03 - 10 - 2019

‘Het is gaaf hoor, als een les goed draait’

Jorn van Putten is docent chemische technologie bij Hogeschool Rotterdam

 

“Ik heb nooit eerder zo hard gewerkt voor zo weinig geld.” Nee, voor het salaris stapte Jorn van Putten niet over van de chemische industrie naar het onderwijs. Gelukkig heeft hij andere drijfveren: “Mijn werk levert vooral een kick op.”

Tekst: Inge Janse

 

1 Waar werk je en wat doe je daar?

Ik werk als docent chemische technologie bij het Rotterdam Mainport Institute, een faculteit binnen de Hogeschool Rotterdam voor veelvoorkomende beroepen in de haven. Wij hebben daarom extra aandacht voor de energietransitie en raffinaderijen. Ik geef daarbinnen de technologische vakken, dus thermodynamica, meet- en regeltechniek, werktuigbouwkunde en procesveiligheid. Ook maak ik tentamens en organiseer ik excursies. Verder haal ik bij bedrijven onderzoeksopdrachten en gastdocenten binnen voor onze studenten, zoals voor onze minor over de energietransitie.

 

2 Wat vertel je je kleine nichtje als zij vraagt wat voor werk je doet?

Ik ben docent wis-, natuur- en scheikunde, maar dan voor mensen die in een fabriek willen gaan werken. Zo kunnen zij uit dingen die je in de natuur vindt, zoals olie, voor van alles spullen maken: van toetjes na de maaltijd tot benzine voor je auto. Ik help ze om op een gestructureerde manier problemen op te lossen. Zo moeten zij zonder ongelukken veilig in een fabriek kunnen werken, waarin daarnaast zoveel mogelijk geld verdiend wordt omdat het werk zo efficiënt verloopt.

 

3 Hoe ben je in deze baan terechtgekomen?

Ik groeide op in Friesland en was een echte techneut, met een Commodore 64-computer en een brommer die elk weekend uit elkaar ging. Op de havo gingen natuur- en scheikunde me heel makkelijk af. Na een jaar vwo en een tussenjaar in de Verenigde Staten, ging ik op kamers in Groningen voor het Hoger Laboratorium Onderwijs. Ik kwam op dat idee omdat ik ooit een stripverhaal las over hoe een fabriek twee keer zo groot werd gemaakt, en wat daarbij mis kon gaan. Omdat ik niet kon kiezen tussen natuur- en scheikunde, koos ik voor chemische technologie. Ik had bovendien een hekel aan op het laboratorium staan.

Na die studie kon ik een subsidie krijgen voor de universiteit in Groningen. Die overgang van hbo naar universiteit was alleen enorm, dus dat kostte me wel 3 jaar om af te ronden. Ik begon daarna bij ingenieursbureau Fluor, maar dat was te veel een kantoorbaan. Ik stapte over naar DSM in IJmuiden, wat later OCI werd. Die kunstmestfabriek moest later dicht, en ik bleef tot het einde om deze veilig te laten doordraaien en af te bouwen. Vervolgens werkte ik nog 6 jaar bij de ammoniakterminal van OCI in Rotterdam. Een stagiair die ik daar had, vertelde dat ze op de Hogeschool Rotterdam nog naar docenten zochten. Lesgeven wilde ik altijd al een keer uitproberen, en op de terminal had ik het wel gezien. 

 

4 Wat vind je zo leuk aan wat je doet?

Ik leer heel veel over mezelf, want voor een klas vol pubers staan is confronterend. Het gaat heus niet altijd goed. Soms voel ik dat ik mijn overwicht verlies, dan komen de telefoons weer op tafel. Vooral in het begin greep ik soms te laat in, dan is je les helemaal naar de knoppen. Een hoorcollege houden kan iedereen, maar na 20 minuten heeft het echt geen effect meer. Ik moet steeds activiteiten verzinnen, zodat de studenten toch blijven leren.

Ik leer ook weer veel kennis opnieuw, want tijdens je werk raak je daar zoveel van kwijt. Als ik nu terugging naar mijn oude baan, dan zou ik veel meer efficiëntieslagen kunnen maken, gewoon doordat ik de theorie weer paraat heb.

Vooral als ik lesgeef over procesveiligheid kan ik vertellen wat er in de praktijk mis kan gaan. Zo hoop ik mijn studenten te motiveren om meer te zijn dan een technoloog, iemand die sommetjes maakt. Ze hebben ook een voorbeeldfunctie in de fabriek, als mensen die snappen dat er veel meer is dan alleen ‘goed’ en ‘fout’. Ik hoop dat die ervaring uit de praktijk mijn meerwaarde is.

 

5 Op welke eigen prestatie ben je het meest trots?

Dat zijn de kleinere dingen waardoor studenten die zijn vastgelopen in het studeren weer verder kunnen. Met een kleine hint kan ik hun dan de oplossing geven. Het vak thermodynamica is bijvoorbeeld het grootste struikelvak. Ik heb daarom het openboektentamen omgebouwd naar een versie met enkel een formuleblad. Inmiddels maken studenten dat tentamen beter dan voorheen. Ze leren op een specifieke manier denken: beginnen met een simpele energiebalans, die ze vervolgens verder uitwerken. Ik probeer dat stappenplan in hun hoofd te prenten, zodat ze die methode ook voor andere vakken kunnen gebruiken. 

 

6 Wat is hét verschil dat je de komende tijd wilt maken?

Ik wil heel graag meer contacten met het bedrijfsleven. Maar omdat mijn baan zo druk is, gaat dat ten koste van het opbouwen van een netwerk, waardoor ik een eiland word. Terwijl het gebeurt in de industrie, dus we moeten het juist samen doen. We moeten naar een Silicon Valley-achtig systeem, waar onderwijs en industrie veel meer samengesmolten zijn. Studenten worden nu vaak net voordat ze afstuderen weggekaapt, maar waarom zouden ze dan niet al eerder in hun opleiding opdrachten doen voor het bedrijfsleven?

Laat ik daarom dit interview ook gebruiken voor deze oproep: ik zoek bedrijven die de behoefte hebben om iets uit te laten zoeken waar ze zelf geen tijd voor hebben. Laat onze studenten eens een conceptstudie van een halfjaar doen. Vooral voor het mkb kan dat erg interessant zijn. We beschikken over onze eigen proceshal en een proeffabriek, dus we hebben alle ruimte om gekke dingen uit te proberen.

 

7 Wat levert je werk je op?

Ik verdien net boven de 4000 euro per maand. Dat is zeker niet slecht, maar in vergelijking met het bedrijfsleven ben ik flink in salaris achteruitgegaan. (lachend) Ik heb nooit eerder zo hard gewerkt voor zo weinig geld. Maar ik heb er geen zorgen over, ik kan gewoon naar de Albert Heijn en hoef niet naar de Lidl.

Mijn werk levert vooral een kick op. Het is gaaf hoor, als een les goed draait. Soms denk ik na een uur praten tegen ongeïnteresseerde gezichten: wat komt hier nou van over? Maar als studenten zelf iets moeten presenteren, merk ik soms dat 80 procent gewoon is aangekomen. Dat is heel leuk om te zien. 

 

8 Aan welke 'normale' producten lever jij een bijdrage?

Dat zijn de studenten. Mijn bijdrage aan hen is dat ze ook oog hebben voor procesveiligheid. Dat vind ik belangrijk, omdat ik in de praktijk dingen heb gezien die niet veilig waren. Ik leer daarbij steeds meer over didactiek. Toen ik begon, dacht ik dat lesgeven voor 80 procent om de inhoud gaat en voor 20 procent om didactiek. Maar het is eerder het omgekeerde. Dat gaat me gelukkig steeds beter af.

Ik wil ook bijdragen aan het besef bij studenten dat ze niet voor één beroep worden opgeleid, maar dat de wereld voor hen open ligt. Kies niet voor de geijkte paden van de Shells en Esso’s, want er is nog zoveel meer te doen. En ik hoop ze een abstracte manier van denken mee te geven, zodat ze problemen beter kunnen oplossen.

 

9 Wat zou je nóg liever doen dan wat je nu doet?

Ik was in mijn studententijd zeilinstructeur, en zeilen is mijn favoriete hobby. Maar fulltime zeilen, of een eigen zeilschool? Weet je, degene die het meeste leert van lesgeven, dat ben ik zelf. Ik blijf constant veranderen en ik kom in mijn werk nooit in een sleur. Dat geeft me heel veel voldoening, dus momenteel zit ik hier op de best mogelijke plek.

 

10. Hoe zie je jezelf over 10 jaar?

Ik blijf docent, maar ik wil niet die man worden die zegt: ik heb ooit weleens een fabriek van dichtbij gezien. Ik hoop dus over 10 jaar regelmatig in fabrieken te komen. Ik word hier helemaal volgeroosterd met lessen, wat ten koste gaat van mijn contact met het bedrijfsleven. Het zou daarom fantastisch zijn als ik over 10 jaar 2 dagen per week voor een bedrijf kan werken. Ik wil blijven weten wat er buiten echt leeft.

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Curriculum vitae

Naam

Jorn van Putten.

Leeftijd

41 jaar.

Woonplaats

Delft.

Huwelijkse staat

Samenwonend.

Kinderen

Twee jongens, van 6 en 3 (“die wordt geen technicus, hij is zo onhandig”).

Opleidingen

Master technische scheikunde (Rijksuniversiteit Groningen, 2002-2005), bachelor chemische technologie (Hanzehogeschool Groningen, 1997-2002), havo (RSG Sneek, 1990-1995).

Nevenactiviteiten

Buiten de Hogeschool Rotterdam is Jorn niet actief in nevenfuncties, daarbinnen zit hij in de nodige commissies, zoals voor de jaarlijkse alumni-terugkomdagen en voor internationalisering. “Studenten wonen vaak thuis. Zelfs als ik voorstel om een minor te doen in Breda, zeggen ze: nee, dan moet ik helemaal met de bus. We willen ook meer internationale uitwisselingen tussen studenten. Ze moeten wat meer op hun plaat durven gaan.”

Werkgevers

Docent chemische technologie bij Hogeschool Rotterdam (2017-heden), technologiemanager bij OCI Terminal Europoort (2011-2017), procestechnoloog bij ADM (2010-2011), procestechnoloog bij DSM/OCI Nitrogen (2007-2010), procestechnoloog bij Fluor (2005-2007).


Wie is Jorn naast zijn werk?

Jorn maakt eens per jaar een grote zeilreis met een groep vrienden: vroeger in Kroatië, tegenwoordig in Friesland. “Daar deden we de Elfstedentocht met een valkje, dwars door Leeuwarden. Dat was nog veel leuker dan in een ander land zeilen.” Hij fietst ook veel met vrienden, zoals een weekend in de Eifel. “Geen wedstrijden hoor, gewoon af en toe een klim.” Daarnaast rijdt hij een Saab van bijna 20 jaar oud, die om steeds meer onderhoud vraagt. “Maar dat is veel leuker dan een nieuwe auto kopen.”


Lees meer over dit onderwerp via de tag(s):
Onderwijs
Chemie Magazine

Onderdeel van dossier(s):