06.03.2019

Grote stap naar volledige fosfaatkringloop


 

Tekst: Henk Engelenburg

 

In een nieuwe installatie in Amsterdam zet ICL op grote schaal fosfaathoudende reststoffen in als bron bij het maken van fosfaatmeststoffen. Hiermee zet het bedrijf een belangrijke stap naar een volledige fosfaatkringloop. 

 

In de nieuwe installatie van ICL, die vandaag in Amsterdam is geopend, gaan fosfaatreststoffen uit assen van rioolslib en assen van beendermeel tegenwicht bieden aan de uitputting van de wereldvoorraden fosfaaterts. Het toevoegen van de reststoffen aan het reguliere productieproces is niet het allergrootste technologische hoogstandje, maar met de schaal die ICL nastreeft vervult het bedrijf wel een pioniersrol. ICL is dan ook al vijf jaar doende met proefproducties om de ingebruikname van de installatie in Amsterdam voor te bereiden. Onlangs is de laatste drempel, het juist doseren en milieukundig verwerken, verholpen met een ontvangstinstallatie en een doseerlijn. “Dus zonder morsen en zonder stofverspreiding”, stelt Anthony Zanelli, vice president ICL Fosfaat Operaties Europa. “Dit betekent dat we de fosfaatreststoffen nu op grote schaal kunnen gaan verwerken.”

Die reststoffen komen ook op grote schaal beschikbaar, onder maatschappelijke druk om te verduurzamen. Zuiveringsslib van waterzuiveringsbedrijven is een reststroom die veel fosfaat bevat. Na verbranding van het zuiveringsslib blijven er fosfaathoudende assen over. Sinds de overheid het dumpen daarvan of het bijmengen in cement aan banden heeft gelegd, is het voor waterzuiveraars economisch aantrekkelijk om fosfaatreststoffen bij bedrijven als ICL aan te bieden. Andere toeleveranciers zijn slachthuizen in Europa, die beendermeel verhitten tot 750 graden om elk biologisch leven te doden. De resterende assen gebruikt ICL nu als grondstof.

 

 

Bekijk hier de video 'ICL Phosphate Recycling Unit':

 

Bijmengen
Na de opening van de nieuwe installatie, die een investering heeft gevergd van 2,2 miljoen euro (waarvan 0,5 miljoen subsidie van de provincie Noord-Holland), gaat ICL verder proefdraaien. Vanaf maart gaat het “full speed”, in eerste instantie naar een bijmengpercentage met reststoffen van 5 procent tot 10 procent. Dat lijkt bescheiden, maar dit komt op deze schaal nog nergens voor, stelt Zanelli. “De ambitie is heel hoog. Deze installatie is nog maar het begin. We gaan het aandeel fosfaatreststoffen de komende jaren steeds verder opvoeren, totdat uiteindelijk een volledige fosfaatkringloop ontstaat. We zullen naar mijn inschatting rond 2030 kunnen spreken van een substantieel aandeel.”

Het eindproduct is met of zonder fosfaatreststoffen gelijk en prijstechnisch is er evenmin een verschil. Er is wel sprake van een substantiële CO2-vermindering en energiebesparing. Het toevoegen van fosfaatreststoffen dringt het aandeel fosfaaterts immers terug en dat scheelt in transportbewegingen voor de aanvoer van fosfaaterts uit onder meer Israël en China. En er is minder energie vereist, omdat fosfaatreststoffen niet hoeven te worden vermalen, in tegenstelling tot fosfaaterts.

 

Winst
De belangrijkste winst maakt een wereld van verschil: ICL is hiermee klaar voor de toekomst, dat wil zeggen, het concern weet de continuïteit gegarandeerd ondanks de toenemende schaarste aan fosfaaterts. Het inzetten van fosfaatreststoffen illustreert bovendien dat de fosfaaterts consumerende industrie een methode heeft gevonden om een halt toe te roepen aan de almaar voortgaande uitputting van de wereldvoorraden fosfaaterts. Volgens de voorspellingen zijn die voorraden reeds over zeventig tot honderd jaar uitgeput, terwijl de omvang van de wereldbevolking intussen sterk toeneemt. Mensen, dieren en planten kunnen voor hun erfelijk materiaal en energievoorziening namelijk niet zonder fosfaat en de voedselproductie al helemaal niet. Boeren over de hele wereld gebruiken fosfaatmeststoffen om hun gewassen te laten groeien. Zonder fosfaat geen groente of fruit.

 

'Als een van de eerste  marktpartijen de omslag starten naar verduurzamen grondstof creëert kansen’

 

Marktkansen
Als een van de grootste producenten van fosfaatmeststoffen ter wereld, met in Europa locaties in Nederland, Duitsland en België, zegt ICL de maatschappelijke druk te voelen om te verduurzamen richting secundaire grondstoffen, ook al betekent dat een afname van fosfaaterts binnen het concern in de komende jaren. Zanelli: “Ze snappen dat je een dochterbedrijf als ICL Nederland niet kunt isoleren van de maatschappelijke druk om te verduurzamen. Als een van de eerste marktpartijen de omslag starten naar het verduurzamen van de grondstof creëert bovendien marktkansen.”

Zanelli bedoelt dat de inzet van verscheidene fosfaatreststoffen in combinatie met fosfaaterts en kalium allerlei nieuwe combinaties mogelijk maakt met sporenelementen, die leiden tot nieuwe kunstmestproducten met specifieke eigenschappen. Op die wijze verwacht ICL in te kunnen spelen op de transitie in de landbouw in Europa. ICL voerde bijvoorbeeld eerder gesprekken met een grote coöperatie van biologische boeren. “De boeren hebben fosfaten nodig, maar mogen die niet gebruiken vanwege de uitputting van de grondstofvoorraden. Dus als we producten kunnen aanbieden zonder fosfaaterts, zouden we wellicht een productenreeks specifiek voor de duurzame landbouw kunnen ontwikkelen en dan creëren we meer toegevoegde waarde.” 

 

ICL Nederland
ICL Nederland (700 werknemers in totaal) produceert in de fabriek in Amsterdam met circa 100 werknemers jaarlijks ongeveer 550.000 ton kunstmest op basis van fosfaat en kalium voor een breed pro-ductenpakket. De fabriek in Heerlen produceert gecontroleerd vrijkomende meststoffen. De locatie in Terneuzen is de grootste producent van broom ter wereld.

 

De zoektocht gaat verder
De zoektocht naar secundaire grondstoffen stopt niet bij rioolslib en beendermeel. ICL Nederland neemt bijvoorbeeld ook deel aan een Europees onderzoeksprogramma om fosfaatreststoffen te winnen uit dierlijke mest. Het bedrijf volgt nauwgezet het verloop van proeftrajecten in Duitsland voor het winnen van fosforzuur uit slibassen en broedt op een eigen proefinstallatie.ICL heeft in het Engelse Teesside een mijn voor het delven van kaliumchloride, die aan het eind is van zijn economische levensduur. Het concern heeft er nu een laag polyhalite aangetroffen. Dat mineraal kan dienen voor de productie van kunstmest en zwavel voor de landbouw.

 


Gerelateerde dossier(s): Grondstoffen Circulaire economie
Gerelateerde tag(s): Chemie Magazine