Fujifilm vindt zichzelf met productie celkweekmedia (wéér) opnieuw uit

De inrichting van een fabriek voor celkweekmedia in de oude filmrolletjesfabriek van Fujifilm Tilburg is in volle gang. In november 2021 gaan ongeveer zestig mensen daar aan de slag om producten voor de industriële biofarmacie te maken. Het gaat om contractproductie voor zusterbedrijf Fujifilm Irvine Scientific in Santa Ana, Californië. Fujifilm Manufacturing Europe gaat vanuit Tilburg de productie voor de Europese markt voor zijn rekening nemen.

Vicepresident Fujifilm Manufacturing Europe Albert van Maren: “Ons Japanse moederbedrijf richt zich steeds meer op de gezondheidszorg. De overname in 2018 van Irvine Scientific, een bedrijf dat voedingsmedia voor celgroei maakt, past in die trend. Irvine is vooral groot geworden in media voor celgroei voor ivf-behandelingen, maar doet veel meer. Elke specifieke cel die op kweek gaat, vraagt om een eigen groeimedium. Van de vele varianten bestaat een deel uit klantspecifieke recepten.”

30 procent van de benodigde elektriciteit wekt Fujifilm Tilburg op met windturbines op eigen terrein.

Sterke papieren

Een derde van de afzet van Irvine Scientific gaat naar Europa. Het bedrijf kampt vanwege de groeiende afzet met een groeiend capaciteitstekort. Bovendien willen klanten leveringszekerheid; afhankelijkheid van één productielocatie past daar niet in. Europese klanten hadden bovendien een voorkeur voor een fabriek in Europa. Van Maren: “Dat gaf onze interne lobby om de productie naar Tilburg te halen sterke papieren, zeker ook omdat de Europese distributie van celkweekmedia nu ook al vanuit Tilburg plaatsvindt.”

Maar er waren nog meer argumenten: “Wat hebben fotopapier, offsetplaten en celkweekmedia met elkaar te maken? Op het eerste gezicht niets, maar schijn bedriegt. De productieprocessen doen namelijk een beroep op dezelfde onderliggende productiecompetenties. Bij fotopapier en offsetplaten draait het om het zeer nauwkeurig afwegen en het gecontroleerd, homogeen oplossen van ingrediënten. Dat is bij de celkweekmedia precies zo. Verder weten we veel van de grondstoffen en de effecten die verschillende parameters, zoals deeltjesgrootte, hebben op het proces.”
 

"Met onze aanvankelijk bescheiden R&D-faciliteiten zijn we vol de weg van open innovatie ingeslagen"
 

Spin-off covid

Samen met de Amerikaanse partners is de Tilburgse engineering-afdeling bezig met de bouw en opstart van de fabriek. Van Maren: “Een deel van de productieapparatuur staat al op zijn plek. We zijn druk aan het inrichten om in januari 2021 te kunnen starten met testen. Vanaf het voorjaar volgen de klantvalidaties.” Daarna kan Fujifilm van start gaan in een markt die flink groeit. “Zeker nu”, aldus de vicepresident. “De enorme hoeveelheid middelen die nu naar de ontwikkeling van covid-19-vaccins gaat, geeft de biofarmacie een duw in de rug. We verwachten dat de kennis die dit oplevert vervolgens voor vele jaren spin-off richting medicijnen en vaccins voor andere ziektebeelden gaat opleveren.”

In de voorbereiding op de productie lopen acht medewerkers van Fujifilm Tilburg mee in de productie in Santa Ana. “Zij zullen zich de productieprocessen snel eigen kunnen maken, omdat er veel overeenkomsten zijn. Uiteraard zijn er ook verschillen. De productie van celkweekmedia vindt plaats onder cleanroom-omstandigheden (Current Good Manufacturing Practice, CGMP) en werkt onder een ander kwaliteitssysteem. Daarvoor moeten we in Tilburg nog gecertificeerd worden. Maar al met al zijn er meer overeenkomsten dan verschillen.” 

Dat de nieuwe productielijn gaat draaien in de oude fabriek voor filmrolletjes voelt voor het bedrijf als het sluiten van een cirkel.

Tot stilstand

De nieuwe productielijn gaat draaien in de oude fabriek voor filmrolletjes. Dat voelt voor het bedrijf als het sluiten van een cirkel. De geschiedenis van Fujifilm in Tilburg is niet te begrijpen zonder uitleg over sleuteljaar 2006. “Dat veroorzaakte een schokeffect binnen de organisatie”, zegt Van Maren. “Ons best verkopende product waren filmrolletjes. Die markt liep al jaren terug, maar we wisten dat steeds te compenseren door marktaandeel over te nemen van concurrenten die omvielen of uit de markt stapten. Zo bleven onze volumes lang op peil. Tot in 2006 opeens niemand meer filmrolletjes kocht.”

Van maximale capaciteit naar volledige stilstand in 3 jaar. Van de drie pilaren onder het bedrijf – filmrolletjes, fotopapier en offsetplaten – viel er één weg; 450 mensen kwamen op straat te staan. Daarna kwam langzamerhand een proces op gang dat de organisatie inmiddels tot in de diepste vezels heeft doordrongen van het belang van een verandercultuur. Van Maren: “Cultuurverandering is een proces van lange adem. Er zijn heel wat trainingen en cultuursessies overheen gegaan. Het management werd op alle niveaus gewezen op de noodzaak van tweehandigheid, veelzijdigheid en creativiteit in 'exploiting & exploring': we moeten het hebben van onderzoek naar nieuwe toepassingen en benutting van de technologieën die we al hebben in nieuwe markten.” Daarvoor kwam er ook een afdeling New Business Development, die op managementteam-niveau werd ingebed. 

Open innovatie

Na het wegvallen van de fotofilmproductie was er een scherp besef dat het bedrijf om te overleven niet alleen zou moeten wachten tot het hoofdkantoor in Japan een oplossing aanreikte.  Van Maren: “We moesten proactief aan de slag. Als productiebedrijf hadden we alleen een laboratorium met een productie-ondersteunende functie. Met die aanvankelijk bescheiden R&D-faciliteiten zijn we vol de weg van open innovatie ingeslagen. In samenwerking met verschillende universiteiten zijn we gaan screenen waarvoor we onze technologieën en competenties nog meer konden benutten. En uiteraard dachten en denken we na over optimale benutting van ons terrein, onze gebouwen en apparatuur.”

Deels melden bedrijven zich zelf voor samenwerking en voor een ander deel benadert Fujifilm Tilburg partijen actief om een aansluiting tussen hun markt en Fujifilm's kennis te bereiken.

Die samenwerking is er vooral in het marktgebied dat Fujifilm Tilburg de laatste jaren aan het opzetten en uitbouwen is: membraantechnologie. Die specialisatie komt voort uit ongebruikte Tilburgse technologie voor inktjetpapier.

In de nieuwe fabriek gaan in november 2021 zestig mensen aan de slag om producten voor de industriële biofarmacie te maken.

Inmiddels heeft Tilburg zich opgewerkt tot een van de drie open-innovatiehubs binnen het Fujifilm-concern, naast Tokyo en Silicon Valley. “Klinkt niet verkeerd, hè?”, lacht Van Maren. “Het is ons gelukt om vanuit onze eigengereide acties na 2006 te overleven, de positie van corporate R&D-lab te bereiken.” Dat lab, dat nu vanuit Japan wordt gefinancierd en aangestuurd, heeft onder andere een makelaarsfunctie. Het zorgt ervoor dat de wereldwijde mogelijkheden van Fujifilm aansluiten bij de specifieke behoeften van de Europese markt op het gebied van energie, milieu en gezondheid. 

Membraantechnologie

Het grootste deel van zijn omzet haalt de vestiging nog altijd uit activiteiten die langzaam teruglopen: de productie van fotopapier en offsetplaten. Van Maren: “We bedienen zo'n 80 procent van de Europese markt voor fotopapier. Die markt loopt dankzij de populariteit van fotoboeken in Europa langzamer terug dan in Azië en de VS.”

Maar hij weet ook dat deze markten op de lange termijn eindig zijn. De nieuwe activiteiten in gasmembranen en ionen-uitwisselingsmembranen bieden compensatie. “Een mooie opsteker is de recente order voor de levering van gasmembranen voor een nieuw gasveld in Azië”, geeft Van Maren aan. Over de groei in de ionen-uitwisselingsmembranen toont hij zich niet helemaal tevreden: “Die vinden vooral hun toepassing in de stabiele markt voor waterfiltering. Die markt is niet gemakkelijk uit te breiden. Omgekeerde osmose is daarin een geduchte concurrerende technologie.”

Fujifilm luistert goed naar geluiden uit de markt over mogelijke alternatieve toepassingen. Daarom is het bedrijf deze categorie membranen momenteel aan het testen voor het filteren van vloeistoffen in de voedingsmiddelenindustrie. Op termijn zou ook bijvoorbeeld de productie van groene waterstof zich tot een interessant afzetgebied kunnen ontpoppen. Van Maren: “We volgen de ontwikkelingen op dat gebied op de voet.”


Duurzaamheid voorop

30 procent van de benodigde elektriciteit wekt Fujifilm Tilburg op met windturbines op eigen terrein. De rest koopt het bedrijf in bij Nederlandse windparken. De productieprocessen vergen veel water, dat na gebruik weer gezuiverd moet worden. Sinds 1,5 jaar hebben Agristo (diepvriesfriet), Coca-Cola, IFF (geur- en smaakstoffen) en Fujifilm hun afvalwaterstromen gebundeld in een gezamenlijke reiniging. Van Maren: “Samen hebben we meer volume, maar toch slechts enkele specifieke vervuilingen die we in het zuiveringsproces kunnen elimineren. Het blijkt zelfs dat die verschillende stoffen een positieve invloed op elkaar hebben in het afbraakproces.”