03.09.2020

Omgevingswet: ‘Een ingrijpende verandering’


Jos Roosen, jurist bij de Koninklijke VNCI, geeft in deze column een update over de ontwikkelingen rondom de Omgevingswet.

 

Bijna ongemerkt ontwikkelt zich op de achtergrond een belangrijke gebeurtenis die voor de (chemische) industrie niet zonder gevolgen zal zijn: het in werking treden van de Omgevingswet op 1 januari 2022. Met name op het gebied van de externe veiligheid zijn de veranderingen ingrijpend.

26 wetten op het gebied van onder meer milieu, geluid, water, natuur, bodembescherming en ruimtelijke ordening: in de Omgevingswet komen alle huidige regels over de fysieke leefomgeving samen en gaan erin op. Het is veel meer dan een bundeling met een nietje erdoor, omdat de wetten ook werkelijk geïntegreerd zijn en de uitgangspunten, normen en begrippen in elkaar geweven zijn.

 

Invoeringswet

Het casco van de Omgevingswet werd in 2016 door de Tweede Kamer aangenomen, maar een aantal onderwerpen zat er nog niet in, zoals de regels voor bodem, natuur, grondeigendom en geluid. Via aparte wetten die, eenmaal aangenomen, naadloos in het casco passen is de wet de afgelopen jaren daarmee uitgebreid. Ook de overgang van het bestaande naar het nieuwe systeem is zo geregeld, via een zogeheten Invoeringswet. Als gevolg van nieuwe ontwikkelingen komen er steeds nieuwe wijzigingen. 

Naast de vernieuwde regelgeving komt er ook een Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Hierin wordt geregeld dat er digitaal gecommuniceerd kan worden en alle informatie digitaal beschikbaar komt. Straks is alle informatie over de fysieke leefomgeving met één muisklik op de kaart van Nederland te vinden. 

 

Effectgericht beleid

Met de geconsolideerde teksten, waarin alle tussentijdse wijzigingen zijn verwerkt, is het voor bedrijven nu eenvoudiger om een beeld te krijgen van de veranderingen waar ze mee te maken krijgen. Dan gaat het met name om de regels in de besluiten, het zogeheten Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), dat het Activiteitenbesluit vervangt, en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), met de eisen voor vergunningen en omgevingsveiligheid.

Het uitgangspunt is dat er beleidsneutraal wordt gewerkt, ­maar dat pakt voor de chemische industrie anders uit, vooral bij het omgevingsveiligheidsbeleid. Het externe veiligheidsbeleid, dat nu nog werkt met risicocontouren, gaat over naar een effectgericht beleid. En dat is een ingrijpende verandering. De kans dat een incident zich voordoet speelt dan nog nauwelijks een rol, is zo goed als nul. Alleen het effect van bijvoorbeeld een explosie wordt bepalend.

 

Verschuiving van bevoegdheden

Ook de verschuiving van bevoegdheden naar decentrale overheden kan de chemie raken. Het bevoegd gezag voor de vergunning verandert voor de chemiebedrijven die onder de IED- (Industrial Emission Directive) of Seveso-richtlijn vallen niet. Dat blijft globaal gesproken bij de provincie. De decentrale overheden krijgen echter wel meer afwegingsruimte voor het stellen van kwaliteitsnormen op milieugebied. Dat kan voor onderwerpen die het Rijk niet langer regelt: geur, trillingen en geluid. Voor bijvoorbeeld lucht en water kunnen er decentraal regels komen zolang die binnen de instructie blijven die het Rijk hiervoor geeft. Dit alles zal zich vertalen in de Omgevingsplannen die de gemeenten moeten maken. Daarin komen alle deelbestemmingsplannen, structuurplannen, regels over externe veiligheid, lucht, geluid, fiets- en wandelroutes, het kappen van bomen, etc. Het geheel vormt dan één integraal Omgevingsplan. Eerst schrijven gemeenten daarvoor een visie met strategische doelen die medebepalend is voor het te maken plan. Bij de totstandkoming van die regionale  ontwikkelingen is betrokkenheid van bedrijven in hun eigen belang onmisbaar.

 

Beoordelen welke regels gelden

De geconsolideerde versies van de wetten, de besluiten en de ministeriële regeling met hun toelichtingen zijn te vinden op deze website. Het verdient aanbeveling eerst de systematiek van de besluiten te kennen voor te gaan grasduinen en te beoordelen welke regels gelden. De algemene regels voor activiteiten staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De richtingaanwijzer in hoofdstuk 3 geeft aan welke specifieke regels voor welke activiteit van toepassing zijn. Het is dus zaak daar eerst te kijken om welke bedrijfsactiviteiten het gaat (koeltoren, stookinstallatie, opslag). Daarnaast is er voor bedrijven met veel activiteiten binnen één complex (een IPPC-installatie of BRZO-inrichting) de activiteit Complexe bedrijven (afd. 3.3). Hoofdstuk 3 wijst aan welke regels gelden. Die regels staan vervolgens in hoofdstuk 4 of een van de modules (energie, ZZS, PRTR, bodem).


Gerelateerde dossier(s): Veiligheid, Gezondheid en Milieu
Gerelateerde tag(s): Omgevingswet