SABIC inspecteert zoutvat met robot

Bij SABIC in Bergen op Zoom inspecteerde begin oktober een robot met hd-camera de inwendige staat van een zoutvat in de PPE-plant. "We konden veel meer zien in vergelijking met een visuele inspectie."

Tekst: Adriaan van Hooijdonk

Langzaam klimt de robot tegen de wanden van het zoutvat aan in de PPE-plant van SABIC. Vier zuignappen en rupsbanden zorgen ervoor dat de robot soepel over de rvs- ondergrond glijdt. De hoge-resolutiecamera aan de voorkant met 30x optische zoom legt eventuele scheurtjes en beschadigingen tot op de millimeter nauwkeurig vast. De haarscherpe beelden verschijnen op een laptop die op een steiger naast het mangat van de zouttank staat. Inspecteurs van SABIC en Lloyd’s Register bekijken de beelden nauwlettend.

De PPE-plant staat in de steigers. SABIC sloot de plant in 2014 door de dalende vraag naar PPE, de grondstof voor de NORYL-plant op het terrein die er kunststof korrels van maakt. Nu de markt voor toepassingen in elektrische auto’s, zonnepanelen en windmolens toeneemt, start het chemiebedrijf de PPE-plant weer op. “Dagelijks zijn hier driehonderd medewerkers en contractors aan de slag om de fabriek gereed te maken voor de opstart in 2022”, vertelt Rino Kunst, manager Mechanical Integrity bij SABIC. “Zo hebben we onder meer alle motor control units en het besturingssysteem vervangen. Ook hebben we alle opslagtanks aangepast aan de laatste stand der techniek.”

 

Door de lampjes aan de voorzijde is het mogelijk om eventuele scheurtjes, putjes en andere beschadigingen op verschillende manieren te belichten.

 

SABIC inspecteert alle installaties en onderdelen grondig voor de fabriek weer opstart. Het chemiebedrijf heeft een eigen IVG-gecertificeerde inspectiedienst met gecertificeerde inspecteurs die 90 procent van de inspecties zelfstandig uitvoert. De overige tien procent voert Lloyd’s Register (vanaf 15 november LRQA) uit als toezichthouder namens de overheid.

Obstakels

Eerder dit jaar is in een stoomketel op het terrein een succesvolle inspectie uitgevoerd met een robot met een hd-camera. “We konden veel meer zien in vergelijking met een visuele inspectie”, aldus Kunst. “De zouttank, waarin wij zout boven de 500 graden Celsius verwarmen om verder in het proces toe te passen, bevat in tegenstelling tot de stoomketel andere inwendige onderdelen, zoals een pomp, leidingen en een vier meter diepe opvangbak. Deze nieuwe proef is om te testen of de robot deze obstakels goed kan ontwijken en overal opnames kan maken.”

Volgens een medewerker van de robotleverancier, Invert Robotics, werken de meeste robots op magneten, waardoor ze voor sommige oppervlaktes, zoals aluminium en kunststof, niet geschikt zijn. De door SABIC gebruikte robot echter kruipt door de vacuümhechtingstechnologie soepel en veilig over zowel magnetische als niet-magnetische oppervlakken. Ook kan deze hangend inspecties uitvoeren, zelfs als het apparaat zware NDT-instrumenten (niet-destructief onderzoek) draagt. Steigers zijn zo niet meer nodig voor inspectiedoeleinden.

De beelden vormen de basis voor de rapportage van de inspecteur. Foto: Adriaan van Hooijdonk

 

Het basismodel kan worden uitgebreid met meerdere NDT-modules, waaronder laserscanning om de diepte van eventuele scheurtjes en barstjes te meten die dunner zijn dan een enkele haar (tot 65 micron).

Camera op een stok

Door de lampjes aan de voorzijde is het mogelijk om eventuele scheurtjes, putjes en andere beschadigingen in de zouttank op verschillende manieren te belichten. Kunst wijst naar de haarscherpe beelden op de laptop van de inspecteur van Lloyd’s Register. “Deze beelden vormen de basis voor de rapportage van de inspecteur. Die beslist uiteindelijk wat er moet gebeuren. Bijvoorbeeld reparatie of niet. Dat is niet altijd nodig. Soms is het zo minimaal dat er tot de volgende inspectie geen maatregelen nodig zijn.”

Kunst en zijn team maken voor iedere inspectie van onderdelen van de PPE-plant een inspectieplan. Eerst kijken ze of er in het verleden inwendig degradatie is aangetoond. Ook inspecteren ze de lasnaden en nozzles op imperfecties, zowel aan de buitenkant als de binnenkant waarbij ook de coating en isolatie worden meegenomen.

SABIC overweegt om vaker robots in te zetten voor inspectiedoeleinden. Dat bekijkt het chemiebedrijf volgens Kunst van geval tot geval. Sommige vaten zijn bijvoorbeeld zo groot dat er met gemak drones doorheen kunnen vliegen om eventuele degradatie in kaart te brengen. En in sommige gevallen is het efficiënter en sneller om de hd-camera op een stok te plaatsen en het vat vanuit het mangat te inspecteren in plaats van de robot in te zetten.

De door SABIC gebruikte robot kruipt door de vacuümhechtingstechnologie soepel en veilig over zowel magnetische als niet-magnetische oppervlakken. Foto: Adriaan van Hooijdonk

Geen ogen

Hoewel chemiebedrijven robots en drones vaker inzetten voor inspecties, zijn ze bij SABIC in Bergen op Zoom nog nooit onderdeel geweest van een turnaround. Begrijpelijk, want chemiebedrijven starten jaren van tevoren met de planning en toen waren de mogelijkheden van robotica nog niet zo divers als nu. Daarnaast moeten codes, standaarden en wet- en regelgeving worden aangepast om dit soort inspecties als standaard mogelijk te maken. “Visuele inspectie is in het huidige Besluit drukapparatuur gedefinieerd vanuit de mens”, licht Kunst toe. “Zo worden er bijvoorbeeld eisen aan de ogen van een inspecteur gesteld. Een robot met een hd-camera heeft volgens het Besluit geen ogen. Het betekent dat Lloyd’s Register iedere keer de procedure om met een hd-camera en een robot van tevoren moet goedkeuren. Dat neemt veel tijd in beslag.”


Chemelot: vaker inzet van drones met sensoren

“Binnen vijf tot tien jaar sturen we geen brandweerlieden meer naar een plant die in brand staat”, verwacht Peter Bloemers, director Fire Brigade & Security  bij Sitech Services op Chemelot. Dat is volgens hem uit het oogpunt van arbeidsveiligheid niet meer voor te stellen nu er steeds meer alternatieven, zoals drones met camera’s, beschikbaar komen.

Begin september 2020 ging Sitetech Services een samenwerking aan met de Veiligheidsregio Zuid-Limburg voor incidentenbestrijding in de regio. Het speciaal opgeleide Sitech droneteam is 24/7 inzetbaar en is één van de vijf teams die op dit moment binnen Brandweer Nederland operationeel zijn. De inzet van drones heeft een grote meerwaarde bewezen bij de bestrijding van incidenten. Ze zijn uitgerust met speciale camera’s, waarmee de brandweer een brand van bovenaf bekijkt.

Foto: Chemelot

 

De drones brengen nu al corrosie in kaart op 160 meter hoge fakkels. Bloemers verwacht dat Chemelot op korte termijn vaker drones met sensoren in zal zetten om na een incident de hoeveelheid vrijgekomen chemische stoffen te meten. Op basis van metingen bepaalt de bedrijfsbrandweer immers of er sprake is van een stabiele of instabiele situatie in een plant. En of de brandweer er vol ingaat of zich juist terugtrekt voor ze verder actie onderneemt.

Sitech Services zet de drones al in voor inspecties van leidingen en havenkades. “Wij willen onze klanten op Chemelot ook graag inspecties met hd-camera’s op robots aanbieden. Maar vooralsnog zijn wij er met onze inspecteurs nog niet uit of een camerabeeld het blote oog kan vervangen. De camera’s die wel aangetoond integere beelden maken zijn vooralsnog te zwaar voor een drone om te vliegen. Verder moeten de certificerende instellingen hiervoor hun procedures aanpassen.”

Sitech Services voerde eerder een geslaagde proef uit met robots van Boston Dynamics. De robot ‘Spot’, die door de vier poten iets weg heeft van een hond, kan over trappen lopen, deuren openmaken en dieper een installatie betreden in vergelijking met een drone. “Voor de verkenning van een incident is de brandwacht op termijn niet meer nodig. Het blussen van brand en het dichten van lekkages zal voorlopig nog mensenwerk blijven”, stelt Bloemers. De volgende stap is dat robots de brand ook daadwerkelijk gaan blussen.


DCMR: goede afspraken en aanpassingen in regelgeving nodig

DCMR Milieudienst Rijnmond overweegt om vaker drones in te zetten om tankterminals te inspecteren. “Drones zijn sneller en goedkoper dan de traditionele aanpak. Ze geven ook nauwkeuriger resultaten”, zegt DCMR-projectleider Gerritjan Breteler naar aanleiding van een recente proef bij een tankterminal in de Botlek.

DCMR voert al inspectievluchten met drones uit bij bedrijven. Het toestel kan in korte tijd op meer plekken komen dan een toezichthouder of inspecteur. Die zou bij de vlucht zelf niet eens op locatie aanwezig hoeven zijn. De dronebeelden geven volgens DCMR een compleet en actueel beeld van de situatie van een bedrijf of installatie. De vluchten moeten wel worden uitgevoerd door specialistische bedrijven met piloten die zijn gecertificeerd om in de haven te mogen vliegen. De onbemande vliegtuigjes kunnen ze dan voor verschillende doeleinden inzetten, zoals het meten van emissies en het controleren van de installaties. Ook het in kaart brengen van het terrein voor een vergunningsaanvraag kan met een drone. Door samen te inspecteren kunnen bedrijven en DCMR profiteren van de informatie uit de dronevluchten. Dat leidt tot een kostenbesparing, minder papierwerk en een verhoging van de veiligheid. Bretler ziet mogelijkheden bij olieopslagterminals, chemische industrie en raffinaderijen. Voor toepassingen als deze zijn wel goede afspraken en aanpassingen in de regelgeving nodig.


Chemie Magazine lezen? Abonneer je gratis