25 - 09 - 2019

Miljoenennota mist urgentie

Martijn Broekhof, hoofd Energie & klimaat bij de Koninklijke VNCI, geeft in deze terugkerende column een update.

 

De vorige week gepresenteerde Miljoenennota is de eerste begroting van het kabinet sinds de presentatie van het Klimaatakkoord. Je zou er daarom een concretere uitwerking van de beleidsvoornemens uit het Klimaatakkoord in verwachten. En een ‘sense of urgency’ met betrekking tot maatregelen die nodig zijn om de klimaattransitie in gang te zetten. Vooral omdat de politiek en de maatschappij verwachten dat de industrie op korte termijn met concrete investeringen komt in projecten die hun CO2-uitstoot reduceren.

 

Die ‘sense of urgency’ vind ik in de Miljoenennota onvoldoende terug. Het Klimaatakkoord bevat een aantal ‘wortels’ (verleidingen, of bonussen, waarmee de kosten omlaag gaan) en een aantal ‘stokken’ (verplichtingen, waarmee de kosten hoger worden). In de begroting van het kabinet voor 2020 zie ik weinig verleidingen, vooral stokken. Zo is er nu zekerheid dat de ODE-tarieven (Opslag Duurzame Energie) voor de industrie worden verhoogd. Maar zekerheden over bonussen ontbreken.

 

Vergeet niet dat het met name in de chemische industrie om veelal complexe projecten gaat, die een lang voortraject hebben voor ze het gewenste rendement opleveren: technische analyse van mogelijke projecten, rekenmodellen met terugverdientijden, investeringsvoorstellen en uiteindelijk de investeringsbeslissing. Om de rekenmodellen te kunnen maken heeft een bedrijf zekerheden nodig over de condities. Alleen goed onderbouwde investeringsvoorstellen kunnen op goedkeuring rekenen in (vaak internationale) board rooms. Het gaat hier om fundamentele keuzes, die tot ver na 2030 zullen doorwerken, waardoor zorgvuldigheid is geboden.

 

Zo is er nog geen duidelijkheid over welke projecten wel of niet in aanmerking komen voor de Subsidieregeling voor Duurzame Energie (SDE++). Uit het Conceptadvies van het PBL van afgelopen zomer weten we dat de SDE++ voor een beperkt aantal technologieën wordt opengesteld. Het is een gestandaardiseerde vorm van techniek-ondersteuning. Echter veel CO2-reductiemaatregelen van de wat kleinere ETS-bedrijven en projecten op het gebied van elektrificatie, komen niet in aanmerking. En dat is een gemiste kans. En dan is er natuurlijk nog de grote onzekerheid over de vormgeving van de CO2-heffing die in 2021 in zou moeten gaan.

 

Bedrijven weten door alle onzekerheden niet wat ze mee moeten nemen in hun berekeningen. De industrie, en de chemische industrie in het bijzonder, wil graag vooruit. De VNCI heeft met het rapport ‘Chemistry for climate’ al in het voorjaar van 2018 de weg naar een klimaatneutraal 2050 gewezen. Maar daarvoor is wel nodig dat er zekerheid komt over een aantal elementen die cruciaal zijn om, zeker op de korte termijn, tempo te maken met de klimaattransitie.


Lees meer over dit onderwerp via de tag(s):
Energie & klimaat

Onderdeel van dossier(s):