Werken in de chemie met José Mugge: "Je kunt mijn werk vergelijken met dat van een bakker"

In de zestien jaar dat José Mugge bij AnQore werkt, groeide zij door van technoloog naar manager. Daar zat geen groot plan achter, enkel de wil om zich te ontwikkelen. “Ik wil mezelf verbeteren en leren van mijn werk, zowel de technische als de sociale aspecten.” Waarom kiest iemand voor een chemie-opleiding en wat maakt een baan in de chemie zo boeiend? Chemie Magazine vraagt het aan mensen in de sector.

Tekst: Inge Janse

Aan welke consumentenproducten lever jij een bijdrage?

De allerbekendste is Lego. Voor die blokjes maken wij de grondstof acrylonitril. Dat wordt ook in koolstofvezels gebruikt, bijvoorbeeld voor in de wieken van windmolens. Daarnaast leveren wij de grondstoffen voor onder meer vitamine B5, caffeïne in medicijnen en voor plexiglas. 

Ik ben manager van de afdeling R&D and Technology. Mijn team en ik voeren alle verbeterstudies en technologische projecten uit voor ons productieproces. Waar kunnen we stappen maken voor de veiligheid, of de kwaliteit en hoeveelheid van ons product? Welke studies zijn daarvoor nodig? En welke projecten moeten we dan doen? 

De laatste tijd gaat het ook veel over het verduurzamen van onze processen, zoals het verminderen van ons energiegebruik en onze emissies, en onze grondstoffen. We willen klimaatneutraal zijn in 2050, het liefst al eerder. Dat zien we als noodzakelijk om ons bedrijf een goede toekomst te geven. We werken nu bijvoorbeeld aan een project waarin we via een extra stap ons afvalwater zuiveren, wat zorgt voor minder emissies en energiegebruik. 

Omdat ik al zestien jaar voor Anqore werk, ken ik ons proces heel goed. Ik speel een belangrijke rol in het selecteren van de projecten en studies die we moeten aanzetten. Mijn team werkt die verder uit. Ik beoordeel de uitkomsten en motiveer richting het management waarom we wél voor het ene en niet voor het andere kiezen. Ik zit vooral op kantoor, maar kom ook vaak in de fabriek om te kijken en te bespreken hoe alles werkt en zit.

Wat vertel jij je kinderen als zij vragen wat voor werk je doet?

Ik werk voor een fabriek waar we grondstoffen maken voor allerlei mooie producten. Ik kijk hoe we dat nog beter kunnen doen, bijvoorbeeld hetzelfde product met minder grondstoffen, energie of uitstoot. Het kan ook andersom zijn, dat er problemen zijn bij het maken. Dan verzin ik hoe we dat kunnen oplossen. 

“Ik vind het jammer dat ik niet alles tegelijk kan doen” | Foto's: Rob van Hoorn

 

Je kunt mijn werk vergelijken met dat van een bakker. Die maakt een brood en weet precies hoeveel bloem erin moet, hoeveel gist, hoe lang het deeg moet rijzen. Maar die bakker kijkt ook wat er gebeurt als hij of zij de gist er iets eerder in doet, of het deeg wat langer en harder kneedt. Wordt het brood dan lekkerder? Of is het eerder afgebakken? Dat doe ik in onze fabriek ook.

Hoe ben je in deze baan terechtgekomen?

Op de middelbare school in Eindhoven vond ik de exacte vakken het leukst: sommetjes maken, puzzeltjes oplossen, proefjes doen. En omdat ik graag naar een andere stad wilde, koos ik voor chemische technologie aan de TU Delft. Na mijn afstuderen vond ik het nog te spannend om bij een bedrijf te werken. Onderzoek sprak me aan, dus ben ik gaan promoveren. 

Daarna wilde ik wél naar het bedrijfsleven. Ik had het idee dat dat meer resultaten zou opleveren dan heel lang onderzoek doen op de universiteit. Ook het werken in een team sprak me aan. Mijn vriend, die ik kende van mijn studie, werkte bij DSM in Limburg, dus na mijn promotie ging ook ik daar solliciteren. Ik begon bij DSM Research, de centrale onderzoeksafdeling. In 2006 kwam ik als R&D scientist voor het eerst bij de fabriek voor acrylonitril te werken. En nu werk ik er nog steeds, maar dan als hoofd R&D en Technologie.

Wat mijn baan nog steeds leuk maakt, is dat ik mijn functie jaar na jaar heb kunnen uitbreiden met steeds andere projecten en meer verantwoordelijkheden. Persoonlijke ontwikkeling is iets dat me drijft. Mezelf verbeteren, leren van het werk, zowel de technische als de sociale aspecten. 

Wat zou je je jongere zelf nu adviseren?

Toen ik net begon, durfde ik niet zo snel iets te vragen. Al die technische mensen in een technisch bedrijf die graag over techniek praten en zeggen: het zit zus en zo. Ik was een jonge, bescheiden en introverte technoloog die bang was om fouten te maken, en dacht: ik begrijp niet wat je zegt, maar dat zal wel aan mij liggen. Dat is mijn advies: vraag het juist wél. Da’s niet alleen goed voor jezelf, maar vaak heeft het hele team daar profijt van. Door vragen ga je samen begrijpen waar je het over hebt. Zo kun je tot een gemeenschappelijke conclusie komen. 

Wat levert je werk je op?

Wat voor mij van belang is, is dat ik gewaardeerd word. Mensen uit mijn team komen naar me toe voor advies. Ik zorg bij hen voor rust en stabiliteit in de projecten die binnenkomen, want ik geloof meer in continuïteit dan constant hollen en stilstaan. Ik vind het ook fijn dat wat ik doe iets oplevert en bijdraagt. Plus de persoonlijke ontwikkeling. Het werk daagt me uit, daar leer ik van. 

 

“Het maakt me trots als ik in een vergadering een plaatje kan laten zien waardoor iedereen opeens snapt hoe de situatie in elkaar zit.”

 

Het salaris is goed, maar voor mij is dat niet zo belangrijk. Geld is nooit een drijfveer geweest. Da’s natuurlijk makkelijk om te zeggen vanuit mijn huidige positie, maar ook toen ik net was afgestudeerd was ik daar niet mee bezig. Ik kon tijdens mijn promotie prima rondkomen en was daar helemaal tevreden mee. 

Op welke eigen prestatie ben je het meest trots?

Het klinkt simpel, maar het maakt me trots als ik in een vergadering een plaatje kan laten zien waardoor iedereen opeens snapt hoe de situatie in elkaar zit. Ik vind het leuk om die plaatjes te maken. Zaken zijn vaak complex. Ik analyseer, structureer en geef zo helderheid, zodat we de juiste keuzes kunnen maken. 

Ik ben ook heel trots op mijn team van achttien mensen. Het loopt goed, we leveren goede resultaten, en de organisatie ziet dat. Mijn bijdrage daarin is dat ik zorg voor een duidelijk programma. Mensen weten wat hun prioriteiten zijn, en ik stem het goed af als er extra vragen komen. Daarnaast zorg ik ervoor dat ik de juiste mensen in mijn team heb. Bij sollicitatiegesprekken let ik op hun motivatie. Wat vond je leuk in je afstudeerproject: het technische of juist de samenwerking met anderen? Ook let ik op of ze open en communicatief genoeg zijn voor dit bedrijf. 

Als je iets zou mogen veranderen aan je baan, wat zou dat zijn?

Ik zou soms nog meer willen kunnen doen. Natuurlijk zijn er verbeteringen die noodzakelijk zijn, zoals voor veiligheid of emissiereductie. Maar daarnaast moet ik continu kiezen: tussen korte en lange termijn, en uit verbeterstudies en projecten. Ik vind het jammer dat ik niet alles tegelijk kan doen. Voor al die projecten maak ik daarom een meerjarenprogramma. Als ik dat maar volhoud, dan doe ik ze uiteindelijk toch allemaal.

Wat zou je nóg liever doen dan wat je nu doet?

Ik ben nooit goed geweest in het beantwoorden van de vraag: waar wil je over twee of vijf jaar staan in je carrière? Zou ik ergens anders werken, dan zou ik nog steeds dezelfde dingen doen. Blijkbaar is dat mijn stijl en waar ik goed in ben. Ik let er vooral op dat wat ik doe goed voelt. Loopt iets niet lekker, dan doe ik het de volgende keer anders. Dat zijn kleine stapjes, maar daardoor ontwikkel ik me continu.


Wie is José naast haar werk?

Wandelen, fietsen, skaten, schaatsen: José is graag buiten in de natuur. Dat doet ze zowel individueel als met haar gezin, waarmee ze graag op vakantie gaat (“Maar de puberdochters willen steeds lastiger mee wandelen”). Ook leest en kookt ze graag, zonder specifieke voorkeuren. “Je moet het je niet te ingewikkeld voorstellen. Ik vind het gewoon leuk om af en toe iets nieuws uit te proberen.”