Accsys Technologies verduurzaamt hout: “Het loopt als een tierelier”

Hout dat geen water opneemt en daardoor niet uitzet en niet rot. Accsys Technologies produceert dit hout in Arnhem door chemie en technologie te combineren. Het resultaat is een uiterst duurzaam bouwproduct.

Tekst: Igor Znidarsic

Hout is van oudsher een veel gebruikt bouwmateriaal, met één grote vijand: water. Water doet onbehandeld hout kromtrekken, zwellen en krimpen, en vochtig hout is voedsel voor bacteriën, schimmels en insecten. Een oplossing is aan het hout additieven toevoegen, maar die zijn vaak niet bepaald milieuvriendelijk en omdat ze weglekken gaat het beschermende effect op den duur verloren. Het bedrijf Accsys Technologies in Arnhem heeft een veel duurzamer oplossing gevonden. Hierbij wordt hout behandeld met azijnzuuranhydride dat de hydroxylgroepen in het hout, die van water houden, veranderen in acetylgroepen, die niet van water houden.

De techniek, acetyleren, is al honderd jaar geleden in Japan gepatenteerd. “De Japanners wisten er een goede chopstick van te maken, maar een plank konden ze niet acetyleren”, zegt directeur Hans Pauli. “Wij zijn daar na veel vijven en zessen wel in geslaagd, en zijn nu de enige in de wereld die op industriële schaal hout kan acetyleren tot een zodanig niveau dat het van duurzaamheidsklasse 1 wordt.” De duurzaamheidsklassen geven aan hoe lang een houtsoort meegaat.

Het begon ooit met de overheid die een alternatief zocht voor het tropisch hardhout dat werd gebruikt voor beschoeiing van sloten en vaarten. Via de Wageningen Universiteit, een aantal wetenschappers en een bedrijf dat een nieuwe methode had ontwikkeld om sigarettenfilters te maken, leidde dit in 2003 tot een doorbraak. Later werd onder meer via een beursnotering in Londen en Amsterdam geld opgehaald voor de bouw van de eerste fase van de huidige fabriek en verdere uitbreidingen. Momenteel wordt hier een vierde reactor aan toegevoegd, waardoor de capaciteit komend voorjaar van 60.000 naar 80.000 kubieke meter hout per jaar gaat.

Naaldboom

Voor Accoya, zoals het geacetyleerde product van Accsys Technologies heet, wordt FSC-gecertificeerd radiata pine gebruikt, een snelgroeiende naaldboom die makkelijk impregneerbaar hout levert. Het hout wordt in een reactor in batches tot in de diepste kern – planken van 10 cm dik zijn geen probleem – geïmpregneerd met azijnzuuranhydride, waarbij de chemische structuur van het hout verandert. “De cellulose in hout bevat OH-groepen die heel makkelijk water binden”, legt head of technology en organisch chemicus Pablo Steenwinkel uit. “Azijnzuuranhydride neemt die OH-groepen weg en dat maakt het hout een stuk hydrofober.” Het azijnzuuranhydride wordt vervolgens weer volledig uit het hout verwijderd. Het resultaat is niet toxisch en volledig recyclebaar hout dat onbehandeld – ongeverfd, dus blootgesteld aan de elementen – boven de grond minstens vijftig jaar niet rot.

Een ander voordeel is de hoge dimensiestabiliteit. “Omdat doorsnee hout water opneemt en daardoor zwelt en krimpt, worden de erop aangebrachte coatings continu belast en krijgen ze - zeker na een aantal jaren - de neiging om te breken”, legt Steenwinkel uit. “Omdat Accoya niet of nauwelijks uitzet, hoeft de coatingslaag veel minder mee te rekken. Daardoor gaat de coating veel langer mee dan bijvoorbeeld op een vurenhouten plank.” 

Lange termijn

Omdat radiata pine circa vier keer zo snel groeit als tropisch hardhout en na het acetyleren minstens vijftig jaar meegaat, is Accoya veel duurzamer dan tropisch hardhout. Het wordt voornamelijk buiten toegepast, voor kozijnen, terrasdelen, bruggen en dergelijke. De meeste klanten zijn te vinden in de institutionele sector. Dat heeft volgens Pauli deels te maken met de prijs. “Accoya is in aanschaf, afhankelijk van de alternatieven, twintig tot dertig procent duurder dan regulier hout. Het gemiddelde verblijf in een woonhuis is zeven tot tien jaar. De particuliere consument kijkt daarom vooral naar de aanschafprijs. Institutionele eigenaren van woningen, zoals woningcorporaties, kijken veel meer naar de lange termijn en naar de duurzame kenmerken van de materialen die ze gebruiken. Ze kiezen bij het saneren van gevels voor Accoya-deuren en -kozijnen omdat die minder snel aan vervanging toe zijn en minder vaak geschilderd hoeven te worden.” 

Accoya is onder meer toegepast door Rijkswaterstaat in twee bruggen bij Sneek, in steigers van een jachthaven in Amsterdam, bij de NS-stations van Ede en Dieren, in de gevel van een afvalverwerker in Veenendaal en bij woningrenovaties van diverse corporaties. In het buitenland wordt onder meer het hoofdkantoor van Google in Londen ermee bekleed.

Platina

Vergeleken bij bijvoorbeeld een kozijn van metaal of kunststof heeft een Accoya-kozijn volgens Steenwinkel een veel lagere CO2-footprint. “Om metaal in een bepaalde vorm te krijgen heb je hoge temperaturen nodig – met de bijbehorende hoge CO2-footprint – en kunststof kozijnen worden meestal gemaakt van pvc, dat na de gebruikstijd heel moeilijk te recyclen is. De productie van Accoya daarentegen kost veel minder energie, en je kan het aan het einde van de verbruikstijd versnipperen om er mdf van te maken of het verwerken tot papier of er energie uit halen.”

 

Accsys betrekt ESG – Environmental, Social and (Corporate) Governance – elke dag in alle activiteiten, zegt Steenwinkel. “Onze hele keten is volledig duurzaam, van het planten van de boom, het kappen en het drogen van het hout tot en met het transport naar Rotterdam en de verwerking.” Als onderdeel van de Cradle to Cradle-certificering voor Accoya zijn de toeleveringsketen, de productieprocessen en de procedures onder de loep genomen, waarbij de scores in de diverse categorieën er niet om liegen: Platina voor materiaalgezondheid en Goud voor hergebruik van materiaal, hernieuwbare energie & koolstofbeheer, waterbeheer en social fairness.
"Woningcorporaties kijken veel meer naar de lange termijn en naar de duurzame kenmerken van de materialen die ze gebruiken."

 

Azijnzuuranhydride, dat afkomstig is van leveranciers in de chemische industrie, wordt na het acetylatieproces azijnzuur, het enige restproduct dat overblijft. Het wordt of geupcycled naar azijnzuuranhydride of vindt zijn weg naar de voedingsmiddelenindustrie als additief of als cleaning agent. 

Mdf-panelen

In de vergaderruimte in Arnhem laat Steenwinkel een doorzichtig doosje gevuld met water zien. Er ligt een blokje mdf in. “Gewoon mdf zuigt zich vol met water en wordt na verloop van tijd snot. Dit blokje ligt al jaren in het water en er is niets aan veranderd.” Hij schudt met het doosje, het blokje tikt tegen de wanden, het bewijs dat het nog volledig intact is. 

Naast Accoya maakt Accsys Technologies ook Tricoya, een grondstof voor mdf-panelen van geacetyleerd hout. “Het gemak van mdf met de zekerheid van Accoya”, zo omschrijft Pauli het product. “Je kunt Tricoya buiten gebruiken, in een natte omgeving, of bijvoorbeeld voor kleedhokjes in zwembaden. Gewoon mdf is daar ongeschikt voor.” 

Bij mdf (medium-density fibreboard) worden fijngemalen houtvezels gemengd met lijm en geperst tot panelen. Nu wordt voor de productie van Tricoya nog versnipperde Accoya gebruikt, maar dat is geen efficiënt proces. Daarom wordt in de toekomst ander versplinterd hout gebruikt (zoals hout van mindere kwaliteit, waar knoesten of krommingen in zitten). Die houtsplinters worden geacetyleerd en vervolgens gebruikt om mdf-panelen van te maken. “Tricoya loopt als een tierelier”, zegt Pauli. In het Engelse Hull wordt daarom gebouwd aan een fabriek die in een continu proces houtsnippers gaat produceren. De fabriek zal naar verwachting medio 2022 operationeel zijn. Een derde partij gaat uit de 30.000 ton Tricoya-materiaal per jaar 42.000 kubieke meter Tricoya-panelen maken. 

Made in Holland

De toekomst ziet er goed uit voor Accsys Technologies. “Meer dan tachtig procent van de architecten in Nederland weet Accoya inmiddels goed te vinden”, aldus Pauli.” Buiten Nederland is het Verenigd Koninkrijk, waar het hoofdkantoor staat, de grootste afzetmarkt. Daarna volgen de Benelux, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Scandinavië. In de Verenigde Staten, waar de vraag hard groeit, staat in Tennessee een fabriek gepland met een capaciteit van 40.000 kubieke meter per jaar. Het wordt een joint-venture met Eastman, dat lokaal azijnzuuranhydride produceert. Voor de grote Aziatische markt zijn er plannen voor een Tricoya-fabriek in Maleisië. Met de vierde reactor in Arnhem en de nieuwe fabrieken in Hull, de VS en Maleisië zal de totale productiecapaciteit groeien naar circa 200.000 kubieke meter in 2025, waar die 5 jaar geleden nog 40.000 was. 

Accsys Technologies is zowel in het Verenigd Koninkrijk als in Nederland beursgenoteerd. Hoewel het hoofdkantoor en een aantal dochterbedrijven in het Verenigd Koninkrijk zijn gevestigd, is het een Nederlands bedrijf. “De techniek komt uit Nederland en meer dan de helft van de aandeelhouders is Nederlands”, aldus Pauli. “Accoya is een puur Nederlands product. Made in Holland.”


Mijlpaaal in Arnhem

Afgelopen december is in Arnhem een nieuwe hi-tech houtverwerkingsapparatuur in gebruik genomen die aanzienlijke verbeteringen op het gebied van veiligheid, kwaliteit en efficiëntie biedt bij het sorteren en voorbereiden van het hout. Deze Stacker II zal de werksnelheid en capaciteit in de eerste paar maanden van 2022 opvoeren, afgestemd op de voltooiing van de vierde reactor. “Deze mijlpaal maakt deel uit van de wereldwijde groeistrategie van Accsys”, aldus site manager Francis Lenders. “De verhoogde productiecapaciteit zal ons helpen de wereld meer te bieden en het veiligheidsniveau voor onze collega’s en de kwaliteit van onze producten hier in Arnhem verder te verbeteren.” 

accsysplc.com