Gezamenlijke brandweer effectiever en goedkoper


10 - 07 - 2019

 

Tekst: Erik te Roller

 

'Standaardisatie is het sleutelwoord'

 

Publiek-private samenwerking bij brandweerkorpsen vergroot niet alleen de slagkracht van de brandweer, met name bij industriële brandbestrijding, maar bespaart chemiebedrijven ook veel geld. Nog meer besparen kunnen ze door hun bedrijfsnoodorganisaties zoveel mogelijk te standaardiseren, stelt Jan Waals, directeur van de Gezamenlijke Brandweer in het Rotterdamse havengebied.

 

De Gezamenlijke Brandweer (GB) is in 1998 opgericht door de gemeente Rotterdam, de toenmalige gemeente Rozenburg en een aantal BRZO-bedrijven in het havengebied. In totaal 73 bedrijven zijn lid, waarvan 45 door de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond verplicht zijn een bedrijfsbrandweer te hebben, omdat ze omgaan met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen. De overige bedrijven zijn vrijwillig lid. Van het totaal zijn 30 bedrijven lid van de Koninklijke VNCI. In het havengebied beschikt de GB over zes zogenoemde beroepsposten en daarnaast over twee posten van de vrijwillige brandweer, in Hoogvliet en Rozenburg, die ook industriële branden kunnen bestrijden. In totaal werken er 310 mensen, waarvan 250 brandweerlieden zijn.

 

 

“De kracht van de GB is de focus op industriële brandbestrijding”, licht directeur van de Gezamenlijke Brandweer Jan Waals toe. “Hiervoor zijn de brandweermensen speciaal opgeleid en krijgen ze bijscholing. 

Ook zijn ze snel ter plekke met een opkomsttijd van 6 minuten, dat is korter dan de 8 minuten die in de rest van Nederland geldt. De Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond controleert die 6 minuten regelmatig.” Verder kent de GB teams die gespecialiseerd zijn in het bestrijden van onder andere tank- en scheepsbranden, en het bevrijden van mensen, die ergens op grote hoogte of diepte zijn blijven steken. Daarnaast ondersteunt de organisatie de lidbedrijven bij vragen van het bevoegd gezag over preventie en brandweertaken.

De GB is een openbaar lichaam, net als bijvoorbeeld een woningcorporatie. In het bestuur zitten twee vertegenwoordigers van de gemeente, waaronder burgemeester Aboutaleb, en drie vertegenwoordigers van CIBUA, een coöperatie van 65 bedrijven die ‘lid zijn’ van de GB.

 

Voordelen
Volgens Waals komt een derde van de kosten van de GB voor rekening van de gemeente Rotterdam en twee derde voor rekening van de bedrijven. Elk bedrijf betaalt naar het aantal aanwijzingen van de veiligheidsregio. De bijdrage per aanwijzing is 50.000 euro per jaar en in totaal zijn er 256 aanwijzingen. Waals: “Door de publiek-private samenwerking binnen de GB besparen zowel de gemeente Rotterdam als de bedrijven nu 22 tot 25 procent op de kosten van respectievelijk de publieke brandweer en de bedrijfsbrandweer.”

Voor bedrijven heeft het lidmaatschap meer voordelen. “Wij zorgen ervoor dat een bedrijf voor wat be-treft de bedrijfsbrandweer voldoet aan de wet- en regelgeving. Ook komen we zes keer per jaar langs voor een brandweeroefening. Verder kunnen we door de opkomsttijd van 6 minuten een brand sneller bestrijden, wat de schade beperkt en de continuïteit van de bedrijfsvoering bevordert. Daarnaast zijn onze mensen door hun opleiding en oefeningen op locatie goed op de hoogte van wat een bedrijf produceert en waar ze bij brand rekening mee moeten houden. Ten slotte helpt het in de kiem smoren van een brand imagoschade te voorkomen.”

Waals ziet mogelijkheden voor verdere verbetering: “Standaardisatie is hierbij het sleutelwoord. Elk BRZO-bedrijf heeft een bedrijfsnoodorganisatie, bestaande uit bedrijfshulpverleners en bedrijfsdeskundigen. De laatste zijn doorgaans leidinggevende operators, die in geval van een bijzondere situatie kunnen beslissen of bijvoorbeeld een leiding moet worden afgesloten of juist open moet blijven. Door de bedrijfsnoodorganisaties zoveel mogelijk te standaardiseren, kunnen bedrijven bijvoorbeeld tot een gezamenlijke opleiding voor hun bhv’ers en bedrijfsdeskundigen komen. Dat bespaart geld en maakt het gemakkelijker om kennis en ervaring uit te wisselen. In samenwerking met de brandweer kunnen ze die opleidingen effectief organiseren. Daarna kunnen ze gestandaardiseerde opleidingen en procedures van de bedrijfsnoodhulp laten borgen door het Veiligheidsinstituut of het Instituut Fysieke Veiligheid.”

 

Rode knop 
Een meer praktische aanbeveling is het tijdig indrukken van de rode knop. “In de bedrijfscultuur zit nog niet ingebakken dat mensen meteen op die knop drukken als er iets mis is. Vaak wil een operator eerst kijken of hij of zij iets zelf kan oplossen, bijvoorbeeld een lekkage. Prima, maar druk ook meteen op de knop, want anders gaan er kostbare minuten verloren, waarbij het probleem kan escaleren. Wij komen liever tien keer voor niets, dan één keer te laat.”

De procedure is volgens Waals simpel en doeltreffend: “Bij een alarm vanuit de controlekamer of de portiersloge rukt de brandweer meteen uit. Er gaat geen tijd verloren met communicatie over de vraag of we wel of niet moeten komen. Er wordt eerst gereden en dan pas gecommuniceerd.”

 

Transportincidenten
De GB kan ook hulp verlenen bij transportincidenten. De ondersteuning vanuit de chemische industrie via VGS-alert (Nederlandse invulling van het Europese ICE-systeem om publieke hulpverleners te helpen en ondersteunen bij incidenten bij het vervoer van gevaarlijke stoffen) vindt Waals heel nuttig. Het gaat om een meldkamer bij Sitech Services op Chemelot in Limburg, waar twee ervaren medewerkers 24 uur per dag aanwezig zijn. “Zij kunnen ons snel informatie geven over een gevaarlijke stof. Binnen Brandweer Nederland is inmiddels afgesproken dat de publieke brandweer ook via VGS-alert om assistentie kan vragen van het Platform Industriële Incidentbestrijding, waarbij behalve de GB ook de bedrijfsbrandweer van Chemelot in Sittard-Geleen, van Dow in Terneuzen en van Shell in Moerdijk zijn aangesloten. Die kunnen bijvoorbeeld helpen een gekantelde tankwagon met een gevaarlijke stof leeg te pompen.”

Overigens neemt de publieke brandweer volgens het landelijke protocol eerst contact op met het publieke LIOGS (Landelijke Informatiepunt Gevaarlijke Stoffen), dat is ondergebracht bij de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Vervolgens waarschuwt dit platform VGS-alert, dat advies aan de hulpverleners op de plaats van het incident kan geven.

De samenwerking tussen de brandweer en bedrijven verloopt goed. “Er is veel onderling vertrouwen. We zijn nu bezig de kwaliteit van de oefeningen te verhogen door er onverwachte elementen aan toe te voegen, zodat mensen niet vervallen in routine en daardoor beter kunnen reageren op onverwachte situaties.” 

 


 

Gezamenlijke Brandweer Amsterdam  
De Gezamenlijke Brandweer Amsterdam (GBA) heeft geleid tot een nieuwe industriële brandweerpost in het Westelijk Havengebied van Amsterdam. Het is een publiek-private samenwerking van die partijen: de Veiligheidsregio Amsterdam Amstelland, Port of Amsterdam en private partijen (bedrijven) uit de haven. Doel is om te komen tot een structureel hoger niveau van calamiteitbestrijding in de Amsterdamse havens. De komst van de GBA is de eerste stap in het initiatief voor een Veiligheidscentrum. Op termijn zal het programma zich verbreden naar andere veiligheidsonderwerpen. Ondernemersvereniging Regio Amsterdam (ORAM) vertegenwoordigt in deze publiek-private samenwerking het belang van het bedrijfsleven.

 

Samenwerking Korpsen Delfzijl
De brandweer van Chemiepark Delfzijl is een publiek-private samenwerking aangegaan met de gemeentelijke brandweer, maar anders dan in Rotterdam (en Amsterdam) hebben beide korpsen niet hun mensen en middelen bij elkaar gevoegd. “Uitgangspunt is dat ieder korps zijn eigen mandaat heeft, maar dat ze wel samen oefenen en zo nodig samen branden bestrijden”, zegt Johan Visser, locatiedirecteur van Nouryon in Delfzijl. Op Chemiepark Delfzijl bestond de bedrijfsbrandweer enkele jaren geleden uit vrijwilligers van het onderhoudsbedrijf Stork. Visser: “In 2013 constateerden we echter dat het aantal installaties met een hoog risico in het park was toegenomen en de inzetbaarheid van de vrijwilligers was afgenomen. In 2014 zijn we daarom overgestapt op een professionele bedrijfsbrandweer van het bedrijf Falck, die binnen 6 seconden tot hooguit 2 minuten inzetbaar is. Deze werkt in drie ploegen van vijf mensen en is dus continu beschikbaar.” 

Op de locatie Delfzijl is er vanwege vier fabrieken en de opslag van methanol een bedrijfsbrandweer nodig. In 2017 heeft Falck een nieuw gebouw betrokken, dat een veilig onderkomen aan de eigen mensen plus allerlei faciliteiten biedt. Het bedrijf biedt ook service op het gebied van preventie en bhv. “Dat is aantrekkelijk voor nieuwkomers die overwegen om zich hier op de site in Delfzijl te vestigen”, aldus Visser.

De bedrijfsbrandweer en de gemeentelijke brandweer zijn net begonnen aan een pilot van 3 jaar. De brandweerlieden van Falck en de gemeente oefenen samen verschillende scenario’s bij de bedrijven, zodat de brandweerlieden van de gemeente de bedrijven ook van binnenuit leren kennen. Afgesproken is dat de be-
drijfsbrandweer bij branden in de omgeving kan uitrukken met een klein extra team van twee mensen, waarvan één wordt betaald door de Veiligheidsregio Groningen en één door de bedrijven. Dit kleine team kan bijvoorbeeld op de aangrenzende bedrijfsterreinen Weiwerd of Oosterhorn binnen enkele minuten ter plekke zijn en beoordelen hoe groot de inzet moet zijn. De andere vijf van de ploeg van Falck moeten inzetbaar blijven voor alle aangewezen scenario’s op het Chemiepark Delfzijl. “Het voordeel is dat de publieke brandweer dan op Weiwerd en Oosterhorn sneller tot inzet kan komen en wel in circa 20 in plaats van 40 minuten. In het algemeen vergroot de samenwerking de slagkracht van de gemeentelijke brandweer en de bedrijfsbrandweer in een groter gebied”, aldus Visser.

 


Lees meer over dit onderwerp via de tag(s):
Chemie Magazine
Veiligheid Voorop