CDA: de industrie transformeren en behouden

Op 17 maart zijn er Tweede Kamerverkiezingen. Welke plannen hebben de verschillende politieke partijen met de chemische industrie? Chemie Magazine vraagt het aan 12 politieke partijen. Mustafa Amhaouch, woordvoerder Economische Zaken, Buitenlandse Handel, Infrastructuur en Waterstaat, licht de plannen van het CDA toe.

"Nederland heeft 'Parijs' ondertekend. Tegelijkertijd moeten we ons toekomstig groeivermogen veiligstellen, zodat we voldoende blijven verdienen om de verzorgingsstaat te kunnen onderhouden. Daar is de maakindustrie onmisbaar voor, met name de chemische industrie. Volgens mij stoelt dat op drie pijlers: kennis- en talentontwikkeling van leerlingen en werknemers, R&D en innovatie en infrastructuur. Daar heeft de overheid zeker een rol in. Niet door zomaar het geld op tafel te leggen, maar door in publiek-private constructies innovatieve meerjarige programma’s te faciliteren die met nieuwe transitietechnieken komen en waarbij we breed kijken hoe we de chemische industrie kunnen transformeren. Initiatieven als Invest-NL en Het Nationaal Groeifonds kunnen daarbij een rol spelen. Je moet beginnen met bepalen welke technologieën het meest haalbaar zijn, zodat we niet op de verkeerde gokken en de boot missen. Belangrijk is dat die programma’s gedragen worden door zowel het bedrijfsleven als de overheid, die beide investeren in techniekontwikkeling. Als we daarin slagen, komen de investeerders vanzelf. Je ziet nu al dat de grote pensioenfondsen en financieringsinstellingen steeds groener worden en niet of minder investeren in vervuilende industrieën.

"We moeten ons toekomstig groeivermogen veiligstellen. Daar is de maakindustrie onmisbaar voor, met name de chemische industrie."

Een voorwaarde voor een geslaagde transitie is de infrastructuur, voor elektriciteit en waterstof. Chemelot bijvoorbeeld, in de provincie Limburg waar ik vandaan kom, is voor de verduurzaming afhankelijk van stroomkabels. Het is een belangrijke verantwoordelijkheid van de overheid om dit soort zaken te faciliteren. Er zijn verschillende Europese fondsen, zoals Just Transition Fund en EFRO-gelden, die expliciet een aantal chemieregio's benoemen, ook in Nederland. Maar laten we zoals ik al zei, eerst de goede plannen op tafel leggen. Als die er zijn, hoeft geld niet direct een probleem te zijn.

De grootste zorg die ik heb is de arbeidsmarkt, het grote groot tekort aan technisch personeel. We zullen meer aan bij- en omscholing moeten doen, regulier onderwijs is niet voldoende. Het imago van de chemische industrie speelt hierbij wellicht een rol. Het zou het helpen als de captains of industry zich wat vaker in het maatschappelijke debat mengen. Je kan het niet allemaal aan de politiek overlaten. Ik zie weinig mensen uit de chemische industrie een pleidooi houden. Terwijl duidelijk is dat deze industrie onmisbaar is voor onze welvaart en ook voor ons welzijn, zie de desinfectiemiddelen en de mondkapjes.

De coronacrisis bracht ook een aantal zwaktes aan de oppervlakte. Reshoring is nu een belangrijk thema: welke productie kunnen we terughalen naar Nederland en Europa zodat we minder afhankelijk worden van andere delen van de wereld. Maar reshoring begint wat mij betreft met voorkomen dat huidige industrieën vertrekken. De CO2-heffing hoeft daar geen invloed op hebben, mits je een flankerend beleid voert. We moeten verduurzamen, maar daarbij is ook de vraag belangrijk wat we kunnen absorberen, zodat we nog steeds de economie overeind kunnen houden. We moeten de industrie transformeren en behouden en niet de nek omdraaien."

 


VNCI analyseert de programma's

Wat zijn de belangrijkste punten uit de partijprogramma's voor de chemische industrie? Je leest het op onze verkiezingspagina.