21 - 08 - 2018

Shell en Greenpeace verschillen van mening

 

Tekst: Henk Engelenburg

 

Marjan van Loon (Shell) en Joris Thijssen (Greenpeace) in discussie over duurzaamheid: 'De deuren moeten open, en snel'

 

Inhoudelijk lijkt er weinig verschil tussen de ambities van de industrie en die van Greenpeace, zo blijkt uit een gesprek tussen Marjan van Loon, directeur van Shell Nederland, en Joris Thijssen, codirecteur van Greenpeace. Over de weg ernaartoe verschillen zij wel van mening, soms behoorlijk.

 

Nu medio juli de hoofdlijnen van het Klimaatakkoord zijn gepresenteerd, zal de uitwerking in de komende maanden vorm moeten krijgen in concrete maatregelen voor de klimaattransitie. In de weken vóór de presentatie van de hoofdlijnen klonk in de media kritiek, met name van Greenpeace, dat de industrie – ondanks maanden praten aan de onderhandelingstafels – ‘de deur gesloten’ houdt. 

Tijdens het Jubileumevent van de VNCI op 25 juni in Den Haag ver-zorgden Marjan van Loon, directeur van Shell Nederland, en Joris Thijssen, codirecteur van Greenpeace, het Creation Lab ‘We worden kli-maatneutraal: welke creatieve inno-vaties hebben we nodig?’ Voor wie daar niet bij konden zijn, arrangeerde Chemie Magazine een dubbelinterview. Tijdens dit gesprek onderstreept Marjan van Loon dat de industrie voornemens is de slag naar duurzaamheid te maken bij behoud van een level playing field  en renderende investeringen. Het nauwgezet doorrekenen van de investeringen en het creëren van samenwerkingen tussen partijen gaan hieraan vooraf. Dit kost tijd. Greenpeace legt in het gesprek nadruk op meer snelheid van handelen en toezeggingen bij voorbaat van de industrie om miljarden in de klimaattransitie te steken. 

 

 

Huiswerk
Marjan van Loon: “De mensen in de industrie beseffen dat we moeten versnellen, en ze willen dat ook werkelijk. We hebben dezelfde agenda met hoofd en hart. Intussen vormen de partijen aan de onderhandelingstafels een heel divers gezelschap. Sommige spelers zijn verder met verduurzaming, terwijl andere bij wijze van spreken nog moeten beginnen. Voor de één is het gemakkelijker dan voor de ander. En het gaat ook nog eens om zeer diverse oplossingen.

Intussen wordt er veel huiswerk gedaan. Na de eerste vaststelling van wat eenieder denkt te kunnen bijdragen, moet het totaalplaatje duidelijk worden, en ook op welke wijze partijen kunnen samenwerken om heel veel duurzame energie beschikbaar te krijgen. De rest van het jaar zal nodig zijn voor de nadere uitwerking.”

Joris Thijssen: “Toch ervaren wij dat er sprake is van een gesloten deur. Wij wilden de opties al na twee maanden naast elkaar leggen. Wij willen dat de industrie heel veel groene stroom gaat gebruiken en zich veel fundamenteler opstelt door de transitie in tien tot twintig jaar af te ronden. Maar dan moet je wel je plannen op tafel leggen, rekenen, vergelijken en aanvaarden dat de industrie dan misschien wel twee keer zo duur wordt. Niet dat wij de industrie willen wegjagen, maar dan moet je wel met elkaar je plannen vergelijken en zien wat het beste besluit is. Wij hebben onze plannen naar buiten gebracht en wij willen die ook van de industrie zien.”

Van Loon: “We doen precies wat Joris zegt. We hebben de Roadmap 2050 en we hebben met verschillende bedrijven een studie door McKinsey laten uitvoeren. De data worden bij elkaar gelegd om te bezien wat partijen van elkaar nodig hebben, wat de timing is en hoeveel groene stroom we nodig hebben om groene moleculen te maken. Uiteindelijk leggen we alle puzzelstukjes bij elkaar. Ik ben optimistisch. Vijf jaar geleden hadden we het eerste Energieakkoord en kwamen er 
grootschalige investeringen in windenergie op zee. Intussen is wind op zee nu al concurrerend met kolenstroom. Die keerpunten zijn overal mogelijk.”

 

Marjan van Loon: ‘Met gezamenlijke bereidheid moeten oplossingen te vinden zijn’

 

Mooie geluiden
Thijssen: “Op het podium tijdens het Jaarevent hoorden we allemaal mooie geluiden, maar de miljarden stromen nu nog steeds naar de fossiele industrie. Het kan veel sneller. Maar dan moeten we wel netjes vergelijken en er vol voor kiezen.”Van Loon: “Mee eens, wind op zee levert nog maar 3,5 gigawatt op, en de overheid wil er nog 7 bij zetten. En dat is nog veel te weinig. Wij willen 20 tot 30 gigawatt gebouwd hebben. Als de overheid daarin meegaat, kunnen we meer snelheid maken. De echte boost komt vervolgens als de businesscase rondrekent. Een miljard in duurzaam moet meer opleveren dan een miljard in fossiel.”

Thijssen: “En de vervuiler moet gaan betalen door middel van een veel hogere CO2-prijs. Ik vind dat jullie zelf moeten verduurzamen en niet alleen de consument moeten laten lappen.”

Van Loon: “Een CO2-prijs is een goed vehikel bij voldoende kritische massa; we moeten dus andere Europese landen zoals Duitsland, Engeland en België meekrijgen. Daarnaast moeten we nieuwe technologieën opschalen onder aanmoediging van subsidies en een aangepast vergunningenbeleid van de overheid. En er zijn innovaties nodig in de productieprocessen vande chemie, de staal- en de betonindustrie, dus ook het stimuleren van onderzoek is nodig. Je kunt op alle borden schaken en we zullen alle toepassingen nodig hebben.”

Thijssen: “Greenpeace heeft nu in eigen kantoor investeringen gedaan in duurzaamheid die zich in tien jaar terugverdienen. Dat moeten we toch van iedereen in Nederland kunnen vragen? Door groene waterstof toe te passen in de industrie en in de energiesector is een schaalvergroting mogelijk die een kostenreductie van twee derde bewerkstelligt. De overheid moet hier het voortouw nemen.”

Van Loon: “Voor het versnellen van groene waterstof is meer nodig. We moeten echt geholpen worden door landen zoals China en India, die er al druk mee bezig zijn en die de kosten van waterstof al belangrijk weten te drukken. Als we nu al beginnen met het bouwen van de infrastructuur voor blauwe waterstof met een tijdelijke inschakeling van de ondergrondse CO2-opslag, hebben we alvast een structuur voor groene waterstof, dan hoeven we daar niet op te wachten.”

Thijssen: “Blauwe waterstof? Jij wilt gewoon je gas verkopen. Op die manier komen we in een lock in. We kunnen toch binnen het akkoord stellen dat er groene waterstof 
nodig is en dat we daarop inzetten?”

Van Loon: “We kunnen afspreken dat we snel van blauw naar groen gaan. Ik rijd zelf in een auto op waterstof. Gemakkelijk gaat dat niet vanwege het tekort aan tankstations. Maar aan de andere kant zou er helemaal geen enkele infrastructuur zijn als we hadden gewacht op groene waterstof. Je bent de eerste met groene waterstof als je nu begint met blauw.”

 

Joris Thijssen :‘Niet eerst naar overheid en consument wijzen, maar zelf de nek uitsteken’

 

Lonkend perspectief
Van Loon: “Intussen is het voor partijen aan de onderhandelingstafels die nationaal werken, zoals de gebouwde omgeving en elektra, relatief minder complex dan voor internationaal opererende bedrijven. Er moet een dusdanig lonkend perspectief zijn dat deze bedrijven mee-investeren in de transitie. Daarom moet het investeringsrisico worden afgedekt, anders komen de investeringen niet van de grond. De internationale bedrijven moeten in staat gesteld worden om keuzes te maken en we willen natuurlijk dat ze voor Nederland kiezen. En intussen zouden we ontzettend geholpen zijn met een CO2-prijs met meerdere landen.”

Thijssen: “Op die manier maak je het terugdringen van CO2 prijsafhankelijk van internationale solidariteit. We hebben niet langer de luxe om daarop te wachten. Ik zie te weinig dat er echt iets gebeurt. Als jullie zeggen: we willen daadwerkelijk die stap naar duurzaamheid maken, laat dan zien dat je daarvoor de benodigde miljarden wilt investeren. Er is bijvoorbeeld veel innovatie nodig in de industrie voor de overschakeling op groene stroom. Dus gaan wij ervan uit dat de industrie geld inlegt om die innovatie te realiseren. Maar we zien dat niet. Daar wachten we op, significante miljardeninvesteringen door de industrie. Put your money where your mouth is.”

Van Loon: “Natuurlijk mag je commitment en risico vragen, maar de plannen moeten wel renderen. Het leuke is dat de komende maanden steeds meer samenwerking zal ontstaan tussen de partijen aan de onderhandelingstafels. Daarnaast kan de overheid helpen om een goed werkende vrije markt op fossiel om te draaien naar duurzaam. Maar uiteindelijk stemmen veel wereldburgers toch met hun portemonnee. Als duurzame producten weinig waarde krijgen, heb je maar weinig mensen die uit ideologische grond kiezen.”

Thijssen: “Nu wijs je eerst naar de overheid en dan naar de consument. De uitdaging voor de komende maanden is een zodanige propositie van de industrie dat de overheid en de consument kunnen zien dat de industrie de nek uitsteekt door daadwerkelijk te investeren in de transitie. Dán krijg je draagvlak voor een bijdrage van de overheid en vertrouwen van de ngo’s en de bonden.”

Van Loon: “De internationale concurrentie is een feit. Met de gezamenlijke bereidheid van industrie, overheid en consument om de schouders eronder te zetten moeten de oplossingen te vinden zijn.”


Lees meer over dit onderwerp via de tag(s):
Chemie Magazine
Klimaatakkoord
100 jaar VNCI