Op weg naar een duurzame toekomst

 

Tekst: Igor Znidarsic

 

Onlangs presenteerde de VNCI het rapport ‘Chemistry for Climate’, dat laat zien hoe de Nederlandse chemie de klimaat-ambities wil halen en dat als input dient voor het komende Klimaatakkoord. Dit is een voorlopige apotheose van een jaren geleden gestart proces. Een overzicht. 
 

 

Ongewisse toekomst
Veel prioriteiten rond de transitie naar een CO2-arme industrie, waar de VNCI de afgelopen jaren op heeft gehamerd, zitten inmiddels ‘tussen de oren’ van onder meer de overheid, zoals sturen op CO2, het belang van (chemie)clusters en de noodzaak van grootschalige pilots en demo’s. Het rapport ‘Chemistry for Climate’ benadrukt opnieuw het belang van de embedded emissions. “Nu gaat het erom dat we de benodigde instrumentatie krijgen,” zegt VNCI-directeur Colette Alma, “en wel zodanig dat we als industrie tijdens de transitie concurrerend kunnen blijven.”

De chemische industrie is ‘van ver gekomen’, constateert Alma. “We hebben grote vorderingen gemaakt. Maar ook de bedreigingen zijn nog levensgroot.” Ze doelt op de in 2012 gepresenteerde studie ‘The Chemical Industry in the Netherlands’, waarin Deloitte de toekomst van de chemische industrie in Nederland schetst in vier scenario’s. In het meest pessimistische, fragmentation, worden handelsbarrières tussen landen en regio’s opgetrokken. De huidige geopolitieke ontwikkelingen wijzen in de richting van dit scenario.

Een andere bedreiging voor de Europese en Nederlandse (chemische) industrie is de schaliegasrevolutie in de VS, waar Europa en Nederland wat betreft concurrentiepositie nog steeds geen antwoord op hebben en die de transitie naar een duurzame samenleving risicovol maakt. “We zijn op een terrein beland dat nog niet eerder is betreden”, zegt Alma. “Natuurlijk biedt de transitie veel kansen, maar er zijn ook enorme onzekerheden, met name de verschillen in ontwikkelings-tempo tussen nationaal/regionaal en wereldwijd beleid. Het is een ongewisse toekomst, met grote risico’s voor bedrijven. We moeten er niet te lang over doen om de contouren van de koers duidelijk te maken en de zekerheid te scheppen dat de industrie in Nederland tijdens de transitie concurrerend kan blijven opereren. Hoe dan ook zal hiervoor een grote stuurmanskunst nodig zijn.”