Werken in de chemie: 'Ik kan heel blij worden van een getal'

 

Tekst: Inge Janse

 

Wat is er zo boeiend aan chemie en wat maakt werken in de chemiesector zo leuk? Chemie Magazine vraagt het aan mensen die chemie hebben gestudeerd en nu in de chemie werken.

 

Lauran Kwakernaat, Application Scientist bij Croda

 

Lauran Kwakernaat probeert op alle mogelijke manieren harsen te mengen met water, zodat verf zonder oplosmiddelen kan. Ze is daarom het liefst op het lab, samen met haar collega-vrienden. “Maar lukt het niet, dan houdt dat me soms wakker.”

 

1. Wie ben je, waar werk je en wat is je functienaam?
Ik ben Lauran Kwakernaat en werk bij Croda op het lab als application scientist. Ik krijg vragen van verffabrikanten die graag naar een watergedragen verf toe willen, in plaats van op oplosmiddelbasis. Veel klanten lukt het zelf niet om die te maken, dus zij sturen hun grondstof, een alkydhars, naar ons op. Die harsen lossen alleen niet op in water. Ze onttrekken zich gewoon weer. Via de surfactants van Croda, die zowel eigenschappen van de hars als van het water hebben, houd ik de boel bij elkaar.

De te emulgeren alkydhars kun je vergelijken met hars uit een boom. Het is heel stug materiaal, dat eerst opgesmolten moet worden. Ik bepaal de eigenschappen van de hars, zoals de zuurgraad, pH en viscositeit. In een kleine reactor bepaal ik vervolgens met welke verhouding van onze surfactants de hars mengt met water. Soms volgen nog applicatietesten, bijvoorbeeld om te kijken hoe snel de verf droogt. Dit alles schrijf ik op in een rapport voor de klant, zodat deze weet hoe de surfactant werkt. In zijn eigen lab kan de klant dan op grotere schaal verf maken, inclusief alle additieven en pigmenten.

 

 

2.  Wat vertel je je kleine nichtje als zij vraagt wat voor werk je doet?
‘Ik emulgeer alkydharsen’ snapt niemand, dus ik zeg meestal dat ik verf maak, ook al is dat niet helemaal waar. Soms vergelijk ik mijn werk met het maken van salade, want ook een dressing van olie en azijn mengt niet lekker. Ik zorg ervoor dat dit uiteindelijk toch lukt. Of met pannenkoekenbeslag, waarbij ik probeer de beste verhouding te vinden tussen beslag en melk, zodat je geen klontjes krijgt.

 

‘Voor mijn tiende verjaardag kreeg ik een kindermicroscoop, waar ik helemaal verliefd op was’

 

3.  Hoe ben je in deze baan terechtgekomen?
Ik was al heel vroeg een bèta. Voor mijn tiende verjaardag kreeg ik een kindermicroscoop, waar ik helemaal verliefd op was. Ik bekeek van alles: een uienschil, een stukje haar of andere monsters. Nee, ik was geen meisje-meisje en had ook niks met poppen. Ik wilde bouwen met Lego.

Ik begon op een gymnasium in Rotterdam, maar ik vond talen heel lastig. Na drie jaar ging ik naar de havo in Ridderkerk, daar koos ik direct een bètapakket. Vanaf toen ging het heel makkelijk. Een open dag bij het Hoger Laboratorium Onderwijs in Utrecht vond ik supergaaf. Ik mocht hersenplakjes bekijken onder een microscoop, en zelf maakte ik een bruisbal. Ik hou wel van praktisch werk en sta het liefst op het lab, dus ik koos voor de chemie-richting. Toen ik klaar was, werd net het leenstelsel ingevoerd. Ik wist ook niet zeker of ik nog een master wilde. Zou ik niet tussen wal en schip vallen, omdat ik te weinig heb met theorie en te veel met praktijk? Bovendien bedacht ik me dat ik altijd nog wel een keer naar de universiteit kon, als het werken me niet zou bevallen.

Ik liep stage bij Croda en wilde hier graag blijven, maar er was geen plaats. Ik werkte daarom even als junior onderzoeker op de Avans Hogeschool. En toen hier een vacature vrijkwam, heb ik gelijk gereageerd.

 

4.  Wat vind je zo leuk aan wat je doet?
De sfeer op de afdeling is hier goed. De hele verdieping van het lab gaat met elkaar om. Ik zie mijn collega’s als mijn vrienden. En ik vind het fijn dat de producten die we hier maken voornamelijk gebaseerd zijn op plantaardige vetten, in plaats van op ruwe olie. De chemiesector wordt vaak geassocieerd met milieuvervuiling. Ik vind het fijn dat ik via watergebaseerde verf werk aan iets beters en groeners. Dat houdt mij echt bezig. Het coolste vind ik dat als je een alkydhars ziet, het zo anders is dan wat wij ervan maken. Als mensen voor een training komen, dan laat ik eerst een potje hars zien, en daarna de emulsie. Dan gaan die monden vaak open: echt waar? Zo kijk ik er zelf ook nog weleens naar. Meet ik in de emulsie de deeltjesgrootte en is die nét niet helemaal oké, dan bedenk ik wat ik moet doen om bijvoorbeeld die 400 nanometer te halen. Lukt dat, dan denk ik: yes. Ik kan dan zo blij worden van zo’n getal! Lukt het niet, dan houdt dat me soms wakker. Ik vind het gewoon leuk om problemen op te lossen.

 

5.  Op welke eigen prestatie ben je het meest trots?
Ik ben geen trotse pauw, dus ik moet me meten aan de dingen die anderen goed vinden. Tijdens mijn afstudeerstage maakte ik een emulsie van palmolie, wat ontzettend moeilijk was. Meestal was het na één dag alweer zo hard als een baksteen. Ik verzon iets waardoor het twee weken vloeibaar bleef. Daarvoor ben ik in de boeken gedoken en heb ik van alles geprobeerd. Ik haalde mijn inspiratie uit hoe chocola wordt gemaakt. Daar was ik ontzettend trots op.

 

6.  Wat is hét verschil dat je de komende tijd wilt maken?
Watergedragen alkydverf is nog niet zo populair, omdat deze soms te zacht en te gelig is. Dat is iets waar ik van baal en wat ik probeer te verbeteren. Waarom wordt het nou niet hard genoeg, waarom zo geel?  Door naar oplossingen te zoeken, kan deze verf door meer fabrikanten gebruikt worden. Helaas heb ik niet veel tijd om literatuur te lezen, want er zijn heel veel applicatieaanvragen. Dus ik doe gewoon mijn uiterste best op het lab om formulaties te verzinnen die werken en goede rapporten te schrijven.

 

7.  Wat levert je werk je op?
Ik verdien goed genoeg. Ik ben niet rijk-rijk, maar zeker ook niet arm. Maar geld is niet belangrijk voor mij, ik heb het vooral nodig voor eten, kleding en onderdak. Ik vind het belangrijker dat mijn werk plezier oplevert. Ik word er ook heel blij van als ik kan bijdragen aan de vooruitgang van een project of product voor een klant.Ook wil ik dat ik zelf vooruitga. Maar omdat ik nog niet veel verschillende dingen doe, lukt dat maar beperkt. Ik baal er soms van dat ik niet naar de universiteit ben gegaan, want ik wil graag meer leren. Universitaire collega’s komen sneller in projectmanagement, en kunnen zo dingen tot op de bodem uitzoeken. Er zit een plafond aan wat ik nu doe.

 

8.  Aan welke ‘normale’ producten lever jij een bijdrage?
Dat lever ik vooral aan verf, via surfactanten voor de realisatie van watergedragen varianten. Die verf kan in elk mogelijk verfblik terechtkomen. Ik heb zowel aanvragen gekregen voor industriële toepassing van een alkydverf als voor decoratieve verf, dus wat jij en ik thuis gebruiken. Maar in winkels vind je nog vaak de verven met oplosmiddelen.

 

9.  Wat zou je nóg liever doen dan wat je nu doet?
Ik was graag flavorist geworden. Ook werken in de voedselindustrie aan yoghurt en kwark, ook vaak emulsies van vet in water, lijkt me supergaaf. Ik hou ook erg van koken. Chemie is soms een beetje hetzelfde, alleen moet je het hier niet opeten. Aan de andere kant vind ik Croda een heel fijn bedrijf, dus ik weet niet of ik zo snel van werkgever zou wisselen vanwege de inhoud.

Ik denk wél dat ik fulltime aan de slag zou willen als geluidstechnicus. Ik ben nu vrijwilliger bij De Boerderij, een poppodium in Zoetermeer. Daar zorg ik voor bandjes dat hun microfoons werken, de kabels klaarliggen en het geluid goed klinkt. Dat heb ik ook vaak gedaan bij de band van mijn vriend. Muziek is heel belangrijk voor mij, maar ik denk dat ik voor een carrière daarin de boot gemist heb toen ik koos voor de exacte vakken.

 

10. Hoe zie je jezelf over tien jaar?
Ik wil uiteindelijk mijn onderzoek zelf kunnen sturen, werken aan complexe problemen en daarin slagen. Daar hoop ik meer ruimte voor te krijgen. Dat zou ik nu ook wel willen, maar het lijkt me realistischer dat dit over tien jaar gelukt is. Ik twijfel ook vaak aan mezelf. Ik denk dat ik meer ervaring nodig heb om dat weg te nemen. Dat ik niet meer zo snel verrast word en problemen gewoon aankan.

 

Wie is Lauran naast haar werk?
Lauran speelt viool (“niet meer zoveel als eerst, toen zat ik in een orkest”), houdt van sport (ze speelde lang korfbal) en danst heel graag. “Ik sta op het punt me in te schrijven bij een dansschool voor streetdance en hiphop.” Verder bezoekt ze graag muziekfestivals, liefst met een zo breed mogelijke programmering, van electro tot metal.

Naam: Lauran Kwakernaat
Leeftijd: 25 jaar
Woonplaats: Zoetermeer
Huwelijkse staat: Samenwonend
Kinderen: Geen
Opleidingen: Bachelor chemie, research & development (Hogeschool Utrecht, 2011-2015), havo, natuur & gezondheid (Farelcollege Ridderkerk, 2007-2011).
Nevenactiviteiten: Lauran is als vrijwilliger geluidstechnicus bij poppodium De Boerderij in Zoetermeer. Ook was ze vroeger asielmedewerker bij de Dierenbescherming.
Werkgevers: Application scientist bij Croda (2017-heden), junior onderzoeker biobased products bij Centre of Expertise Biobased Economy (Avans Hogeschool en HZ University of Applied Sciences) (2015-2017), stage R&D industrial chemicals bij Croda (2015), tutor chemie en natuurkunde bij StudentPlus (2012-2015), stage bij ViaZym (2013-2014).