Verkiezingsdebat over Klimaatakkoord en verduurzaming

“5,6 miljard euro staat in Brussel klaar om Nederland te helpen versneld te verduurzamen”, zei Diederik Samson in zijn keynote speech aan het begin van het verkiezingsdebat dat de VNCI samen met de VNPI organiseerde op 26 januari. “Maar waar blijven de plannen?” vroeg de rechterhand van Eurocommissaris Timmermans (beide PvdA) zich vervolgens af.

 

Samsom: “Nederland kan een voorsprong nemen in het Europese peloton en daarvan profiteren, maar dan moet er wel wat gebeuren. Aarzel niet om te beginnen, zodat de Nederlandse regering geïnspireerd raakt om de best mogelijke plannen in te dienen.”

Centraal in het debat stonden het Klimaatakkoord, de EU Green Deal en de verduurzaming van de industrie. Op de vraag van Erik Klooster van de VNPI hoe we de kosten van de benodigde technologie omlaag kunnen brengen, antwoordde Samson dat het Innovatiefonds (ETS) nu al ingezet kan worden op demoprojecten. Manon Bloemer van de VNCI vond dat Samson circulariteit had moeten noemen in zijn speech. Hij beaamde dat en verklaarde dat “klimaat, circulariteit en biodiversiteit wagens zijn die op drie verschillende snelheden rijden.”
 

Aanpassing Klimaatakkoord

Aansluitend gingen de kandidaat-Kamerleden Marinus Tabak (VVD), Henri Bontenbal (CDA), Joris Thijssen (PVDA), Chris Stoffer (SGP) en Marcel Beukeboom (D66) met elkaar in debat, te beginnen over de vraag of een aanpassing van het Klimaatakkoord nodig is. Uit een live-peiling onder de bijna 300 deelnemers (56% was afkomstig uit de industrie) bleek 51% voor aanpassing. In de levendige discussie die ontstond, pleitte Thijssen voor een “ambitieuzer en eerlijker” klimaatakkoord, Stoffer wilde vooral een “consistenter en voorspelbaarder” beleid. Tabak stelde dat we over 55% CO2-reductie “weer vier jaar gaan debatteren en ondertussen gebeurt er niks. Laten we eerst maar proberen die 49% te halen.”

De volgende stelling luidde: technologieontwikkeling of reductietechnologie? (56% van het publiek koos voor het eerste). Beukeboom vond CCS een “achterhoedegevecht, zeker voor de lange termijn”, Tabak was voor “en-en” en vond bovendien dat niet de overheid hierover moet beslissen maar “een commissie van wijze mensen”. Thijssen zag het als een tussenstap, op de langere termijn moeten we inzetten op groene waterstof en elektrificatie. Volgens Bontenbal is het “geen keuzemenu, maar moeten we alles inzetten wat we nodig hebben”. Ook bij de vraag of de transitie betaald moet worden uit de ODE of uit algemene middelen stonden Tabak (“het is vestzak-broekzak, we gaan het uiteindelijk toch met z’n allen betalen”) en Thijssen (“de vervuiler betaalt”) tegenover elkaar. Bontenbal hekelde de polarisatie tussen bedrijven, politiek en burger. “Met zondebokpolitiek komen we niet ver. We moeten het samen doen.” De peiling wees uit dat 70% voor afschaffing van de ODE is.

In zijn slotwoord noemde Samson de grote vorderingen op klimaatbeleid in andere landen, met China voorop en sinds het aantreden van Biden ook kansen in de VS. “De nieuwe concurrentiestrijd wordt gevoerd op het gebied van duurzaamheid.” Hij is optimistisch over Nederland. “Als het Nederland niet lukt, dan hou ik mijn hart vast voor de rest van de wereld.”