Damiaan Denys over de angstparadox

 

Tekst: Igor Znidarsic

 

Psychiater Damiaan Denys spreekt op Veiligheidsdag: 'wij zijn toegespitst op beleving en gevoel'

 

Psychiater en filosoof Damiaan Denys is hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en behandelt als hoofd van de afdeling psychiatrie in het AMC patiënten met angststoornissen. Hij is een van de sprekers op de Veiligheid Voorop Veiligheidsdag op 1 november. Chemie Magazine stelde hem alvast een aantal prangende vragen. 

 

We leven in een samenleving die nog nooit zo veilig is geweest. Ons voedsel is veiliger dan ooit, het milieu wordt schoner, de industrie is streng gereguleerd, inclusief de chemische productie en de stoffen. Toch voelt de Nederlander zich onveilig. Hoe is die angstparadox te verklaren?

Damiaan Denys: “Dat komt omdat het gevoel van veiligheid en onveiligheid niets met de werkelijkheid te maken heeft. Het gaat om een beleving, een gevoel, en dat wordt gestuurd door bepaalde aannames die mensen doen. Die zijn meestal irrationeel, niet gegrondvest op feiten. Veiligheid heeft te maken met angst, en bij angst treedt bij mensen iets in werking wat ongevoelig is voor rationaliteit. Bij casussen zoals giftige stoffen in een meer of besmetting van een voedingsmiddel reageert de bevolking heel hysterisch. Weinig mensen zijn in staat om er een abstractie van te maken. Dat komt omdat milieu en voeding heel belangrijk zijn voor mensen. Daardoor is het meteen heel bedreigend, en kunnen ze zich er moeilijk een reëel beeld van vormen. Als je vroeger eieren of melk kocht, haalde je dat bij de boer in het dorp, bij iemand die je kende, iemand die je vertrouwde, en je wist ook de oorsprong van de producten. Dat vertrouwen is er niet meer. Door de globalisering kan het eten nu overal vandaan komen. Daarnaast circuleren in de media allerlei angstwekkende verhalen, waar de mensen zich door laten leiden. De media zijn nu eenmaal minder geïnteresseerd in positieve dingen. Dat de mens zijn aandacht vooral richt op het negatieve, datgene wat ons kan bedreigen, is een heel menselijk gegeven. Dus ervaren mensen, ondanks dat de wereld objectief gezien veiliger is geworden, paradoxaal genoeg steeds meer gevoel van onveiligheid.”

 

 

Wat is ervoor nodig om dit gevoel kwijt te raken, als het überhaupt kan?

“Er zouden veel dingen tegelijkertijd moeten gebeuren. De media zouden wat gedisciplineerder moeten zijn met hun uitspraken en niet op zoek moeten gaan naar de sensatie. Ze zouden ook heel hygiënisch de cijfers moeten vermelden, de objectieve context meegeven. En het publiek zou een soort discipline moeten hebben om de werkelijkheid te lezen in plaats van het gevoel. Ik ben daar somber over, omdat het heel onmenselijk is om dit te doen. Wij zijn toegespitst op beleving en gevoel, en veel minder op interpretatie van feitelijkheden.”

 

Bij een incident, bijvoorbeeld in de chemische industrie, heeft de overheid de neiging met extra regelgeving te komen. De zogeheten risicoregelreflex. Hierdoor komen er steeds meer regels, wat de veiligheid niet altijd ten goede komt of zelfs averechts werkt. Wat zou de overheid wél moeten doen?

“De overheid neemt die maatregelen vanwege de politieke druk. Zij moet aan de burger laten zien dat zij iets doet, en moet dat zichtbaar maken, met een commissie of een richtlijn, om de illusie te wekken dat het onder controle is. Daar zit een fundamenteel probleem in, namelijk dat noch de overheid noch het publiek in staat is om te aanvaarden dat binnen menselijk handelen fouten kunnen optreden. Je kunt risico nooit tot nul terugbrengen. Je kan alleen krampachtig proberen het toch voor elkaar te krijgen, of het op een bepaald moment accepteren. Dat is cultureel bepaald. In Japan bijvoorbeeld accepteert men veel makkelijker. Nederland heeft, in lijn met het Angelsaksische denken, een sterke controlebehoefte, met protocollen en richtlijnen, om aan te tonen, voor het publiek en voor zichzelf, dat men de zaak beheerst. Maar dat is contraproductief, want in sommige gevallen zijn de wet- en regelgeving en de administratie in de laatste decennia zo toegenomen, in de chemie, in de geneeskunde, in het transport, dat ze zowel het werkplezier als de productiviteit belemmeren. Het wordt de industrie en de mensen zo onmogelijk gemaakt om nog heel arbeidseffectief en -efficiënt te zijn. Ik denk dat het voor overheden lastig is om daarvan af te stappen, vanwege die politieke druk. Je hoort zelden iemand zeggen: ‘Er is een probleem in het havengebied, maar we gaan daar niets aan doen, omdat het binnen de risicoproportie valt.’ Dat zou wel moeten gebeuren, maar je moet er heel veel lef voor hebben.”

 

'Veiligheid heeft te maken met angst, en bij angst treedt bij mensen iets in werking wat ongevoelig is voor rationaliteit’ 

 

Nul risico bestaat niet. Niet in het verkeer, niet bij het tbs-systeem, niet in de chemische industrie. Toch streven we met z’n allen naar het uitbannen van alle risico’s.

“Onze maatschappij accepteert inderdaad nauwelijks risico’s. Het rare is dat het concept controle en risico heel contra-intuïtief is. Ik gebruik dikwijls het voorbeeld van de auto die onderweg is, met een bestuurder en een passagier. Onderzoek heeft aangetoond dat de persoon in de passagiersstoel veel meer risico’s ziet dan degene aan het stuur. De passagier ziet – onterecht – sneller gevaar dan de persoon die de auto bestuurt. Stel dat de bestuurder een fietser ziet op 50 meter afstand, dan is de beleving van de persoon in de passagiersstoel 35 meter. De persoon die het stuur vasthoudt maakt een adequatere risico-inschatting van de werkelijkheid, omdat hij in controle is, dan degene die dat niet kan en afhankelijk is van de bestuurder. Dit zegt iets over het gevoel van risicocontrole, namelijk dat het niet absoluut is. Het is afhankelijk van de manier waarop je het gevoel hebt de controle te hebben. Ik leg hierbij de nadruk op het woord ‘gevoel’. Want gevoel van controle heeft niets met de werkelijkheid te maken, maar met de illusie dat je de werkelijkheid kunt beheersen. Gevoel rust op verbeelding, het is bijna een illusie. Het probleem is dat we in een samenleving leven waarin iedereen ondanks de toename van controle, toch veel minder controle ervaart dan vroeger. Dat heeft te maken met het tempo van onze samenleving, met de globalisering …”

 

Veiligheidsdag Veiligheid Voorop
De Veiligheidsdag Veiligheid Voorop vindt plaats op 1 november van 12.00 tot 17.00 uur in het Shell Technology Center (SCTA) in Amsterdam. Behalve Damiaan Denys geven ook acte de présence president-directeur van Shell Marjan van Loon, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Stientje van Veldhoven en arts, illusionist en Mindf*cker Victor Mids. Verder zijn er workshops over onder meer Verb(l)indend leiderschap, Operationele integriteit en Onzekere veiligheid en is er een CEO Quiz. 

Meer info en aanmelden: ikzieikziewatjijnietziet.nu