10 - 12 - 2019

Tweede jeugd voor Responsible Care


Harmonisatie van de benadering door heel Europa
 

Met het project Responsible Care Rejuvenation past Cefic het RC-beleid aan de actuele behoeften aan. Belangrijk onderdeel ervan is een zelfevaluatielijst voor chemiebedrijven. Het initiatief stelt ze in staat om een continue verbeteringscyclus op te zetten. Het mikt op harmonisatie van RC door heel Europa. De belangstelling – ook van buiten Europa – is groot.  

Tekst: Leendert van der Ent


Illustratie: Roy Wolfs – Curve

 

‘We vonden dat de Europese benadering van Responsible Care (RC) na meer dan 30 jaar aan verjonging toe was”, zegt William Garcia, executive director van de Europese organisatie van de chemische industrie Cefic. “Het concept heeft de afgelopen decennia de gedachte van continue verbetering in de Europese chemiesector bevorderd. Met de groeiende interesse van de maatschappij en bedrijven in duurzame ontwikkelingen, achtten we de tijd rijp om RC te verbinden met de ISO-normen, Corporate Social Responsibility en de UN Sustainable Development Goals.” Dus startte Cefic met het project Responsible Care Rejuvenation.

Een korte voorgeschiedenis: in 1985 lanceerde de wereldwijde chemische industrie het concept van Responsible Care. Het idee erachter is om op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu verder te gaan dan de wettelijke voorschriften. Met Responsible Care kunnen chemiebedrijven, de nationale chemische industriefederaties en hun partners vrijwillig een continue verbeteringscyclus inzetten. Concrete doelen zijn bijvoorbeeld efficiënt grondstofverbruik en afvalreductie. Ook transparante verantwoording over de prestaties hoort daarbij.

 

Zelfevaluatie

De invulling van het RC-beleid bleef een zaak voor het dertigtal nationale chemische industriefederaties in Europa. Sommige federaties gingen vooroplopen, andere gaven RC minder prioriteit. Garcia: “Ook met de Rejuvenation blijft RC-beleid een vrijwillige, nationale verantwoordelijkheid. Maar als Cefic wilden we wel de aanpak binnen Europa harmoniseren. Daarnaast wilden we de nationale federaties ondersteunen in de uitvoering. In de praktijk hadden chemiebedrijven in veel landen nog geen vragenlijst om met Responsible Care aan de slag gegaan.”

Daarom heeft Cefic de 'renovatie' van RC in gang gezet door het opstellen van een vragenlijst voor zelfevaluatie. De ontwikkeling ervan was geen eenvoudige taak, omdat deze vragenlijst behalve op de ISO-normen en de UN Sustainable Development Goals ook met de International Council of Chemical Associations (ICCA) moest worden afgestemd.

De lijst bevat 110 vragen, verdeeld over zes bestaande hoofdstukken, gebaseerd op de zes elementen van het Responsible Care Global Charter uit 2014. Een toelichting van vijftig pagina's ondersteunt de bedrijven bij het invullen. Aan de uitkomst van de vragenlijst kan het bedrijf zien hoe volwassen zijn RC-beleid is. Er zijn vier niveaus: van 'startend' tot 'vergevorderd'.

 

Positief

Op 20 juni van dit jaar lanceerde Cefic dit nieuwe RC-managementraamwerk en het instrument voor zelfevaluatie, nadat het uitvoerig was getest door 55 bedrijven in heel Europa. Daaronder waren drie Nederlandse deelnemers. Garcia: “We moedigen bedrijven aan om ermee aan de slag te gaan. Het is bedoeld voor alle bedrijven, maar chemische multinationals hebben meestal al een corporate beleid. Vooral het mkb kan zijn voordeel doen met het nieuw ontwikkelde instrument. Bedrijven kunnen beoordelen waar ze staan met RC en hoe ze zich kunnen verbeteren. Dat laatste is een nieuw aspect.”

Garcia geeft aan dat het commentaar op de vragenlijst dat bij Cefic terugkwam overwegend positief is. Enkele reacties: “Het is een helder geordend instrument. De tips helpen om verbeteracties en bedrijfsdoelen te definiëren”, “De antwoorden helpen je om best practices te ontdekken” en “Het is een goed instrument om de stand van zaken in het RC-beleid naar het management en belanghebbenden te communiceren.” Vanuit een grote organisatie klonk het zo: “Het levert een goede benchmark. Daardoor kunnen we de prestaties van verschillende sites in verschillende regio's goed met elkaar vergelijken.”

 

Belangstelling

Op termijn zullen de evaluaties interessante uitkomsten op een geaggregeerd niveau opleveren. Nu is het daarvoor nog te vroeg. Als de bedrijven de zelfevaluatie hebben ingevuld, krijgen ze een rapportage. Dat geeft ze, samen met extra informatie, een zetje in de rug in hun verbeteringsproces. Sinds 20 juni heeft Cefic het RC Rejuvenation zo goed mogelijk op de kaart gezet. Manager Responsible Care Giulia Casasole van Cefic: “Inmiddels hebben we al in dertien landen van noord tot zuid en van west tot oost lanceringsbijeenkomsten bijgewoond. Bij elf daarvan waren we aanwezig, in twee gevallen ging het om webinars. We hebben bepaald niet stilgezeten.”

Zo'n workshop is er in Nederland niet geweest. Casasole: “De VNCI en de Nederlandse pilotbedrijven hebben een grote bijdrage geleverd aan de vragenlijst. Dat waarderen we zeer. Workshops in Nederland hebben niet de prioriteit, omdat de VNCI en chemiebedrijven in Nederland, net als in bijvoorbeeld Duitsland, Frankrijk en Spanje, vaak al verder zijn. We proberen ons te focussen op de landen met een kleinere federatie in Zuid- en Oost-Europa.”

RC Rejuvenation overschrijdt zelfs de Europese grenzen, maakt Garcia duidelijk. “Voor de zelfevaluatie met het idee van de vier volwassenheidsniveaus, in lijn met de zes hoofdstukken van het RC wereldwijde charter, tonen ook bedrijven en federaties uit China, India, Zuid-Amerika, Japan en Korea grote belangstelling.”    

Tweetrapsraket

Garcia vertelt dat de lancering van de vragenlijst voor zelfevaluatie nog maar de eerste trap van een tweetrapsraket voor RC-vernieuwing is. Nu is het tijd voor de tweede trap, die uit verschillende onderdelen bestaat: “We zijn druk bezig een webbased platform in te richten, waar bedrijven zelf hun volwassenheidsniveau kunnen vaststellen en algemeen geaccepteerde verbeteringspraktijken kunnen overnemen in hun RC. Om de drempel tot gebruik verder te verlagen, is de vragenlijst – inclusief de vijftig pagina's toelichting – inmiddels al in vijftien verschillende talen vertaald.”

De vragenlijst is op maat gesneden voor chemische productiebedrijven. Garcia: “De nieuwe webgebaseerde ontwikkeling bevat al voorbereidingen op vragenlijsten die zijn toegesneden op distributeurs en transporteurs in de sector. En ten derde komen er een app en een webpagina op de Cefic-website. Daarop komen alle vragen beschikbaar, evenals een database met informatie over good practices. De nieuwe applicatie zal benchmarking mogelijk maken op basis van de antwoorden op de vragen die vele andere gebruikers hebben gegeven.”

Momenteel is Cefic bezig een IT-bedrijf te selecteren om de opdracht uit te voeren. Als het goed is kan dat bedrijf in januari 2020 van start. In september 2020 moet de webgebaseerde zelfevaluatie live gaan.  


De RC-paradox
In landen waar Responsible Care volwassen is, wordt het onderwerp steeds minder als apart thema benoemd, constateert senior manager Responsible Care bij de VNCI Sjoerd Looijs: “Responsible Care-beleid is steeds meer geïntegreerd geraakt in de normale bedrijfsvoering. RC maakt onderdeel uit van de reguliere activiteiten die bedrijven op het gebied van arbeidsveiligheid, milieu, logistieke veiligheid, procesveiligheid, product stewardship en security ontplooien. Daarom hoor je de term Responsible Care steeds minder, terwijl er in de praktijk eigenlijk steeds meer aan wordt gedaan.”


Het Nederlandse perspectief:  Ontlasten door aanpak op maat
“De nationale chemieverenigingen zijn de 'eigenaren' van het RC-beleid”, zegt Looijs. “RC is sinds jaar en dag een vrijwillig, maar niet vrijblijvend instrument. In Nederland zien we Responsible Care vanuit de VNCI sinds 2003 als een (ver)plicht(ing) om tot minder milieubelasting te komen en veilig om te gaan met chemicaliën. We hebben vastgesteld wat bedrijven ervoor moeten doen en hebben een webtool om de voortgang te meten. Tegelijk hebben we begrip voor het feit dat leden die wat verder van de hardcore chemie afstaan, zoals de Vereniging van Fabrikanten van Industriële Gassen en de Vereniging van Geur- en Smaakstoffenfabrikanten NEA, moeite hebben met de RC-verplichting, die van nature meer gericht is op de processen en producten van de chemische industrie. Daarom hebben we een aantal jaren geleden al, voordat het Cefic Rejuvenation-project van start ging, onze Responsible Care-werkwijze aangepast aan het soort lidmaatschap. Kleinere bedrijven met minder dan vijftig medewerkers en geassocieerde leden die geen grote gevaren en risico's kennen, kunnen volstaan met een 'RC light'. Daarbij zijn ze 90 procent van de vragen kwijt en is het invullen van onze RC-light-vragenlijst weinig werk.” 

Ook de andere leden ontlasten we zo veel mogelijk, zodat ze geen dubbel werk hoeven te doen.   Gegevens die we al indirect via publieke databases binnenkrijgen, vragen we niet. Al met al zijn de RC-verplichtingen voor onze leden beperkt tot het instemmen met het wereldwijde programma, het jaarlijks invullen van onze vragenlijst en het opstellen van een verbeterplan indien het bedrijf duidelijk achterblijft. Meer dan 95 procent van onze leden doet dat ook.” 


Andere insteek
De Responsible Care-vragenlijst die de VNCI hanteert, heeft een andere insteek dan de vragenlijst van Cefic. Looijs: “Onze vragenlijst is outputgericht en kijkt merendeels kwantitatief naar de behaalde verbeteringen, zoals minder emissies of incidenten. De Cefic-vragenlijst is vooral gericht op het RC-proces zelf, dus het managen van de diverse verbeteracties. Het is nog niet zo makkelijk die twee verschillende insteken te koppelen. Dat neemt niet weg dat we wel een tool gaan aanbieden aan bijvoorbeeld nieuwe leden met geen of weinig RC-ervaring.”

www.responsiblecare.nl   


Lees meer over dit onderwerp via de tag(s):
RC - Responsible Care

Onderdeel van dossier(s):