Marjolein Demmers, Natuur & Milieu

 

Tekst: igor Znidarsic

 

'Maak Nederland broedkamer van de nieuwe economie' 

 

Marjolein Demmers, sinds november 2017 directeur van Natuur & Milieu, vindt dat de Nederlandse chemie met het rapport ‘Chemistry for Climate - Acting  on the Need for Speed’ leiderschap toont. Nu is het zaak om door te pakken. “Extended producer responsibility, daar moeten we naartoe: nadat de producten hun functie zo hoogwaardig mogelijk hebben vervuld, neemt de industrie ze weer terug en verwerkt  ze tot nieuw materiaal.” 

 

Ik vind de industrie en de chemische industrie in het bijzonder een heel interessante sector. Het proces dat zich in zo’n fabriek voltrekt vind ik heel fascinerend. Maar ik kijk er wel altijd naar met een bril van: hoe zorg je voor zo min mogelijk schade aan het milieu.” Aan het woord is Marjolein Demmers, sinds afgelopen november directeur van milieuorganisatie Natuur & Milieu. De chemie is haar niet onbekend: “In mijn studie industrieel ontwerpen was materiaalkunde een belangrijk vak. Je verdiept je vergaand in eigenschappen en herkomst van materialen. Later ben ik me gaan specialiseren in levenscyclusanalyse, dan duik je echt de processen in: welke emissies komen er vrij bij de productie. En in mijn loopbaan heb ik regelmatig fabrieken bezocht, ook in de chemische industrie.”

Bij de presentatie van het VNCI-rapport ‘Chemistry for Climate - Acting on the Need for Speed’ afgelopen maart, dat laat zien hoe de Nederlandse chemie in 2050 een broeikasgasreductie van 90 procent kan bereiken, zei ze: “De chemiesector laat hiermee leiderschap zien en stapt over de eigen belemmeringen heen. Ik ben er trots op dat dit in Nederland gebeurt.” Dat vindt ze nog steeds: “De afgelopen 25 jaar is het besef rond emissies veel groter geworden. De industrie heeft allerlei maat-
regelen genomen en er is wet- en regelgeving gekomen. Maar ik blijf altijd met een kritische blik kijken: wat zou nog beter kunnen? Ik doe dat altijd vanuit de functionaliteit: misschien is een bepaald proces of materiaal niet per se noodzakelijk, of kun je bij het ontwerp ook een ander materiaal kiezen.”

 

Zo’n alternatief kan hoge research- en ontwikkelingskosten met zich mee brengen, terwijl de afnemers niet altijd een hogere prijs willen betalen, en de consument aan het einde van de keten ook niet.
Demmers: “Dat vind ik te makkelijk geredeneerd. Als je proces A vervangt door een schoner proces B, moet je natuurlijk wel wat financiering organiseren. Maar dat hoeft niet altijd duurder te zijn. Als je de milieu-impact meerekent zou het zelfs goedkoper moeten zijn. En omdat je minder milieuschade hebt, verminder je ook het risico op reputatieschade, wat ook een kostenpost is.”

 

‘Je kan om meerdere redenen innoveren, en wat mij betreft staat milieuschade beperken op de eerste plaats’ 

 

De milieuwetgeving staat in Nederland op een hoog niveau en uit diverse rapportages blijkt dat het aantal overtredingen bij de chemie sterk daalt.
“Dat is niet genoeg. Veel wat schadelijk is, is nog steeds toegestaan, zoals CO2-uitstoot. Innovatie komt meestal niet doordat iets niet meer mag, maar omdat mensen met een betere oplossing komen. Ik kom uit een technische omgeving en ik zie bij technici, ook bij chemische ingenieurs, een constante drive om dingen te verbeteren, slimmer te maken. Je kan om meerdere redenen innoveren, en wat mij betreft staat milieuschade beperken op de eerste plaats.”

 

 

Lees verder:

Gebeurt dat voldoende?
“De chemie is veel schoner dan dertig jaar geleden. Maar we hebben ook te maken met enorm voortschrijdend inzicht over de schade. Ooit was er het gat in de ozonlaag. We komen gelukkig steeds tot nieuwe inzichten. Ook heel lage concentraties van vervuilingen, jaar op jaar, kunnen nare effecten veroorzaken. Kunststoffen, die op zich niet gevaarlijk zijn, kunnen in de oceaan een hele voedselketen verstoren. Dat voortschrijdend inzicht moeten we steeds blijven aanwenden om verbeteringen door te voeren.”

 

Het is niet de chemische industrie die het plastic in de oceaan dumpt.
“De industrie verzint wel het materiaal, zonder een terugwinsysteem. Het concept van onze markteconomie is dat de industrie de drive heeft om producten te verzinnen en daar markten voor te creëren. Maar er worden ook producten verzonnen waarvan je denkt: wie heeft ooit bedacht dat we die nodig hebben? Ik denk dat er de afgelopen jaren wel een besef van verantwoordelijkheid is gekomen bij het bedrijfsleven, en dat groeit. Men begint verder te kijken dan alleen maar zo veel mogelijk productie. De volgende stap is dat onder meer de chemiesector zegt: we gaan de problemen juist voorkomenen oplossen. Dat is een enorme uitdaging. Het denken rond de circulaire economie, dat steeds concreter wordt, is een stap in de goede richting.”

 

Het rapport ‘Chemistry for Climate’ geeft aan dat opschaling van duurzame technieken naar marktrijpe toepassingen veel geld kost en dat de risico’s vanwege de lange doorloopfase groot zijn. U gaf eerder aan moeite te hebben met de financieringsbehoefte die deels bij de overheid wordt neergelegd.
“Ik vind het tricky om te zeggen: wij kunnen dat niet alleen opbrengen. Het leiderschap dat de chemiesector met het rapport toont zou je eigenlijk moeten vertalen in: wat kunnen we wel? Wachten op een ander is nooit een succesvolle strategie. Kijk, veel chemiebedrijven in Nederland zijn onderdeel van een internationaal bedrijf. Die zouden ervoor kunnen kiezen om in Nederland een stapje voorop te lopen, om hier de learning curve in te zetten om die nieuwe, groene industrie te ontwikkelen. Die kun je vervolgens verder internationaal uitbouwen.”

 

U roept de chemische multinationals op om Nederland als proeftuin te gebruiken?
“Je moet toch ergens die learning curve ontwikkelen, en Nederland leent zich hier perfect voor, vanwege de lig-ging, de schaal van de chemie, de clusters, goed opgeleid personeel et cetera. De innovatiegelden die beschikbaar zijn zou de overheid exclusief hiervoor kunnen aanwenden. Dat kost niks extra, want dat geld is er. Uiteraard ligt bij de bedrijven ook de opdracht om te kijken welke middelen ze hiervoor willen aanwenden. Nederland als broedkamer voor de nieuwe economie, het zou fantastisch zijn als de bedrijven ervoor kiezen om hier gezamenlijk een vuist te maken. Juist nu we het vliegwiel van het Klimaatakkoord aan het opzetten zijn, samen met andere sectoren, zoals de elektriciteits- en de mobiliteitssector en de bouw. Die kruisbestuiving biedt een unieke kans om de grote projecten aan te gaan, zoals circulariteit.

Naast terugname van grond-stoffen is ook elektrificering van hogetemperatuurprocessen en groene waterstof een manier om de chemie te verduurzamen. Voor groene waterstof hebben we recent een grote coalitie gevormd. Door samen te werken kunnen we de ontwikkeling versnellen. Het is nu een kwestie van doen. Natuurlijk is het allemaal niet zo simpel, het vergt lef, maar we kunnen nu binnen de clusters een en ander echt gaan realiseren, zowel aan de energie- als aan de grondstoffenkant. Ik weet dat er momenteel heel hard gerekend en getekend en gepuzzeld wordt. Dat is superspannend.”

 

U bent geen voorstander van CCS, opslag van CO2.
“De kraan openlaten en ondertussen de CO2 in de grond stoppen is niet de oplossing. CCS kan pas een oplossing zijn nadat je CO2-emissies zo veel mogelijk hebt beperkt en uitgezocht hebt hoe CCS veilig kan, ook voor de lange termijn. Dat is nu niet bekend. We hebben ook geen tijd om hier tientallen jaren voor uit te trekken. Leg daarom de focus op de echt duurzame oplossingen, zoals de circulaire economie.”

 

Tijdens de transitieperiode is het belangrijk dat de chemische industrie wel overeind blijft, dus internationaal concurrerend kan blijven opereren. Hoe kijkt u daar tegen aan?
“Parijs geldt voor iedereen. Momenteel ligt het anders voor de VS. Maar zij hebben straks ten opzichte van ons een groot economisch nadeel als ze niet meedoen. Ons levert het uiteindelijk alleen maar voordelen op. Vergeet ook een ander probleem niet: de biodiversiteit. Een tik-kende tijdbom. Als je kijkt hoe ver we buiten de lijntjes 
zijn gegaan van een duurzaam systeem, een safe operating space, staan we bij biodiversiteit veel verder in het rood dan bij klimaat. Dat kwartje is in de breedte nog niet gevallen. Als ecosystemen gaan sneuvelen, brengen we onszelf en andere organismen in gevaar. Als bijvoorbeeld de insectenstand terugloopt, schaad je direct ook andere soorten en de voedselproductie.”

 

Wat is de oplossing?
“Alle vitale ecosystemen in conditie houden en niet beschadigen door te veel biomassawinning, meer oppervlak aanwenden voor natuur en stoppen met het in omloop brengen van allerlei schadelijke stoffen. Ik ben geen toxicoloog, maar ook de kleine hoeveelheden tellen op, en van de effecten daarvan, ook op de lange termijn, weten we nog onvoldoende. We moeten hier beter zicht op krijgen. We hebben maar één aardbol, en zolang we stoffen blijven toevoegen die het ecosysteem niet kan handlen, zijn we ons eigen huis aan het vergiftigen. Het probleem is dat je de stoffen er niet meer uit krijgt als ze er eenmaal in zitten. En uiteindelijk komen ze weer bij ons terug. We zouden naar een systeem moeten waarin we geen potentieel gevaarlijke stoffen meer uit ons systeem laten ontsnappen. Een soortgelijk probleem speelt bij biomassa als feedstock in de chemie. Dit is tot op zekere hoogte een duurzame oplossing. Maar er is maar een beperkte hoeveelheid echt duurzame biomassa beschikbaar. Er moet dan ook zorgvuldig worden afgewogen waarvoor dit wordt ingezet. Natuurlijk ontkom je er niet aan om soms te werken met een suboptimale oplossing. Je hebt dan twee verantwoordelijkheden: blijven zoeken naar een optimale oplossing en de schade die je veroorzaakt maximaal proberen te controleren en te herstellen.”

 

Emissies vinden ook plaats aan het einde van de keten. Medicijnen bijvoorbeeld. 
“Misschien moet je naar een systeem waarbij je als de dokter je een bepaald medicijn voorschrijft, je ook met-een instructies krijgt over het toiletgebruik, dat je op een speciaal toilet moet gaan plassen. Dan hou je de stoffen binnen een systeem waarin je ze kunt controleren. Dit idee vinden we nu gek, maar over tien jaar is het misschien heel gewoon.”

 

De consument zal blijven vragen om medicijnen en om ...
“Nee, de consument wil beter worden. De industrie en de wetenschap hebben dan de verantwoordelijkheid om met een oplossing te komen. Je kan niet de verantwoordelijkheid op de consument afschuiven. Degene die weet wat hij maakt en weet wat de effecten daarvan zijn, behoudt de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat er in de keten niets misgaat, ook bij gebruik van de producten. Extended producer responsibility, daar moeten we naartoe. Dat idee zit ook al in jullie rapport ‘Chemistry for Climate’, zowel aan de grondstoffen- als aan de productenkant: nadat producten en materialen hun functie een aantal keren zo hoogwaardig mogelijk hebben vervuld, zal de industrie ze weer terug moeten halen en verwerken tot nieuw materiaal. Dat wordt de uitdaging voor de komende jaren, waarbij je veel meer met de hele keten in gesprek moet. Samenwerking dus.”

 

CV
Marjolein Demmers was hiervoor directeur van De Groene Zaak (recent samengegaan met MVO Nederland), een samenwerking van ondernemers die de transitie naar een duurzame samenleving versneld willen realiseren. Daarvoor was zij internationaal directeur Duurzaamheid en Integriteit bij Royal HaskoningDHV. Eerder leidde zij bij DHV de businessunit voor milieu- en duurzaamheidsadvisering. Bij Essent bouwde zij als operationeel directeur de duurzame energie-activiteiten uit, fuseerde de afvalactiviteiten en voorzag het bedrijf van een nieuwe strategie voor hoogwaardige grondstof-benutting. Ook werkte ze bij McKinsey & Company.
Ze studeerde Industrial Design Engineering aan de TU Delft, gecombineerd met Milieukunde in Amsterdam, en behaalde haar MBA aan INSEAD in Fontainebleau.

 

‘Wachten op een ander is nooit een succesvolle strategie’

 

Natuur & Milieu
’We gaan klimaatverandering tegen door over te stappen op duurzame energiebronnen als zon en wind. We kiezen massaal voor slim en schoon vervoer. We genieten van duurzaam eten en we gaan efficiënt om met de grondstoffen die de aarde biedt. Zo werken wij samen aan een duurzame wereld.’ Aldus Natuur & Milieu op haar website.

De organisatie richt zich op het versterken van samenwerking op het gebied van milieu tussen de politiek, bedrijven, milieuorganisaties en andere belangenorganisaties. De vier hoofdthema’s zijn: mobiliteit, energie, voedsel en grondstoffen.