27 - 06 - 2019

BASF De Meern viert 50-jarig bestaan

 

Tekst: Igor Znidarsic

 

'Katalysatoren zullen altijd nodig zijn'

 

Precies 50 jaar worden op bedrijventerrein Oudenrijn in De Meern katalysatoren gemaakt, sinds 2006 onder de vlag van BASF. Paul Evers, site director van BASF De Meern, kijkt terug op een aantal belangrijke innovaties en blikt vooruit naar een toekomst waarin elektrificatie, waterstofproductie en de circulaire economie om nieuwe katalysatoren vragen.

 

In 1969 werd hier de eerste batch zilverkatalysator gemaakt”, antwoordt Paul Evers op de vraag waarom BASF De Meern dit jaar het 50-jarig jubileum viert. Hij is 5 jaar site director en moest voor het ophalen van de historische feiten voor dit artikel een aantal oudgedienden raadplegen, waarvan er een al 42 jaar in De Meern werkt. Wat ook helpt is dat hij aanwezig is bij de seniorenuitjes en dan de oude verhalen hoort. Conclusie (lachend): “Vroeger was zeker niet alles beter.”

De katalysatorenfabriek is de enige chemielocatie op het bedrijventerrein in De Meern en is daarom niet ingebed in een chemiecluster. Evers ziet daarin geen nadeel: “Wij hebben hier geen bulkchemie met grote materiaalstromen die je aan elkaar kunt koppelen om transportbewegingen uit te sparen. Bij katalysatoren gaat het puur om de toegevoegde waarde. En wat betreft energie is onze stoombehoefte beperkt: de temperaturen in onze productieprocessen zitten tussen 400 en 900 graden, en dan gebruik je eerder gasverhitting of elektrische verhitting. Wij zitten hier in een kenniscluster, samen met de Universiteit Utrecht en de TU Delft. Daar werken we veel mee samen om nog betere materialen te maken.”

 

 

Margarine
Sinds de opening van het laboratorium in 1983 (toen nog onder Harshaw Chemie) ontwikkelt BASF De Meern zelf katalysatoren, wat leidde tot een aantal belangrijke innovaties. Zo is er een katalysator ontwikkeld voor het Fischer-Tropsch-proces, de basistechniek om uit aardgas diesel te maken. Aanvankelijk richtte de productie van katalysatoren zich voornamelijk op de chemische industrie, in de jaren tachtig kwam daar de voedingsmiddelenindustrie bij, omdat BASF De Meern een verbeterde, opnikkel gebaseerde katalysator ontwikkelde die van vloeibare oliën geharde vetten maakt. Dankzij deze vinding kunnen we margarine op ons brood smeren. In de jaren negentig ontstond in de petrochemie vanwege strengere emissieregelgeving behoefte aan katalysatoren die hogere gehaltes aan zwavel en aromaten, zoals benzeen, uit benzine en brandstoffen halen. De Meern leverde ze. Later ging het lab ook katalysatoren ontwikkelen voor de medicijnenindustrie.

De kleur indigoblauw, bekend van de spijkerbroek, is ook gemaakt met behulp van een katalysator van BASF. Hetzelfde geldt voor de ‘super absorber’ in luiers, die ervoor zorgt dat de baby droge billetjes houdt.

 

Wat zit er nog in de pijplijn voor de komende tijd?
Evers: “Momenteel ligt de focus op elektrificatie, waterstofproductie, het maken van olefines uit methaan en het gebruik van CO2 als grondstof. Sommige van deze research doen we samen met het Advanced Research Center Chemical Building Blocks Consortium (ARC CBBC), waarin bedrijfsleven en wetenschap samenwerken. En hoe ga je batterijmaterialen maken, onder andere materialen voor de kathode? De kathode is het geheim van de batterij en bepaalt mede de oplaadtijd. Dat is een belangrijk research-onderwerp binnen BASF. Verder is methaan-pyrolyse, om efficiënt waterstof te kunnen opwekken, interessant. Waterstof gaat in de toekomst een belangrijke rol spelen. We onderzoeken alternatieve technieken om dit gas te maken.”

 

Veiligheidsstudie
In het recente verleden waren er een aantal incidenten. Zo kwam in 2014 een hoeveelheid nikkeloxide vrij bij een installatie en werd het bedrijf onder verscherpt toezicht gesteld. Het incident gebeurde omdat men “niet goed omging met een incident”, aldus Evers.

 

‘De site heeft veel groeipotentieel en daar willen we gebruik van maken’

 

Welke lessen zijn hieruit geleerd en welke verbeteringen zijn doorgevoerd?
Evers: “Bij het voorkomen van incidenten gaat het om drie dingen: mensen, installaties en procedures. Voor een hoog veiligheidsniveau moeten alle drie op orde zijn. We hebben ten eerste de mensen beter opgeleid en getraind. Om processen onder controle te brengen ga je ze standaardiseren, en om iets te standaardiseren begin je met geen afwijkingen te accepteren. 

Ten tweede hebben we de veiligheidsstudies op alle installaties opnieuw gedaan. We hebben bijvoorbeeld alle flexibele verbindingen weggehaald of vervangen door flexibele verbindingen van een veel hogere integriteit, wat je niet standaard doet in een veiligheidsstudie. We zijn met de hele infrastructuur naar een veel hoger niveau gegaan. Ook omdat de site veel groeipotentieel heeft en we daar gebruik van willen maken. Dat betekent dat de installaties daarin mee moeten kunnen gaan. We investeren daar veel in.”

Evers pakt een suikerzakje, ter illustratie van de hoeveelheid nikkeloxide waarbij de fabriek stilgelegd wordt omdat het toegestane bloot-stellingsniveau is overschreden. “We werken qua normen dicht onder de farmaceuten. Als je leveranciers vraagt om voor ons machines te leveren die op farmaceutisch blootstellingsniveau produceren, komen we op onbekend terrein. We kunnen niks standaard van de plank kopen, en investeren nu miljoenen om gezamenlijk met leveranciers nieuwe concepten te ontwikkelen.

Ten derde zijn er, last but not least, de procedures. Wat doe je mocht er ondanks alle maatregelen toch een spill zijn? De procedure is nu: installaties stilleggen, fabriek ontruimen en dan kijken hoe we ermee omgaan.”

 

Op 18 april is de revisievergunning gepubliceerd. Wat betekent dit voor BASF De Meern?
“Het betekent dat de actuele wetgeving is weerspiegeld in onze actuele activiteiten. De oude vergunning was een historisch opgebouwd document met allerlei detailartikelen die te herleiden waren tot de jaren zeventig en tachtig en nu niet meer relevant waren. Bijvoorbeeld dat assen beveiligd zijn met dubbel seal en spervloeistof. Als je een nog veiliger toepassing wilde, kon dat niet. Ook op het gebied van afvalwater en filters was de vergunning een historisch bouwwerk dat bepaalde verbeteringen tegenhield.

Nu hebben we een basis gelegd voor systeemgericht toezicht. Dat betekent dat er niet meer in staat hoe een beveiliging van een installatie moet zijn, maar dat wij in een Management of Change-proces bepalen hoe de beveiliging van de installatie moet zijn. Dat sluit veel beter aan bij onze bedrijfsvoering en daardoor kunnen we ook beter continu op de laatste stand van de techniek blijven.”

 

Hoe ziet jullie verdere toekomst eruit?
“Over 50 jaar staat deze fabriek er nog steeds, ondanks de oprukkende bebouwing, want onze contouren gaan niet buiten onze hekken. De oude katalysatoren zullen voor het grootste deel nog steeds gemaakt worden, want er zal nog steeds raffinage van olie zijn, er zal nog steeds ontzwaveld moeten worden. Daarnaast komen er nieuwe producten bij. BASF kijkt bijvoorbeeld naar pyrolyse van kunststof, om van polyethyleen weer etheen of ethaan te maken en van polypropyleen propyleen, dus de oorspronkelijke chemische building blocks van de kunststof, om die als feedstock in te zetten in de circulaire economie. Voor de omzetting en voor het verwijderen van kleurstoffen en vulstoffen heb je katalysatoren nodig. 

Verder komen op waterstof gebaseerde stromen op, zoals methaanpyrolyse. Dat zal niet vanzelf gaan, zoals de meeste chemische processen niet vanzelf gaan. Er zullen altijd katalysatoren nodig zijn.” 

 


 

Geschiedenis
De geschiedenis van de locatie gaat terug tot 1893, toen de firma L. van der Hoorn, gespecialiseerd in het vertinnen en galvaniseren van metaal, zich vestigde aan de Jutphaseweg in Utrecht. Vanwege groei week het bedrijf in 1962 uit naar een nieuw bedrijventerrein aan de westkant van Utrecht in de hoek van de A12 en de A2, het latere Oudenrijn. L. van der Hoorn opende er in 1969 de katalysatorenfabriek. De zilverkatalysator, het eerste product, was bedoeld voor Shell voor de productie van ethyleenoxide, grondstof voor de opkomende wasmiddelenindustrie. In hetzelfde jaar werd het bedrijf overgenomen door Harshaw Chemie, dochter van de Amerikaanse katalysatorenproducent Harshaw Chemical Company. Later kwam de locatie in handen van het eveneens Amerikaanse Engelhard. In 2006 werd Engelhard De Meern aangekocht door BASF.

 

Relatie met pers en omgeving
De incidenten kregen de nodige aandacht in de lokale media. “Terecht dat de pers zaken aan de kaak stelt”, zegt Evers. “Dat is hun taak. Maar omdat veel wordt gewerkt met freelancers, gaat men uit van de verhaallijn die in het archief staat. Is deze negatief, dan is het heel moeilijk uit deze cirkel te komen. Inmiddels is deze relatie sterk verbeterd en hebben wij veel meer contact met elkaar.”

Ook het versterken van de relatie met de lokale politiek en de wijkraden draagt bij aan een betere beeldvorming. “Een journalist die over ons gaat schrijven vraagt eerst aan de achterburen en de politiek: hoe is het imago van het bedrijf, hoe is de samenwerking?” De band met de omgeving wordt versterkt met open dagen, de Dag van de Chemie en aanwezigheid op het jaarlijkse Leidsche Rijn Festival, met proefjes voor kinderen. Ook is de Burenpagina op de website aangepast. “Waar aanvankelijk alleen de negatieve afwijkingen werden gepost, waardoor de pers vanzelf het negatieve beeld overnam, staan er nu allerlei berichten op, ook de positieve. Dat geeft een gemengd, veel eerlijker beeld.”

 

Superaccu op komst
Om de voortgaande evolutie van elektromobiliteit te ondersteunen is BASF vastbesloten om actieve kathodematerialen op een hoger efficiëntieniveau te brengen. Een van deze onderzoeken vindt plaats bij BASF. Het gaat om het wijzigen van de chemische samenstelling en morfologie (vorm en structuur) en van het productieproces. Met deze innovaties streeft BASF ernaar om actieve kathodematerialen met de hoogste energiedichtheid op de markt te brengen. In 2025 zullen deze inspanningen bijdragen aan de ontwikkeling van een middelgrote elektrische auto met een verdubbeling van het rijbereik (van 300 kilometer tot 600 kilometer op één enkele acculading) en de acculevensduur, met een accu die maar half zo groot is, slechts de helft kost en een oplaadtijd heeft van niet meer dan 15 minuten. 

 

Burgemeester roemt BASF De Meern
Tijdens het jubileumevent op de locatie op 28 mei bedankte Evers de collega’s voor hun betrokkenheid en bijdrage aan de ontwikkelingen die de site heeft doorgemaakt. De volgende dag gingen in het Academiegebouw in Utrecht specialisten en management van BASF in gesprek met stakeholders, waaronder Topsector Chemiebeursstudenten. Evers gaf een terugblik op 50 jaar katalysatorenproductie in De Meern, daarna gingen diverse sprekers in op de uitdagingen op het gebied van duurzaamheid en de rol van katalysatoren daarin. 

Burgemeester van Utrecht Jan van Zanen roemde de onmisbare maar bij het grote publiek onbekende innovaties van het bedrijf en stelde dat BASF De Meern ook in de toekomst van grote waarde zal zijn met baanbrekende innovaties. Hoe de chemie en katalysatoren kunnen helpen de wereld te verbeteren, vertelde onder meer hoogleraar katalyse Bert Weckhuysen. Nobelprijswinnaar en hoogleraar organische chemie Ben Feringa besloot met de woorden: “Take the lead. The best way to predict the future is to invent it.”

 


Lees meer over dit onderwerp via de tag(s):
Chemie Magazine

Onderdeel van dossier(s):