28 - 06 - 2019

Terugblik op afgelopen maanden klimaatonderhandelingen

 

De Koninklijke VNCI vindt dat het pakket aan klimaatmaatregelen die het kabinet op vrijdag 28 juni 2019 heeft gepresenteerd onvoldoende recht doet aan de belangrijke bijdrage die grote en kleine industriële bedrijven leveren aan de economie, werkgelegenheid, onderwijs en onderzoek.

De chemische industrie zal zich desondanks blijven inzetten voor de reductie van de beoogde uitstoot van broeikasgassen, zoals afgesproken in het Parijse klimaatakkoord. Hierover is nooit discussie geweest, wel over de wijze waarop die doelen behaald moeten worden.

 

De onderhandelingen stap voor stap
Het begon in maart 2018 met de presentatie van de ‘Routekaart 2050’, die laat zien hoe de chemische industrie in Nederland de uitstoot van broeikasgassen met 80-95 procent kan reduceren in 2050 (ten opzichte van 1990). Deze Routekaart vormde voor de chemische industrie de leidraad bij de onderhandelingen over het klimaatakkoord, die voorjaar 2018 van start gingen tussen overheid, bedrijfsleven en andere belangengroepen.

De onderhandelingen vonden plaats aan vijf 'thematafels’ voor industrie, elektriciteit, gebouwde omgeving, landbouw en mobiliteit. De VNCI zat namens de industrie aan de industrietafel en werd vertegenwoordigd door toenmalig VNCI-directeur Colette Alma. Martijn Broekhof, hoofd Energie & klimaat bij de Koninklijke VNCI, zat in een aantal beleidsinhoudelijke werkgroepen met deelnemers uit de industrie, overheid en milieubeweging. Deze groepen deden het denk- en uitzoekwerk ter ondersteuning van de onderhandelaars aan de hoofdtafels. De (chemische) industrie heeft steeds gepleit voor een akkoord waarin ook rekening gehouden wordt met de concurrentiepositie van de Nederlandse (chemische) industrie. De sfeer aan de tafels was goed en constructief. Iedereen was ervan doordrongen dat er een maatschappelijk breed gedragen klimaatakkoord moest komen.

 

Bonus-malus
De onderhandelingen resulteerden juli 2018 in een ‘Voorstel voor hoofdlijnen van het Klimaatakkoord’. Dit werd door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) nog niet concreet genoeg bevonden voor een doorrekening. De doorrekening was belangrijk om de politiek en de samenleving voldoende vertrouwen te geven in het halen van de doelstellingen.

Verdere intensieve onderhandelingen leidden in december 2018 tot het ‘Ontwerp van het klimaatakkoord’, met een pakket van afspraken, maatregelen en instrumenten om de CO2-uitstoot volgens afspraak terug te dringen. Hierin stelde de Industrietafel voor om een bonus-malusregeling in te stellen om de CO2-emissies in de energie-intensieve industrie te reduceren. Bedrijven met de beste CO2-reductieplannen zouden de meeste financiële steun krijgen, bedrijven die niets of te weinig doen zouden een boete moeten betalen. Dit geld zou naar de subsidiepot gaan, zodat anderen er hun voordeel mee kunnen doen. Het systeem zou een duidelijke prikkel zijn om bedrijven die onvoldoende uitstootreductie realiseren via een malus – een CO2-heffing – tot actie te brengen. Dit ontwerp-Klimaatakkoord bleek wel concreet genoeg om door het PBL te kunnen worden doorgerekend.

Het besluit van de milieuorganisaties en FNV om zich een dag voor de presentatie van het ontwerpakkoord terug te trekken noemde de VNCI ‘betreurenswaardig’ en stelde dat het geenszins af deed aan de inzet van de industrie om de CO2-doelstellingen te halen. ‘CO2-reductie is een prioriteit voor de industrie. Sinds 1990 is de uitstoot van CO2(-equivalenten) door de industrie met 32 procent gedaald. Met het ontwerpakkoord kunnen we deze trend sterk versneld voortzetten.’

De VNCI organiseerde hierna een aantal bijeenkomsten in het land om de leden te informeren en in discussie te gaan over de implicaties van dit ontwerp-klimaatakkoord.

 


ExxonMobil | Foto: Jeronimus van Pelt

 

Verstandige CO2-heffing
Maart 2019 presenteerde het PBL de doorrekening. Direct daarna kwamen premier Rutte en minister Wiebes in een persconferentie met een reactie. Tot veler verrassing presenteerden zij niet een appreciatie, een inhoudelijke reactie op de doorrekening, maar een politieke keuze. Zij gaven aan dat er bezwaren zijn tegen het bonus-malussysteem zoals beschreven in het ontwerp-klimaatakkoord en kondigden, tot grote verrassing van de industrie, de invoering van een 'verstandige CO2-heffing' aan.

De gesprekken tussen de (chemische) industrie en het ministerie van EZK gingen daarna over de vraag hoe zo'n 'verstandige CO2-heffing' eruit moet zien. Daarbij ging het onder meer over de interpretatie van de kritiek van het PBL. De VNCI had op een aantal cruciale punten een andere interpretatie verwacht. Zo koos het PBL om niet alle beschikbare SDE+-middelen voor de industrie mee te nemen en niet te rekenen met actuele CO2- en energieprijsverwachtingen.

Daarnaast was er een meer fundamentele discussie over hoe het beleidspakket zekerheid kon bieden over het halen van de doelen. In de optiek van de VNCI heeft een transitie waar zulke grote investeringsbeslissingen mee gemoeid zijn een inherente onzekerheid die moeilijk met beleid is weg te nemen. De overheid zocht juist naar meer garanties dat de doelstelling daadwerkelijk gerealiseerd werd. De rol van een mogelijke CO2-heffing in het bieden van meer zekerheid stond in deze discussie centraal.

 

Gedeelde verantwoordelijkheid
April 2019 kwam het kabinet met de appreciatie op de doorrekening van het PBL en waren ook de eerdere voorstellen van de PvdA en GroenLinks voor een CO2-heffing doorgerekend. De (chemische) industrie had aangegeven tegen een ‘platte’ CO2-heffing te zijn waar de twee partijen en de milieuorganisaties voor ijverden. Een verstandige CO2-heffing kon een rol spelen als onderdeel van een systeem van wortel en stok, een systeem dat achterblijvers wel prikkelt, maar voorlopers niet bestraft. De (chemische) industrie pleitte voor een systeem waarbij de industrie met de overheid samenwerkt aan verduurzaming van de economie, waarbij de overheid voor de infrastructuur zorgt, vergunningen verleent en obstakels wegneemt. Een systeem dat uitgaat van verleiding, flexibiliteit en gedeelde verantwoordelijkheid, in plaats van rigiditeit en harde handhaving. Een klimaatakkoord met alleen maar opgelegde wetgeving is geen akkoord.

De concept-doorrekeningen van het PBL van de voorstellen voor een CO2-heffing van GroenLinks en de PvdA lieten veel vragen onbeantwoord, concludeerde de VNCI. Wel bleek uit het conceptstuk dat er een groot risico bestond op weglek van CO2-uitstoot naar het buitenland en een verlies aan werkgelegenheid in vitale sectoren van de Nederlandse economie.

 

Gevolgen voor werkgelegenheid
Het PBL voorzag een reductie van de CO2-uitstoot in de energie-intensieve industrie als gevolg van de plannen van de PvdA en GroenLinks, waarbij de voornaamste reductie toe te schrijven was aan CCS. Een ‘betekenisvolle weglek’ was met het plan van de PvdA echter ‘niet uit te sluiten’. Bij het plan van GroenLinks bestond er zelfs ‘een reële kans op aanzienlijke verplaatsing’. Dit deed de behaalde CO2-reductie wereldwijd weer deels teniet, terwijl er wel gevolgen konden zijn voor de werkgelegenheid in de industrie én voor het draagvlak voor klimaatmaatregelen in binnen- en buitenland. Ook waren eenzijdige Nederlandse maatregelen niet in lijn met Europese afspraken binnen het ETS. Uit de doorrekening bleek dus vooral dat nog veel onduidelijk was over de plannen van GroenLinks en PvdA.

Het PBL meende dat voor een grondiger analyse meer tijd en details over de technische uitwerking nodig waren. De VNCI sloot zich hierbij aan en wachtte graag de verdere doorrekeningen af. Die werden gepresenteerd op18 juni. Gelijktijdig presenteerde de Sociaal Economische Raad (SER) een advies aan de regering waarin bepleit wordt om te komen tot een regionale aanpak voor toekomstgerichte industrie. Dit advies is breed en bestaat uit vier pijlers: versterking van de regionale aanpak; versterking van arbeidsmarkt- en scholingsbeleid; bevorderen van innovatie en investeringen in nieuwe technologieën; en beprijzen van vermijdbare CO2-uitstoot om vernieuwing te versnellen.

 

Klimaatplannen van het kabinet
Na bijna een jaar van intensieve besprekingen aan de Klimaattafels, stelde de coalitiepartijen uiteindelijk een eigen Klimaatplan op die ze op 28 juni presenteerde. In reactie hierop stelde VNCI samen met de andere industriebranches dat ze geloven dat  Nederland voorop kan lopen in de wereld, maar dat de aanpak van het kabinet het in de praktijk buitengewoon moeilijk maakt voor veel van onze bedrijven. Maar het behalen van de ‘Parijse’ klimaatdoelen heeft voor de VNCI en haar leden nooit ter discussie gestaan. Daarom willen wij graag betrokken worden bij de verdere uitwerking van de kabinetsvoorstellen.

 


Lees meer over dit onderwerp via de tag(s):
Klimaatakkoord

Onderdeel van dossier(s):