13.12.2019

‘We gaan het klimaatprobleem oplossen’


 

Marinus Tabak van RWE Eemshaven ziet toekomst positief in

 

Marinus Tabak werd afgelopen jaar tijdens het congres Deltavisie uitgeroepen tot Plant Manager of the Year 2019. Daarmee is hij een jaar lang het boegbeeld van de Nederlandse industrie. Als plantmanager van de kolencentrale RWE Eemshaven, die begonnen is met bijstook van biomassa, moet hij geregeld misverstanden uit de weg ruimen. “Het probleem is dat sommige kritiek onwaar is, en onwaarheden snap ik nooit.”

 

Tekst: Igor Znidarsic

 

Volgens de jury van de Plant Manager of the Year-verkiezing is Marinus Tabak ‘een open boek, communicatief zeer sterk, maar luistert hij vooral eerst naar anderen voordat hij “zijn” mening verkondigt. Hij formuleert zijn standpunten helder en concreet. Hij is een verbinder.’ Gevraagd naar de oorsprong van deze kwaliteit zegt hij: “Het heeft misschien met mijn jeugd te maken. Ik was enig kind, en met z’n drieën ben je meer op elkaar aangewezen. En doordat mijn ouders een eigen bedrijf hadden, zag ik van jongs af aan al dat je bij ondernemen anderen nodig hebt. In je eentje ga je snel, maar samen kom je verder.”

Dat de plantmanager van energiecentrale RWE Eemshaven een tijdje in de gemeenteraad zat, hielp ook. Hij heeft er leren luisteren, beter gezegd: mensen observeren, want: “Hoe mensen kijken als ze iets zeggen, zegt vaak veel meer dan wat ze feitelijk zeggen.” Verder leerde hij er dat het belangrijk is om elkaars belangen te begrijpen en af te wegen. “Maar helaas worden in de politiek veel statements gemaakt. Daar kom je niet mee verder.”

Zijn kwaliteiten als goede luisteraar en verbinder komen goed van pas in een tijd waarin de klimaattransitie veel vragen oproept. ‘In deze tijd waarin de politiek kolencentrales wil sluiten om de CO2-reductie te realiseren, spreekt hij veel met ongeruste mensen die niet begrijpen waarom juist de meest schone centrales moeten sluiten’, aldus de jury, doelend op het kabinetsbesluit om alle kolencentrales per 2030 te sluiten. Tabak hoopt dat hij ‘zijn’ energiecentrale kan redden door van fossiele steenkool over te stappen op niet-fossiele biomassa.


Net als op kolen is daar ook de nodige kritiek op. Begrijp je die?

Marinus Tabak: “Over het algemeen wel. Maar het probleem is dat sommige kritiek gewoon onwaar is, en onwaarheden snap ik nooit. Onduidelijkheden snap ik wel. Er zijn wel onduidelijkheden rondom biomassa. Het is een heel ruim begrip. Waar heb je het over als je ‘biomassa’ zegt? Daarnaast snappen mensen vaak niet waarom biomassa CO2-neutraal is terwijl er toch CO2 uit de schoorsteen komt. Ik denk dat we dat duidelijker moeten vertellen, meer moeten uitleggen dat het in de klimaatdiscussie om fossiele CO2 draait. Die moet uiteraard onder de grond blijven.”


RWE Eemshaven stookt sinds kort houtpellets bij. Wat vind je van de kritiek dat deze over de zee worden aangevoerd met ‘vieze’ schepen?

“Bij biomassa wordt altijd de vraag gesteld hoe die hier naartoe komt. Bij bananen, om maar wat te noemen, hoor je die vraag nooit. Laatst kocht ik bij de Albert Heijn een bakje blauwe bessen, dat schijnt gezond te zijn. Normaal staat er een Nederlands vlaggetje op, maar nu niet. Bleken ze te komen uit Argentinië. Dat is toch waanzin? Maar daar heeft blijkbaar niemand moeite mee. Met biomassa kennelijk wel. Ik vind dat bij elk product kritisch naar de supplychain moet worden gekeken. Wij doen dat met de biomassa, die bestaat uit reststromen – takken, zaagsel – uit de bosbouw, momenteel voornamelijk afkomstig uit de Baltische staten. De biomassa is onder meer gecertificeerd met het Green Gold Label en voldoet daardoor aan belangrijke duurzaamheidscriteria. De hele logistieke keten is in kaart gebracht, van de machines die gebruikt worden in het bos tot aan het pelletiseren en het transport. Die supplychain heeft nu nog een CO2-uitstoot. In de scheepvaart wordt wel nagedacht over verduurzaming en er zijn allerlei initiatieven, maar momenteel is de sector nog niet CO2-neutraal. Die CO2 nemen wij wel mee in het effect dat de biomassa heeft op de CO2-reductie van onze centrale. Ik vind dat we dat voor alle producten moeten doen, ook voor onze bananen en onze blauwe bessen.”
 

RWE Eemshaven wil opschalen naar 30 procent bijstook. De Commissie voor de milieueffectrapportage eiste dat eerst de milieueffecten werden onderzocht, die vooral afhangen van de precieze samenstelling van de biomassa. Is dat gelukt?

“De milieueffectrapportage is goedgekeurd. We ontwikkelen nu plannen om op te kunnen schalen naar 30 procent bijstook.”

 

Avantium, hier op een steenworp afstand, gebruikt biomassa als grondstof voor nuttige chemicaliën. Is het niet beter om biomassa op die manier te verwaarden dan te verbranden?

“Wat Avantium doet is fantastisch. Maar elektriciteit, die wij uit de biomassa maken, is ook zeer nuttig. We laten er auto’s op rijden, we verwarmen er huizen mee, we laden er mobieltjes mee op, en je kan er ook waterstof mee maken, een heel nuttige grondstof voor de chemie. De discussie wat nuttiger is, stroom of biobased plastic, is zinloos, want je hebt beide nodig. Je moet daar iets intelligenter naar kijken. Kijk naar de olie-industrie. Toen in 1859 de eerste put in Pennsylvania werd geslagen, hebben we de olie de eerste 40 jaar gebruikt om er licht mee te maken met petroleumlampen. Daar werd maar een fractie van de olie voor gebruikt, de rest deden we niks mee. Totdat een slimmerik ontdekte dat je op een andere fractie auto’s kon laten rijden. Nog later kwam het plastic. Vandaag de dag kunnen we de olie voor 100 procent verwaarden voor producten die allemaal nuttig zijn. Zo zal het ook met biomassa gaan. Het punt is wel dat de olie-industrie 150 jaar de tijd heeft gehad, wij moeten het in 30 jaar doen.

Overigens gebruikt Avantium momenteel ongeveer twee derde van de biomassa, wat overblijft is lignine. Dat gebruiken wij om er nuttige stroom mee te maken.”

 

Stel dat de wetenschap er binnenkort in slaagt om lignine te kraken in voor de chemie nuttige bouwstoffen, dan is dat geen reststroom meer.

“Dat zou fantastisch zijn. Ik hoop dat wij dan die fabriek mogen bouwen. Tegen die tijd heeft deze centrale 40 jaar gedraaid en ziet de wereld er heel anders uit.”
 

Is biomassa niet gewoon een tussenoplossing, totdat we volledig over zijn op energie uit wind en zon?

“Probleem is dat biomassa nogal emotioneel geladen is. Het heeft te maken met natuur, met bossen. Zon en wind hebben dat niet, waardoor de discussie daar rationeler is. Maar ik denk dat biomassa goed kan bestaan naast andere energiebronnen. Er is in ieder geval voldoende van beschikbaar, zeker als je ook kijkt naar agro-residuen. Er worden honderden miljoenen tonnen stro verbrand in bepaalde landen. Als je dat kan mobiliseren … Biomassa is de meest overvloedige resource op aarde. Je kunt het gebruiken zonder inbreuk op de natuur. Al kun je je afvragen wat ‘inbreuk op de natuur’ precies is. Is landbouw dat niet?”

 

In 2030 wil RWE Eemshaven volledig CO2-neutraal zijn door 100 procent gebruik te maken van biomassa en zelfs meer dan neutraal door CO2 af te vangen. Hoe realistisch is dat?

“Nog los van hoe de politiek er nu naar kijkt en straks ernaar zal kijken, is het technisch allemaal haalbaar. De technieken voor inzet van biomassa en afvang van CO2 hebben een Technology readiness level van 9. Ze kunnen nu al op grote schaal en betaalbaar worden ingezet. Als we dat overal doen, kunnen we met z’n allen zonder schaamte op vakantie. Waar we mee zitten is de valley of death die na TRL 9 komt. We concurreren nog altijd met fossiel. Steenkool is spotgoedkoop, gas ook. Biomassa kost het dubbele. Dat is het probleem. Je kan drie dingen doen om dit op te lossen: een heel hoge CO2-prijs, een subsidie op duurzame energie of een marktmechanisme dat je verplicht om duurzame stroom in te kopen. Het is aan de politiek om een keuze te maken.”

 

Staat deze RWE-centrale er nog in 2031?

“Ik denk dat de centrale pas verdwijnt als deze technisch is afgeschreven. Zolang we hernieuwbare energie niet kunnen opslaan voor de momenten dat het niet waait of dat de zon niet schijnt, heb je een andere energiebron nodig. Accupakketten zijn niet geschikt om energie van het ene seizoen naar het andere te brengen, energieopslag in waterstof of mierenzuur staat nog in de kinderschoenen. Daarom blijven grote energiecentrales nodig om de CO2-doelstellingen voor 2050 te kunnen halen, mits deze centrales duurzaam zijn, en met 100 procent gebruik van biomassa is deze centrale dat straks. Al kan dat voorlopig niet zonder subsidie.”

 

Toen je de verkiezing had gewonnen, zei je dat je je wilde gaan inzetten om het beeld van de industrie te veranderen. Lukt dat?

“Ik ben minstens een keer per week op pad om ergens te spreken. Ik hoop ermee te bereiken dat mensen met een wat positievere blik naar de industrie- en energiesector kijken. Het is ook dankzij de industrie dat we het nog nooit zo goed hebben gehad als nu. De industrie bestaat niet uit kwaadwillende mensen, maar uit mensen zoals iedereen, die een stap vooruit willen maken. In die zin ben ik een optimist en denk ik dat we het klimaatprobleem gaan oplossen. Zeker als we nog meer geld en aandacht steken in innovatie.”
 


CV
Marinus Tabak studeerde Managerial Energy Economics aan de University of Oklahoma en heeft zijn diplôme d’ingénieur gehaald aan de École Nationale Supérieure du Pétrole et des Moteurs in Parijs. In Groningen studeerde hij onder andere bedrijfskunde. Sinds november 2017 is hij plantmanager van RWE Eemshaven. Daarvoor was hij er ruim 2 jaar manager operations. Hij begon zijn carrière als trainee bij Essent, waar hij onder andere Emissions Portfolio manager was bij Essent Energy Trading. Hierna werkte hij onder meer als performance engineer bij Amercentrale Geertruidenberg en als executive support manager voor de CTO (Chief Technology Officer) van Essent. Medio 2014 werd hij team leader Performance Engineering bij de Eemshaven-energiecentrale.
 


Plant Manager of the Year-verkiezing
De verkiezing van de Plant Manager of the Year wordt jaarlijks georganiseerd en is een initiatief van het Petrochem Platform in samenwerking met de VNCI, VOTOB, Deltalinqs, Nogepa, het Havenbedrijf Rotterdam en het kennisplatform Het Nieuwe Produceren. De verkiezing draagt bij aan een positief imago van de Nederlandse procesindustrie door de inspanning en prestaties van plantmanagers te benoemen en te waarderen. De focus ligt hierbij op veiligheid, gezondheid, milieu, productiviteit en duurzaamheid.  

 

Lees hier de hele bijlage over de Plant Manager of the Year


Gerelateerde tag(s): Chemie Magazine