15.12.2020

Werken in de chemie met Connie Paasse


Wat is er zo boeiend aan chemie en wat maakt werken in de chemiesector zo leuk? Chemie Magazine vraagt het aan mensen die een chemie-opleiding hebben gedaan en nu in de chemie werken. Deze keer Connie Paasse. Een feministische moeder en gedreven scheikundedocente plaveiden het pad voor de chemisch technoloog. Na tientallen jaren vol buitenlandse avonturen wil ze nu als kersverse directeur van de Green Chemistry Campus de chemie helpen vergroenen. “We staan voor een enorme uitdaging, groter dan zure regen of het gat in de ozonlaag.”

‘Hier kan ik werken aan een groene toekomst’

Tekst: Inge Janse

 

1 Aan welke consumentenproducten lever jij een bijdrage?

Op de Green Chemistry Campus in Bergen op Zoom ondersteunen wij bedrijven die fossiele grondstoffen vervangen door groene, zoals uit houtsnippers, groenafval en de niet-eetbare reststromen van de suikerbieten- en aardappelteelt. Onze klanten, van start-up tot multinational uit chemie en agro, nemen zelf de technologie mee. Op onze campus leveren wij faciliteiten voor labwerk en pilotplants. Ook ondersteunen we bij business development, zoals het vinden van klanten, subsidies en andere financiering.

Een goed voorbeeld is het Shared Research Center Biorizon van TNO en het Vlaamse VITO. In onze demofaciliteiten werkt het samen met de industrie aan de technologische ontwikkeling van bio-aromaten. 40 procent van alle chemicaliën zijn aromatisch van aard en ze komen voor in een breed scala van consumentenproducten: van verf tot lijm, van cosmetica tot schuimrubber, en van plastic tot autobanden. Het mooie is dat bio-aromaten door het gebruik van hernieuwbare grondstoffen niet alleen duurzamer zijn dan hun petrochemische tegenhangers, maar vaak ook nog betere eigenschappen hebben, zoals betere krasvastheid, uv-bestendigheid of meer glans.

Als directeur geef ik sinds november richting aan wat wij doen. Ik had bijvoorbeeld gisteren een aandeelhoudersvergadering met de provincie Brabant, de gemeente Bergen op Zoom en de regionale ontwikkelingsmaatschappij REWIN. Zij hebben een visie op vergroening van de economie en het creëren van nieuwe banen. Ik vertaal hun wensen en eisen naar een vijfjarenplan en zorg ervoor dat dit gerealiseerd wordt.

Zelf kom ik niet meer op het lab om proefjes te doen, maar ik ben genoeg techneut om te begrijpen waar onze bedrijven aan werken. Met mijn kennis van chemie en technologie kan ik ook vrij snel inschatten hoe goed een nieuw idee is, wat het economisch kan opleveren, en daar de juiste vragen over stellen.

 

‘Tijdens mijn sabbatical studeerde ik klimaatmodellering en
kwam het klimaatprobleem veel urgenter op mijn netvlies.’

2 Wat vertel jij kinderen als zij vragen wat voor werk je doet?

Wij helpen de wereld om groen te groeien. Veel van wat je om je heen ziet, is namelijk gemaakt van aardolie en aardgas. Maar daar komt CO2 bij vrij, waardoor het klimaat opwarmt. Op onze campus willen we dat oplossen door olie en gas te vervangen door grondstoffen uit planten. Een matras bevat normaal stoffen uit olie, en wij werken bijvoorbeeld aan een matras op basis van planten.

Een fabriek met groene grondstoffen werkt heel anders dan met olie als grondstof. Daarom moeten we proefjes doen om uit te zoeken hoe dat zit. Ik ben verantwoordelijk voor de fabriekshal waarin mensen die proefjes doen. Ook zorg ik ervoor dat de afspraken gemaakt zijn met de gemeente om hier te mogen werken, en denk ik mee over hoe we geld kunnen verdienen met groene producten.

 

3 Hoe ben je in deze baan terechtgekomen?

Ik vind het gewoon leuk om uit te vinden hoe iets werkt. Toen ik 5 was, haalde ik het scheerapparaat van mijn vader uit elkaar om te kijken hoe het werkte. Ik kreeg het alleen niet meer terug in elkaar. Bovendien was mijn moeder heel feministisch. Zij zei: ‘Het feit dat je een meisje bent, is geen reden om iets niet te doen.’

Op de middelbare school vond ik de bètavakken veel makkelijker dan taal en geschiedenis. Ik had ook een heel leuke scheikundelerares die me erg motiveerde. En omdat ik installaties in fabrieken veel interessanter vond dan labwerk, koos ik voor chemische technologie op de TU Delft.

Na mijn afstuderen begon ik als engineer, maar was altijd al veel bezig met het aansturen en motiveren van mensen. Ik vond het ook leuk om na te denken over financiële marges en optimalisatiemogelijkheden. Op mijn 30e werd ik plantmanager. Later, toen ik bij Shell werkte, vroeg mijn manager of ik geen sitemanager wilde worden. Dat leek me veel te groot, maar omdat ik tegen iedereen zei dat ik dat wilde, gingen zij het geloven – en ikzelf ook.

Tussen mijn vorige en mijn huidige baan had ik een klein jaar een sabbatical, waarin ik klimaatmodellering studeerde. Dat was hartstikke leuk om te doen, want het klimaat is eigenlijk een heel grote reactor met allemaal feedbackloops. Door die cursus is het klimaatprobleem veel urgenter op mijn netvlies komen te staan. Ik ben er fier op dat ik nu bij kan dragen aan de oplossing daarvan.

 

4 Wat zou je je jongere zelf nu adviseren?

Een man ziet een vacature en denkt: ik kan meer dan de helft van wat ze vragen, dus ik kan het wel. Terwijl een vrouw denkt: ik kan maar acht van de tien gevraagde dingen, dus ik kan het waarschijnlijk niet. Zeker als vrouw wil je veel zekerheid voordat je een volgende stap maakt. Maar als je bij een volgende stap niet af en toe ‘help!’ denkt, dan is die stap niet groot genoeg.

Als vrouw heb je ook minder rolmodellen, terwijl het belangrijk is om jezelf aan iemand te kunnen spiegelen. Als ik jonge vrouwen coach, merk ik dat zij adviezen eerder van mij aannemen dan van een man. Het is als vrouw bovendien soms lastig om daadkrachtig te zijn. Heeft een man geen tijd om heel lang over zaken te praten, omdat hij al weet waar de organisatie naartoe moet, dan is hij daadkrachtig. Maar doet een vrouw dat, dan ben je al snel een bitch. Het pad waarop wij kunnen lopen, is soms dus wat smaller dan dat van mannen. Ik vind dat ik de rol heb om dat pad stap voor stap breder te maken, zodat iedereen gewend raakt aan vrouwen die leidinggeven.


‘Het pad waarop wij vrouwen kunnen lopen, is soms wat smaller dan dat van mannen, ik wil het breder maken’


5 Wat levert je werk je op?

Voor het geld hoef ik in principe niet meer te werken, want ik heb veel in het buitenland met goede regelingen gewerkt en ik heb geen kinderen. Ik kon daarom kiezen voor deze baan, die veel voldoening en plezier geeft, en waar ik kan werken aan een groene toekomst.

Als chemie zijn we onderdeel van het probleem én van de oplossing. Dat waren we altijd al. Kijk naar de groei sinds de oorlog, het zuiniger worden van producten zoals auto’s, het comfort van kleding. We maken dus heel veel producten die heel goed zijn voor de wereld. We hebben ook heel veel stappen gezet in het energie-efficiënter maken van onze processen. Maar nu staan we voor een enorme uitdaging, groter dan zure regen of het gat in de ozonlaag. Dus ik vind dat we daar ook een slag in moeten slaan.

In mijn nieuwe job kan ik dat ook doen: iets neerzetten voor de toekomst en bedrijven helpen echt het verschil te maken in de grondstoftransitie. Het is bovendien heel erg leuk om mijn ervaring in te zetten om jonge bedrijven te helpen die lokaal impact hebben.


6 Op welke eigen prestatie ben je het meest trots?

Werken aan veiligheid, en dan vooral de veiligheidscultuur, vind ik het belangrijkste. Het veranderen van mensen is namelijk het lastigste dat er is. Zij moeten uit zichzelf zeggen: ik vind het belangrijk dat we allemaal aan het einde van de dag gezond naar huis gaan. Dat is tegelijkertijd gek, want niemand gaat naar zijn werk om een ongeluk te krijgen.

Ik heb stappen kunnen zetten voor die veiligheidscultuur door vasthoudendheid, oprechte zorg voor mijn collega's en gebruik van de goede systemen. Zo kwam veiligheid stap voor stap van het management en leidinggevenden verder naar beneden, in de cultuur.


 

7 Als je iets zou mogen veranderen aan je baan, wat zou dat zijn?

Dat is makkelijk: ik zou willen dat er geen coronacrisis was. Voor mijn werk moet ik veel netwerken, en dat is momenteel heel erg lastig. Ik moet me nog de bestuurlijke, politieke context eigen maken waarin deze baan zich afspeelt. Ik heb veel ervaring met grote bedrijven, maar onze aandeelhouders zijn de lokale en regionale overheden, en we hebben bovendien heel veel stakeholders. Het is de vraag of ik daar direct de juiste toon in aansla, iets dat virtueel lastiger te peilen is. Gelukkig heb ik een raad van commissarissen die me af en toe wat in kan fluisteren.

 

8 Wat zou je nóg liever doen dan wat je nu doet?

Aan het begin van mijn carrière heb ik tussen twee banen een paar maanden vrij genomen. Om mijn hoofd leeg te laten waaien, zeilde ik een paar maanden met een driemaster-klipper. Ik stapte op in Rio de Janeiro en voer via Uruguay en Argentinië naar Antarctica. De kapitein vroeg of ik niet wilde blijven om een paar jaar matroos te zijn. Dat zou heel leuk geweest zijn, maar ik miste de intellectuele uitdaging.

Die uitdaging is nog altijd heel belangrijk voor mij. In mijn huidige functie zit dat ook, want ik moet ervoor zorgen dat alle puzzelstukjes van ons businessplan goed gelegd worden. Lukt dat, dan kunnen we over zo’n 5 jaar onze eerste fabrieken bouwen met technologie die hier ontwikkeld is, of bestaande fabrieken een stuk groener maken. Zo dragen we bij aan de groene chemie en scheppen we nieuwe banen voor deze regio.
 


Curriculum vitae

Naam
Connie Paasse.

Leeftijd
56 jaar.

Woonplaats
Wemeldinge.

Huwelijkse staat
Samenwonend.

Kinderen
Geen.

Opleidingen
Leergang Board potentials intensief (Nationaal Register, 2020), Systeem aarde: kennis voor klimaat (Open Universiteit, 2019), Executive MBA (Erasmus Universiteit Rotterdam, 1997-1998), chemische technologie (TU Delft, 1982-1988), vwo (De Lage Waard Papendrecht, 1976-1982).

Nevenactiviteiten
Connie is actief in Wemeldinge bij een van de vele buurtverenigingen met het organiseren van activiteiten, zoals de vijfjaarlijkse optocht tijdens Koningsdag (“We doen hier dan alsof het carnaval is, waarbij elke buurtvereniging haar straten versiert en het hele dorp verlicht is”). Ook maakt ze graag een babbeltje met mensen. “Zo zorg ik ervoor dat iedereen er een beetje bij blijft. Een van de buren noemde me de burgemeester van de buurt."

Werkgevers
Directeur bij Green Chemistry Campus (2020), sabbatical (2020), plantmanager Geel en head of country bij BP België (2016-2019), strategy manager bij Shell Chemicals (2012-2016), sitemanager bij Shell Catalyst Gent (2008-2012), manager HSSEQ bij Shell Moerdijk (2006-2008), diverse productie- en technologiefuncties bij Arkema, Purac, AVR en ICI (1988-2006).


Wie is Connie naast haar werk?

Connie en haar vriend zijn al bijna 20 jaar bezig met het verbouwen van hun huis, iets wat ze beiden erg leuk vinden. Ook hadden ze lange tijd een eigen zeilboot, “maar die werd wat eenzaam, dus die hebben we verkocht.” Daarnaast fotografeert ze graag. “Ik vind mezelf niet goed genoeg om mensen te fotograferen. Gelukkig heb ik een heel mooie macrolens voor schelpjes op het strand en andere natuur.”


Gerelateerde dossier(s): Human Capital
Gerelateerde tag(s): Chemie Magazine