineering manager. Ascher, die sinds een jaar bij het bedrijf zit, heeft een commerciële achtergrond en heeft onder meer gewerkt bij Sony Chemicals. Dat Sonneborn nu onderdeel is van een wereldwijd bedrijf biedt volgens hen het voordeel dat er nuttige kennis kan worden gedeeld, zowel op operationeel gebied als op het gebied van sales en technologie-innovatie. “Bovendien opereren al onze klanten op wereldniveau,” voegt Hekster toe. Als voorbeeld van de wereldmarkt die Sonneborn bedient noemt hij de rode kaaswas. “Daar maken wij in Nederland twee verschillende versies van, één met de Europees goedgekeurde kleurstof en één met in de VS goedgekeurde kleurstof.”  

Babybillen

Sonneborn heeft te maken met twee verschillende vragen uit de markt. Enerzijds hebben de industrie en de pharma behoefte aan de traditionele op minerale oliën gebaseerde producten die zich in een lange historie bewezen hebben in hun inertheid. “Die klanten zijn daar heel blij mee,” aldus Ascher. Anderzijds ziet hij in met name de personal care en de food een tendens ontstaan tegen minerale oliën. “Klanten vragen meer om zogenaamd natuurlijke producten. Die richting zien we (nog) niet ook in de pharma. Wij willen hierin uiteraard meegaan, maar we constateren tegelijkertijd dat er een discussie gaande is over beschikbaarheid van grondstoffen en over de consistentie van de productkwaliteit over een langere periode.” 

Hekster illustreert de tweedeling in de markt met een wat zwart-wit geformuleerde stelling: “Ik heb liever een zuivere standaard minerale crème op de billen van mijn baby dan een crème die beter voor het milieu lijkt maar waarvan mijn baby uitslag krijgt. Daarmee zeg ik niet dat alle biologische producten niet zuiver zijn, maar die uitdaging is op dit moment daar wel veel groter. De maatschappij wil bepaalde dingen niet meer, maar tegelijkertijd verwacht men – terecht – bepaalde kwaliteitseisen, in dit geval inertheid. Op minerale olie gebaseerde crème biedt dat. Plantaardige producten daarentegen bevatten per definitie heteroatomen, die zorgen voor reactiviteit. En dat wil je niet hebben bij een toepassing die je direct op de huid smeert of via voedsel of een geneesmiddel in je lichaam brengt. Daarin wil je geen enkel compromis sluiten en daar is dus nog veel werk nodig.”

Tweede golf

Hekster ziet twee golven in deze ontwikkeling. In de eerste golf worden producten ontwikkeld op basis van rationele inzichten, in de tweede golf speelt vooral publiciteit een rol. “Dus dat er in de krant zou staan dat we met shampoo zoveel ton aardolie het milieu in spoelen. Deze tweede golf gaat momenteel veel sneller. De publieke opinie denkt daardoor dat natuurlijke producten beter zijn. Maar het is nog wel een uitdaging om met plantaardige producten dezelfde inertheid te bereiken als met minerale oliën. Aan ons uiteraard de uitdaging om dat voor elkaar te krijgen. Wij zien nog steeds een goede toekomst voor minerale oliën, maar tegelijkertijd gaan wij met een deel van onze klanten mee in hun nieuwe wensen door projecten te starten gebaseerd op natuurlijke oliën en op hybride vormen.” 


Lid Koninklijke VNCI

Na de overname door HollyFrontier en het aantreden van plant manager Floris Hekster ging Sonneborn anders tegen het lidmaatschap van een branchevereniging aankijken. Hekster: “Wij zijn een middelgroot bedrijf, zonder afdeling die ons op de hoogte houdt van de ontwikkelingen, en het lidmaatschap van de VNCI is een mooie manier om op de eerste rij te zitten en te weten wat er gebeurt en daar invloed op te hebben. De voordelen merkte ik bijvoorbeeld vorig jaar bij de eerste lockdown. Ik was bij bepaalde instanties op zoek naar de brief waarmee ik kon aantonen dat wij een essentieel bedrijf zijn. Dat bleek niet zo eenvoudig. Tot ik hoorde dat de VNCI die brief de week ervoor al naar al haar leden had verstuurd. Daarnaast mogen wij sinds de invoering van de AVG geen alcohol- en drugstesten meer doen op grote schaal, alleen met heel veel mitsen en maren. Daar maak ik me druk over, en dan ondersteun ik graag een belangrijke lobbyclub die de juiste dingen voor elkaar probeert te krijgen voor onze industrie en dus ook voor ons bedrijf.”



Historie

Sonneborn heeft in Nederland twee vestigingen, in Amsterdam en in Koog aan de Zaan. In 1909 werd in Haarlem de Nederlandse Raffinaderij van Petroleumproducten opgericht. Dit bedrijf nam later firma Jonk in Koog aan de Zaan over, die hoogwaardige wasproducten maakte. De vestiging in Amsterdam, toen nog in het dorp Sloten, werd opgericht in 1963. In 1968 verkocht de Nederlandse Raffinaderij van Petroleumproducten al haar belangen aan het Amerikaanse Witco. Na een splitsing werden de Nederlandse vestigingen onderdeel van Crompton & Knowles, waar ook Chemtura onder viel, en waren daarna twaalf jaar eigendom van verschillende private equity-partijen. Twee jaar gelden werd Sonneborn overgenomen door het Texaanse oliebedrijf HollyFrontier, met wereldwijd 3800 werknemers. Sonneborn heeft productielocaties in Pennsylvania en in Nederland. In de twee vestigingen in Amsterdam (BRZO) en Koog aan de Zaan werken 180 mensen.