18 - 11 - 2019

‘Onderzoek naar onderwaterlijmen is mijn belangrijkste werk’

Marleen Kamperman, hoogleraar polymeerchemie aan de Rijksuniversiteit Groningen
 

Wat is er zo boeiend aan chemie en wat maakt werken in de chemiesector zo leuk? ChemieMagazine vraagt het aan mensen die een chemieopleiding hebben gedaan en nu in de chemie werken. Deze keer Marleen Kamperman, 40 jaar, en al hoogleraar polymeerchemie, winnaar van de KNCV Van Marum-penning en columnist bij de Volkskrant. Ze wil dan ook niets liever dan professor zijn. “Het moet niet te makkelijk worden.”


Tekst: Inge Janse

 

1 Aan welke consumentenproducten lever jij een bijdrage?

Er zijn geen producten in de supermarkt die terug te herleiden zijn naar mij. Mijn werk zit er soms wel dicht tegenaan. Als postdoc werkte ik aan materialen die kunnen plakken én weer kunnen loslaten, geïnspireerd door de poten van de gekko. Dat is bijvoorbeeld handig voor robots die heel kleine onderdelen van een smartphone oppakken en ergens anders weer neerleggen. In Duitsland is daar een bedrijf voor gestart.

Momenteel werk ik aan lijmen die goed op een nat oppervlak hechten. Ook dat is geïnspireerd door organismen in de natuur, de zandkasteelwormen die onderwater met zelfgemaakte lijm hun huisjes maken. We ontwikkelen bijvoorbeeld een lijm die je kunt gebruiken voor operaties. Een arts hoeft dan niet alles dicht te hechten. Ook is het handig om zeewierplantjes vast te lijmen aan de touwen in zee waarop ze groeien. Met de huidige methode gaat namelijk meer dan 80 procent ervan verloren.

Voor mijn werk kom ik amper meer op het lab. Ik heb een groep van tien promovendi en postdocs. Zij doen experimenten en bespreken de resultaten met mij. Verder ga ik graag naar congressen en schrijf ik veel onderzoeksvoorstellen. Dat helpt mij om in de materie te duiken, na te denken en inspiratie te krijgen. En ik geef nog zo’n 30 procent tot de helft van mijn tijd onderwijs.

 

2 Wat vertel jij je zoon als hij vraagt wat voor werk je doet?

‘Mijn moeder is professor’, zegt hij tegen zijn vriendjes. Hij weet dat ik les geef aan oudere kinderen en proefjes doe om nieuwe materialen te maken, zoals lijm. Geef ik gastles op een basisschool, dan krijg ik van de kinderen suggesties voor waar ik nog meer naar kan kijken in de natuur. (lachend) Kunstbloemen, zei er één, maak bloemen na die je thuis kunt neerzetten. Maar eentje raadde ook aan om te kijken hoe zwaluwen een nest bouwen. Het is niet altijd even realistisch wat ze aanraden, maar wel leuk en grappig.

 

3 Hoe ben je in deze baan terechtgekomen?

Exacte vakken gingen mij altijd al heel makkelijk af. Vriendinnen op de middelbare school zeiden: jij hoeft voor bètavakken niets te doen en dan haal je nog steeds goede cijfers. Maar op de universiteit merkte ik dat er ook echt héél briljante types zijn. Ik ben zeker niet dom, maar ook niet superintelligent.

De keuze om chemie te studeren was behoorlijk willekeurig. Ik wilde in ieder geval een echt moeilijke studie doen. Het zit in me dat ik mezelf wil bewijzen. Van biochemie vond ik de theorie heel leuk, maar dat practicum vond ik verschrikkelijk, met dat gepriegel met nanogrammen DNA. Ik ben er gewoon niet zo handig in. Daarom koos ik voor polymeerchemie, omdat ik met grotere hoeveelheden mocht werken, terwijl ik nog steeds nieuwe materialen kon maken.

Onder meer door een meeloopstage van een week bij DSM kwam ik erachter dat ik liever puzzels uitzoek dan dat ik nadenk over de kosten. Promoveren in Nederland leek me alleen saai. Daarom ben ik met mijn man naar de Verenigde Staten gegaan. Na 5 jaar werd ik postdoc in Duitsland, en kreeg daar de rol van groepsleider. Dat vond ik heel leuk, dus besloot ik zoiets ook in Nederland te doen. Zo kwam ik als groepsleider in Wageningen. Vervolgens koos ik voor Groningen, omdat ik daar als hoogleraar mijn eigen toko kreeg.

 

Foto’s: Henk Veenstra

 

4 Wat zou je je jongere zelf nu adviseren?

Ik koos altijd de weg van de minste weerstand. Ik betrad gebaande paden, deed wat de leraren van mij wilden. Ik heb gewoon het liefst dat iedereen mij aardig vindt. Maar het is ook goed om juist de weerstand op te zoeken. Wat vind ik zelf? Wat zijn mijn grenzen? Tijdens mijn studie had ik ruzie met een vriendin. Zij zei: ‘Jij vindt alles ook maar best.’ Het is goed om je eigen mening duidelijk te formuleren en stelling te nemen. Dan kun je ook ballen teruggekaatst krijgen, zodat je jezelf moet verdedigen en verwoorden.

 

5 Wat levert je werk je op?

Het is een hartstikke leuke en veelzijdige baan, dus dat levert veel plezier en energie op. Ook zit er veel uitdaging in, bijvoorbeeld als ik op gesprek moet voor een nieuwe beurs. Verder geeft het opleiden van mensen veel voldoening. Ik wil daarbij niet wegzakken in mijn werk. Het is makkelijk om een vak 5 jaar hetzelfde te doceren, maar daarna moet ik het weer anders doen, ook al kost die voorbereiding hartstikke veel tijd. Het moet niet te makkelijk worden. Mijn werk moet blijven schuren, en ik moet mezelf kunnen blijven afvragen: kan ik dit wel?

Qua salaris geeft deze baan een prima inkomen, zo rond de 4000 euro netto. Dat is niet spectaculair, maar ons gezin komt daar prima van rond. Geld vinden we gelukkig niet belangrijk. We rijden in een oude Opel Corsa en wonen in een dorp waar huizen niet zo duur zijn. Daardoor hebben wij nooit zorgen om geld.

 

6 Op welke eigen prestatie ben je het meest trots?

Dat ik het lef had om na mijn promotie over materiaalkunde als postdoc onderzoek te doen naar natuurlijke adhesie, iets heel anders. Ik was niet bang voor die overstap en dat lukte goed. Dat vind ik stoer van mezelf. Ik raad iedereen altijd aan: blijf niet te dicht bij wat je eerder deed, maar kijk verder dan je neus lang is. Wat heeft de wereld nog meer te bieden, welke andere wegen kun je inslaan? Dat is hartstikke belangrijk in de wetenschap.

Het belangrijkste werk van mezelf vind ik mijn onderzoek naar onderwaterlijmen. Ik ben daar helemaal zelf mee begonnen in Wageningen, en hoewel we er nog niet mee klaar zijn, heb ik alles van A tot Z begeleid. Het is bovendien een project dat heel goed geslaagd is.

 

 

7 Als je iets zou mogen veranderen aan je baan, wat zou dat zijn?

Omdat ik voor een groot deel mijn eigen werk mag bepalen, zit die verandering vooral in mezelf. Ik moet iets meer gestructureerd bezig zijn, minder willekeurige dingen doen, en zo meer tijd overhouden om rustig na te denken over mijn onderzoek. Maar dat is moeilijk, hè? Er kloppen zoveel mensen op mijn deur: wil je in deze promotiecommissie, daar is een handtekening nodig, dit formulier moet even ingevuld worden. Ik vind het moeilijk om dan nee te zeggen. Zo werken bespaart me veel stress, maar het wordt wel snel een zooitje zo.

Natuurlijk plan ik mijn week, inclusief blokken om na te denken, maar die maken het heel makkelijk om bij een vraag te zeggen: oh, ik heb nog wel een paar uurtjes, dat lukt dan wel. Ik heb ook geprobeerd om mijn werk te organiseren met software, maar zo ben ik gewoon niet. Ik ben er dus nog niet achter wat voor mij de heilige methode is. Bovendien: ik vind het ook wel lekker als een chaotische dag achter de rug is. Dat geeft me het gevoel dat ik veel heb gedaan.

 

8 Wat zou je nóg liever doen dan wat je nu doet?

Soms denk ik dat het relaxed zou zijn om wat minder verantwoordelijkheid te hebben, dat mijn werk wat simpeler is. Maar uiteindelijk zou ik het toch weer opzoeken. Stel, ik werk in een bloemenzaak, dan zou ik alsnog mijn eigen ideeën krijgen en inbrengen. (pauze, gelach) Wat ik heel leuk vind om te doen, is foto’s in een album plakken. Ik heb nog de foto’s van een heel jaar thuis liggen, en ik vind het heerlijk om die uit te zoeken. Maar ik moet er niet aan denken om dat de hele dag te doen. Ook lijkt het me ontzettend leuk en spannend om met mijn twee broers en zus een bedrijf te starten, maar ik zou niet weten wat voor een. Dus ik zou oprecht niets weten dat ik nog liever zou willen doen dan hoogleraar zijn.


Curriculum vitae

Naam: Marleen Kamperman.

Leeftijd: 40 jaar.

Woonplaats: Aduard.

Huwelijkse staat: Getrouwd (met schrijver Owen Donkers).

Kinderen: Een zoon, Simon (8 jaar).

Opleidingen:

PhD Material Science & Engineering (Cornell University, 2003-2008), Chemie (Rijksuniversiteit Groningen, 1997-2003), vwo (Oosterlichtcollege, 1991-1997).

Nevenactiviteiten:

Marleen – die in 2017 de Nationale Wetenschapsquiz won en in 2018 de KNCV Van Marumpenning voor onderwijs – is vaste columnist voor de Volkskrant. Daarin schrijft zij over de dilemma’s waar zij als wetenschapper tegenaan loopt, zowel inhoudelijk als persoonlijk. Daarnaast is ze lid van De Jonge Akademie, waarvoor ze zich bezighoudt met het project Kennis Op Straat. “Dat zijn publiekslezingen om wetenschap goed op de kaart te zetten. We werken bijvoorbeeld aan een strip over wetenschap voor op basisscholen.” Verder zit Marleen in veel commissies, zoals voor het verdelen van beurzen en beoordelen van promoties. “En voor mijn 8-jarige zoon ben ik bezig om een voetbalkooi te regelen in Aduard via Dorpsbelang Aduard.”

Werkgevers:

Professor polymeerwetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen (2018-heden), 
associate professor aan de Wageningen University & Research (2016-2018),
assistent-professor aan de Wageningen University & Research (2010-2016),
ostdoctoraal onderzoeker bij het INM-Leibniz Institute for New Materials (2008-2010).


Wie is Marleen naast haar werk?

Het zal nooit haar fulltime baan worden, maar Marleen plakt graag foto’s in. Verder wandelt ze graag met haar gezin, onder meer om vogels te kijken (“Mijn man is daar erg van, en ik leen zijn informatie om er ook meer vanaf te weten”). Ze kijkt ook heel veel “een beetje obscure, vage, vervreemdende” films, zoals van Alex van Warmerdam (“Dat vind ik geweldig, zijn humor is echt de mijne”) en Woody Allen.


Lees meer over dit onderwerp via de tag(s):
Human capital

Onderdeel van dossier(s):