07.12.2020

Clusters focussen ondanks corona op duurzaamheid


In het kort

  • De zes chemieclusters blijven inzetten op energietransitie en innovatie.
  • Door samenwerking willen zij grote impact op een duurzamere wereld hebben.
  • Corona had het afgelopen jaar ook binnen de clusters veel gevolgen.

 

Ons land huisvest, mede vanwege zijn gunstige geografische ligging, zes unieke chemieclusters die samen de ruggengraat van de Nederlandse chemische industrie vormen. Anno 2020 is hun blik, ondanks corona, gericht op de duurzame toekomst en zetten ze in op innovatie, verdere CO2-reductie en circulariteit.

 

Tekst: Ingeborg Abendanon

Rotterdam-Moerdijk | "Het cluster moet in 2050 circulair zijn"

Vertegenwoordiger van het industriecluster Rotterdam-Moerdijk in het landelijke uitvoeringsoverleg is Alice Krekt, programmadirecteur van het Deltalinqs Climate Program en voorzitter van de lokale Klimaattafel van Haven en Industrie. Het Climate Program heeft als doel om 10 megaton CO2 die de haven uitstoot vóór 2030 te reduceren. "Het verduurzamen van het cluster is een flinke uitdaging”, zegt ze. “Om dit te bereiken, zetten we in op grote projecten met lange investeringstermijnen. We hebben haast, dus op de korte termijn zetten we in op het afvangen van CO2-uitstoot, het benuttigen van restwarmte, de inzet van duurzame brandstoffen, projecten voor groene waterstof en de aanbouw van een CO2-neutrale waterstoffabriek (H-vision). Er werken veel verschillende partijen aan deze grote projecten. Naast technische innovaties zijn we met de overheden en energie-infra-leveranciers in gesprek om barrières in regelgeving, financiën, infrastructuur en arbeidsmarkt weg te nemen. Zo hebben we een versnellingshuis opgericht dat moet helpen om de projecten sneller naar het stadium van uitvoering te brengen. En we willen dat Rotterdam een pilotgebied wordt voor een safehouse, een van de aanbevelingen in het advies van de Taskforce TIKI.”

Het cluster zal er volgens haar over 30 jaar nog steeds zijn, maar wel op basis van andere grondstoffen. “Het Rotterdamse cluster kenmerkt zich door een zware focus op 'traditionele' chemie, dus veel raffinaderijen en bulkchemie. Binnen het ARRRA-cluster vervult Rotterdam een belangrijke rol als chemieproducent en -transporteur. Er is veel ruimte voor innovaties, wat heeft geleid tot investeringen van partijen als Neste en Alco Energy die biobrandstoffen produceren. Op de korte termijn is elektrificatie van groot belang om de CO2-uitstoot terug te dringen. Verder zal de grondstof van de fabrieken in de toekomst anders zijn. Het cluster moet in 2050 circulair zijn."

 

Corona

Krekt: "Corona heeft impact op de verschillende sectoren in de Rotterdamse haven en industrie. De chemische industrie draaide redelijk door, maar RoRo- en ferrybedrijven op het Verenigd Koninkrijk kwamen al heel snel in de problemen.”


Zeeland/West-Brabant | "Wij gaan het verschil maken voor Nederland, Vlaanderen én Europa"

Smart Delta Resources is een internationaal samenwerkingsverband van energie- en grondstofintensieve bedrijven in de Schelde-Deltaregio (Zeeland/West-Brabant/Oost-Vlaanderen), een grensoverschrijdend industriecluster met chemie-, staal-, energie- en foodbedrijven. "Onze regio heeft met een potentiële CO2-reductie van ruim 20 megaton per jaar een grote impact op een duurzamere wereld”, zegt programmadirecteur Joost van Dijk. “Samen proberen we de juiste omstandigheden te creëren waarin we de energietransitie kunnen maken. Naast technologische vraagstukken zijn er ook uitdagingen op het gebied van infrastructuur, regelgeving, financiering en arbeidsmarkt.”

Door snelle aanlanding van wind-op-zee krijgt de regio direct toegang tot duizenden megawatt windenergie en beschikt daarnaast over een hoogwaardige gas/80 kV-elektriciteitsinfrastructuur in het Sloegebied en Rodenhuize (Vlaanderen) met grensoverschrijdende mogelijkheden voor balancering van elektriciteit. Optioneel is er toegang tot CO2-neutrale energie voor de productie van oranje waterstof middels de kerncentrale in Borsele. Aansluitend zijn er uitstekende mogelijkheden voor (aansluiting op) een H2-backbone en voor realisatie van een waterstofhub in North Sea Port met kansen voor import, opslag en doorvoer van gele waterstof. Dit komt allemaal bij elkaar in concreet toepasbare toekomstgerichte programma’s.

"Wij gaan als Green Energy-regio het verschil maken voor Nederland, Vlaanderen én Europa”, aldus Van Dijk. “Onze cross border samenwerking zet in op innovatieve projecten die industrie in de regio toekomstbestendig en duurzaam maken. Een voorbeeld is het ambitieuze Hydrogen Delta-programma, dat zich richt op grootschalige productie van groene waterstof. Hier liggen enorme kansen om bestaande waterstofconsumptie te vervangen en CO2-uitstoot te reduceren. De regio is de grootste waterstofproducent én verbruiker van Nederland en Vlaanderen: de grootschalige productie en vraag naar industriële waterstof heeft een doorgroeipotentieel naar meer dan 1 megaton per jaar in 2050.”

In alle plannen voor een duurzame toekomst ziet Van Dijk een grote rol weggelegd voor de chemie. "De oplossingen die de chemische industrie bedenkt zijn ook toepasbaar voor andere industrieën. Zoals dit bij ons in de regio al gebeurt in de samenwerking met staal-, energie- en foodbedrijven."

Corona

Van Dijk: "Covid-19 heeft impact op alle sectoren in de SDR-regio. Zeker de petrochemie en de staalsector, maar ook de chemische industrie en de foodbedrijven ondervinden hinder. Toch weten onze bedrijven de focus te houden op innovatie en de energietransitie."


Noordzeekanaalgebied | "Komende jaren wordt flink geïnvesteerd"

“In de Amsterdamse haven zijn grote chemische spelers gevestigd zoals Sonneborn, Albemarle en ICL”, vertelt Roon van Maanen, director Circular & Renewable Industry bij Port of Amsterdam. “Ook worden biobrandstoffen geproduceerd door bedrijven als Argent Energy en Greenergy. Deze klanten proberen wij waar nodig te ondersteunen in hun activiteiten, bijvoorbeeld bij de aanleg van energie- of nautische infrastructuur. Daarnaast leggen we de verbinding tussen de chemische bedrijven en de wetenschap op het Science Park in Amsterdam, waar processen op labschaal kunnen worden getest, om deze vervolgens op pilotschaal te testen in onze innovatiehub Prodock, waarna de bedrijven verder kunnen doorgroeien naar een grotere locatie in de haven. Voorbeelden van deze groei in verschillende fases zijn ChainCraft, Avantium en Photanol. Andersom kunnen de bedrijven onderzoeksvragen neerleggen bij de wetenschap of in contact komen met talentvolle studenten.”

De bedrijven in het Noordzeekanaalgebied zijn een mix van ‘grote namen’ en ‘jonge honden’. Duurzaamheid is wat hen verbindt. Van Maanen: “Aan de klimaattafel Noordzeekanaalgebied is de richting vastgelegd voor het terugbrengen van de CO2-uitstoot. Komende jaren wordt flink geïnvesteerd in (energie-)infrastructuur, stoom- en warmteleidingen, het doortrekken van de OCAP-leiding, de aanleg van de Athos CO2-pijpleiding en de uitbreiding van onderstations voor elektriciteit. Ook zal de 100MW-elektrolyzer in IJmuiden worden gebouwd. In dit project richten Nouryon, Tata en Port of Amsterdam zich op de aanleg van de waterstofpijpleiding van IJmuiden naar het Amsterdamse havengebied. Ook hebben Tata en Dow plannen om op basis van koolmonoxide uit de rookgassen van Tata nafta te produceren. Verder wordt in Amsterdam de productie van biobrandstoffen sterk uitgebreid en gaat Waternet een groengasinstallatie bouwen voor vergisting van zuiveringsslib. Ook zijn we druk bezig met de voorbereidingen voor de vestiging van een methanolfabriek op basis van end-of-life plastics en resthout.”

 

Corona

Van Maanen: “Je ziet dat startende bedrijven kwetsbaar zijn; als een deel van de eigen productie of de afzet wegvalt, blijken de reserves dun te zijn. Bij de chemische sector leefden vragen over het veilig kunnen laten doordraaien van de activiteiten en grootschalig onderhoud. Daar hebben we een brugfunctie tussen klant, veiligheidsregio en ministerie proberen te vervullen.”


Chemelot | "We zetten maximaal in op circulariteit"

Op Chemelot is veel kennis aanwezig over polymeren, materialen, (bio)organische synthese, chemische engineering en analytische expertise. De site heeft de ambitie om in 2025 de meest veilige, duurzame en concurrerende chemiesite van West-Europa te zijn en wil in 2050 volledig klimaatneutraal draaien. Typerend voor Chemelot is de hoge mate van integratie en verbondenheid, het is een hechte gemeenschap van kleine en grote chemische bedrijven. “Doordat we zo sterk geïntegreerd zijn kunnen we, door onze primaire grondstoffen – nafta en aardgas – te vergroenen, in de toekomst de hele site circulair maken”, aldus Loek Radix, executive director bij Chemelot. “We zetten maximaal in op circulariteit. Circulariteit, in combinatie met elektrificatie van processen, gaat ervoor zorgen dat we in 2050 volledig klimaatneutraal zijn."

Alles is dus gericht op het volledig vergroenen van de grondstoffen, de productieprocessen en de producten die op het terrein worden gemaakt. "Chemie is niet het probleem, maar de oplossing”, aldus Radix. “De basisindustrie, waarbinnen de basischemie de belangrijkste tak is, heeft ervoor gezorgd dat de wereld zich in twee eeuwen heeft ontwikkeld van armoede voor 95 procent van de bevolking naar het welvaarts- en welzijnsniveau waarop we nu zitten. Ja, die ontwikkeling heeft ook negatieve effecten, maar ik vertrouw erop dat we die kunnen oplossen. Chemie is daarvoor onmisbaar."

 

Corona

Radix: "Limburg – en niet Brabant – was de zwaarst getroffen provincie. We zaten hier midden in de brandhaard. De veiligheid van onze medewerkers en contractors en de omgeving kreeg een heel nieuwe dimensie. De focus lag op: hoe kunnen we iedereen zo veilig mogelijk laten doorwerken en besmettingen voorkomen. Onze voorraad mondkapjes doneerden we gelijk aan zorginstellingen in de regio; zij hadden die nog harder nodig dan wij. We zijn redelijk door de eerste fase heen gekomen, hoewel er ook mensen ernstig ziek zijn geworden. De economische gevolgen zijn nog niet te overzien nu. Het ligt eraan hoe de economie zich weer herstelt."


Noord-Nederland | "Alleen met innovatie ontwikkelen we nieuwe technologie"

Henri Kats, business manager Chemicals bij Groningen Seaports, combineert in Noord-Nederland twee functies. Voor Groningen Seaports doet hij het accountmanagement voor de chemiebedrijven in de regio Delfzijl, daarnaast is hij ‘uitgeleend’ aan het coördinatieteam van Chemport Europe. Dit ambitieuze chemiecluster, dat gevormd wordt door Emmen, Delfzijl en het tussengebied, werkt aan de vergroening en verduurzaming van de aanwezige chemische industrie. Kats is in beide functies verantwoordelijk voor het aantrekken en begeleiden van nieuwe bedrijven die zich willen vestigen in deze regio.

Noord-Nederland realiseert een spectaculaire verlaging van de CO2-uitstoot per ton product. Die boodschap kreeg EZK-minister Eric Wiebes eind mei van de Industrietafel Noord-Nederland. De oproep aan Wiebes in de voortgangsrapportage was ook glashelder: maak ruimte voor innovatie. Kats: "Alleen met innovatie ontwikkelen we nieuwe technologie, nieuwe combinaties en inpassingen in bestaande technologieën en compleet nieuwe productieprocessen. Daarmee kunnen we concurrerend en kostenefficiënt zijn én bijdragen aan de verlaging van de CO2-emissie."

De Nederlandse chemische industrie staat internationaal hoog aangeschreven, stelt Kats, “en dat is mede te danken aan het hoge opleidingsniveau van operators en het hoge niveau van onderzoek aan de Nederlandse kennisinstellingen. En vergeet ook niet dat we vooroplopen in technologische ontwikkelingen om de chemische industrie over te laten stappen van fossiele grondstoffen, zoals olie en gas, naar biobased en circulaire grondstoffen." 

Hij wil graag ook de grootste misvatting over chemie uit de wereld helpen: "Chemie is geen industrie die ver van de burger af staat. Chemie kom je echt overal tegen. In veel alledaagse producten 'zit' chemie, zoals tandpasta en kleding. Probeer je eens een wereld zonder chemie voor te stellen. Ondenkbaar in deze moderne tijd. Veel mensen denken bij chemie aan de lozing van afvalstoffen, maar de chemische industrie kan ook een wezenlijke oplossing leveren voor uitdagingen die nu op ons bord liggen. De reductie van CO2 en de toenemende vraag naar biobased producten bijvoorbeeld."

 

Corona

Kats: "Bedrijven die rechtstreeks producten leveren aan sectoren die hard getroffen werden door de coronacrisis, zagen hun productie drastisch teruglopen. Aan de andere kant hebben sommige bedrijven in de afgelopen periode alle productierecords gebroken als gevolg van de toegenomen vraag naar specifieke producten."


Het zesde cluster | "Samenwerken om doelstellingen uit Klimaatakkoord te realiseren"

Het zesde cluster vertegenwoordigt sectoren en bedrijven die niet binnen een lokaal cluster vallen maar geografisch verspreid liggen. “Net als in de andere clusters wordt ook in dit cluster samengewerkt om de doelstellingen uit het Klimaatakkoord te realiseren”, zegt Rosienne Steensma, vertegenwoordiger voor dit cluster namens de Koninklijke VNCI. “Het Klimaatakkoord en de infrastructurele plannen richten zich sterk op de vijf lokale clusters. Bedrijven die daar niet bij horen mogen niet buiten de boot vallen. Daarom is dit zesde cluster er gekomen. Hierin bespreken we de knelpunten in de transitie, bijvoorbeeld op het gebied van infrastructuur.”

De infrastructuur die nodig is, zoals leidingen voor waterstof, transport en restwarmte, en afvoer van CO2 ten behoeve van opslag, wordt uitgerold over de vijf lokale chemieclusters, “maar decentrale oplossingen zijn ook nodig, juist voor de bedrijven die niet in de buurt van een energie-hoofdinfrastructuur zitten. Gebeurt dat niet, dan hebben deze bedrijven straks geen toegang tot duurzame energie en raken ze achterop in de transitie.”

Een ander aandachtspunt is dat het voor relatief kleine bedrijven vaak lastig is om toegang te krijgen tot bijvoorbeeld de SDE++-subsidie. Deze wordt verdeeld op basis van de laagste kosten per bespaarde hoeveelheid CO2. “Dit is nadelig voor relatief kleine uitstoters omdat zij de gemaakte kosten over minder tonnen kunnen uitsmeren.”

In dit cluster zijn naast de chemie acht andere sectoren opgenomen: levensmiddelen, papier, glas, keramische industrie, afval en recycling, ICT, metallurgische industrie, en olie en gas.  De verschillen in energiebehoeften zijn groot, toch komen uit de sectorplannen overkoepelende transitiemogelijkheden naar voren: procesefficiëntie, elektrificatie, alternatieve brandstoffen, duurzame energieopwekking, geothermie/levering van warmte/CCUS en toepassen van innovatieve technieken.

Daarnaast zijn er sectorspecifieke uitdagingen. Een uitdaging voor de chemiebedrijven is dat zij vooral inzetten op elektrificatie, terwijl (nog) niet duidelijk is of de infrastructuur op de langere termijn voldoende ondersteuning daarvoor biedt. Een andere uitdaging is dat bedrijfseconomische omstandigheden een onzekere factor zijn bij de uitvoering van besparingsprojecten. Tot slot is het juist voor bedrijven in dit cluster belangrijk om volop gebruik te kunnen maken van innovatie- en demonstratiesubsidies (zoals MOOI, DEI+ en VEKI), maar deze zijn nu vaak beperkt in omvang en eenmalig te gebruiken.


 


Gerelateerde dossier(s): Duurzaamheid Energie Circulaire economie
Gerelateerde tag(s): Chemie Magazine Chemieclusters Corona