De impact van corona op innovatie: “Je proeft dat je iets mist”

De coronapandemie zette hele sectoren op non-actief. Chemiebedrijven bleven, onmisbaar als ze zijn, door produceren. Vaak met het kantoorpersoneel thuis en de productie- en lab-medewerkers op 1,5 meter afstand. Weg waren de spontane praatjes bij de koffiemachine. Welke effecten heeft dit gehad op innovatie? Albemarle, Avantium en Dow vertellen.

Tekst: Igor Znidarsic

“In Nederland konden we al onze activiteiten goed voortzetten. In het lab zaten we wel met de beperkingen van 1,5 meter, maar dat hebben we opgelost door de werktijden op te rekken en een aantal maanden ook op zaterdag open te zijn. Dat was voor de meeste medewerkers geen probleem, want de zaterdagactiviteiten, zoals sport, waren toch al uitgevallen.” Aldus Gert-Jan Gruter, CTO bij Avantium in Amsterdam.

Een heel ander verhaal zijn de buitenlandse activiteiten. Daarin werkte de coronapandemie voor Avantium wel remmend. “We zijn een technologiebedrijf en willen onze technologieën wereldwijd vermarkten. We ontwikkelen nieuwe kunststoffen en doen veel trials met applicaties in joint development met partners in het buitenland. Dit soort ontwikkelingen kosten vaak heel veel geld, en je wilt dat het zo goed mogelijk gebeurt. Het is daarom prettig om het samen op locatie te kunnen doen. Maar reizen naar Azië en de VS, en ook naar Zuid-Europa waar we ook samenwerkingen hebben, was lastig of onmogelijk. Dat heeft bepaalde projecten stilgelegd.”

Fysieke beperkingen

“Bij ons zijn de lopende projecten gewoon doorgegaan, met de timing zoals we die ongeveer in gedachten hadden”, vertelt Bob Leliveld, vicepresident Research & Technology en managing director bij Albemarle Catalysts, met vestigingen in Amsterdam en Houston. "Niet helemaal zonder moeilijkheden, maar het is wel gelukt. De mensen die experimenteel werk doen op de labs, de helft ongeveer, en ook het werk dat in de fabriek moest gebeuren, kon prima doorgaan met de corona-maatregelen. De overige medewerkers konden met digitale platforms zoals Teams ook goed door. We waren al bezig met Skype en we zitten al op twee plekken in de wereld, dus we waren al gewend om op afstanden te communiceren. Wel had de communicatie tussen de groep die thuis werkte en de groep op locatie wat meer aandacht nodig, maar ook dat is allemaal goed opgelost.”

Moeizamer ging het bij nieuwe projecten en projecten waar nieuwe medewerkers bij waren betrokken. "Een nieuwe wetenschapper of lab-medewerker heeft begeleiding nodig, en dat gaat moeilijker met allerlei fysieke en communicatieve beperkingen. Een bedrijf is ergens ook een soort school, waar je leert door in een bepaalde omgeving te zitten. Je leert van je collega's, en je leert ook van het praatje bij de koffiemachine."

 

"Interactie binnen het bedrijf is veel formeler geworden. Je loopt ook niet zo snel meer spontaan bij iemand naar binnen.”

 

Dat merkte ook Gruter. “We hebben een groot atrium waar we met z'n allen door elkaar lunchen. Dat is zo’n plek waar je af en toe kruisbestuiving krijgt, net als tijdens de informele interactie op de gang en bij de koffiezetapparaat. Dat viel nu weg. Interactie binnen het bedrijf is veel formeler geworden. Je loopt ook niet zo snel meer spontaan bij iemand naar binnen.”

Ideeën moeten circuleren

Volgens Leliveld is het in zo’n situatie moeilijker om tot nieuwe ideeën te komen en nieuwe projecten op te zetten. "Met name als ze wat ingewikkelder zijn. Je mist dat je als groep even bij elkaar kan zitten, een whiteboard erbij kan pakken, even een pauze kan nemen en de zijgesprekken kan hebben. Met Teams kan dat maar voor een deel. Voor het stellen van de doelen heb je de koffieautomaat niet nodig, maar voor het invullen van de innovatie zijn wel degelijk ideeën van mensen nodig. Innovatie begint met ideeën. En ideeën moeten kunnen circuleren door de organisatie. Daardoor kunnen ze rijpen, en daarvoor is de informele communicatie heel belangrijk. De toevallige ontmoetingen tussen mensen die elkaar niet via Teams tegenkomen kun je niet regisseren. Je zag tijdens de epidemie ook dat mensen hun agenda's gingen volplannen. Als je iemand wilde spreken stonden mensen vaak op rood in Teams."

Geavanceerde testapparatuur

Wat zullen uiteindelijk de gevolgen zijn? Leliveld: "Veel projecten liepen al. Wat dat betreft hebben we al onze doelstellingen voor research en technologie gehaald het afgelopen jaar. Ik verwacht hier geen negatief resultaat. Maar je proeft wel dat je iets mist, aan de front end van je innovatie. De komende anderhalf tot twee jaar zal blijken of we vertraging hebben opgelopen in de beginfase van projecten waarin je meer bent aangewezen op creativiteit en op ad hoc-contacten."

Bij Avantium is de vertraging al een feit. Gruter: “We zijn beursgenoteerd en iedereen volgt met argusogen de commercialisering van onze niet-fossiele PEF. Voordat wij een finale beslissing kunnen nemen voor de bouw van de commerciële fabriek, moet aan een aantal voorwaarden zijn voldaan. Eén daarvan is dat vijftig procent van de capaciteit van de fabriek afgenomen is. Dat is gelukt, maar wel een paar maanden later dan we hadden gehoopt, vanwege de genoemde belemmeringen bij trials.”

Avantium test ook katalysatoren voor derden. “Bedrijven uit de hele wereld komen bij ons om katalysatoren te ontwikkelen, te ontwerpen en te testen. Dat heeft ook vertraging opgelopen, vanwege de reisbeperkingen.” Wat ook is gestagneerd, is de verkoop van geavanceerde testapparatuur voor katalysatoren. “Die installeren wij over de hele wereld. Aangezien die apparaten vooral voor R&D worden gebruikt, heeft dat zeker een remmend effect op innovatie.”

Overigens hoopt Gruter dat dit binnenkort voorbij is. “Ik denk dat we op 1 september weer back to normal zijn, als iedereen z’n tweede vaccinatie heeft gehad. Al weten we natuurlijk niet wat de deltavariant gaat doen..."


Dow Benelux: corona biedt lessen voor de klimaatcrisis

Sociale contacten zijn cruciaal voor innovatie, stelt Kees Biesheuvel, technologie- en innovatiemanager bij Dow Benelux. “In een prettige en veilige sociale omgeving denken mensen vrijer, ze zijn ruimdenkender en opener. Dat stimuleert het ontstaan van nieuwe concepten en ideeën en daar vaart innovatie wel bij. Dat hoef je niet te organiseren, het gaat vanzelf.” Tijdens de coronapandemie werd dit onder meer door de verplichte 1,5 meter afstand tegengewerkt. “Maar daar hebben we nog wel een modus voor gevonden”, aldus Biesheuvel. “Moeilijker wordt het om in zo’n situatie te brainstormen. Via Teams en Zoom is dat niet optimaal. Ook de toevallige ontmoeting bij de koffieautomaat, de serendipity, mis je enorm.”

In hoeverre de innovatie bij Dow hierdoor is gestagneerd, is moeilijk te zeggen. Maar een concreet voorbeeld van de vertraging is wel de pilotplant voor Steel2Chemicals bij AccelorMittal in Gent. “Die mocht vanwege grensbeperkingen niet worden afgeleverd om daar geïnstalleerd te worden. Het is uiteindelijk wel gelukt, maar bijna met een jaar vertraging.”

Een belangrijke les van corona kunnen we volgens Biesheuvel goed gebruiken bij de klimaatopgave. “Vanwege de snelle opkomst werd corona beleefd als een crisis en gingen we als samenleving snel aan de bak om ons ertegen te wapenen. Standaardprocedures werden losgelaten, kosten waren op een gegeven moment geen probleem meer. We waren met z’n allen bereid om risico's te accepteren en in te calculeren dat dingen misschien niet gingen lukken. We gingen vaccins ontwikkelen, en tot iedereens verbazing lukte het, binnen zeer korte tijd.” De les hieruit: de mens is tot veel in staat is als de nood maar hoog genoeg is. “Dan zijn we bereid om de ‘koninkrijkjes’ en formaliserende en vertragende procedures los te laten en snel te schakelen.”

Het klimaatprobleem is ook een crisis. “Maar die wordt als veel minder urgent ervaren doordat de dreiging als veel trager wordt beleefd, ook door de beleidsmakers. Als wij bijvoorbeeld een subsidieaanvraag doen voor een kleine innovatieondersteuning, duurt het meer dan een jaar voor dat rond is. Die tijd hebben we helemaal niet. We moeten wat de klimaatcrisis betreft weg van die trage, stroperige processen omdat we bang zijn dat we een foutje maken in de procedure. Als het bij de coronacrisis kon, moet het ook kunnen bij de klimaatcrisis, die een veel grotere dreiging is. Het wordt tijd dat we ook de klimaatcrisis als een megacrisis gaan beschouwen. Anders worden we gekookt als de bekende kikker in de pan die de langzame opwarming niet merkt en daardoor niet uit de pan springt, tot het te laat is.”


Positieve effecten

Avantium, Albemarle en Dow zien ook positieve effecten van de coronapandemie. Bij Albemarle is de productiviteit toegenomen, zo is uit enquêtes gebleken. Leliveld: "De mensen die experimenteel werk doen vonden het fijn dat ze op het lab niet voortdurend gestoord werden door mensen die binnenliepen en dat ze niet steeds vergaderingen in werden gesleept. De wetenschappers gaven aan het fijn te vinden dat er minder meetings waren en dat ze thuis beter konden focussen."

Gruter ziet dat de nieuwe manier van communiceren ook voordelen biedt, mits gedoseerd toegepast. “Ik heb vaak in het vliegtuig naar de States gezeten voor één meeting. Dat gaan we niet meer doen. Dat kan ook heel goed via platforms als Teams en Zoom, zo is gebleken. Ik denk dat we ook binnen Nederland meer hybride gaan vergaderen, waarbij een aantal mensen dat wat verder weg woont gewoon inbelt. Scheelt een hoop reistijd en het levert veel voordeel op voor het milieu.”

Volgens Biesheuvel hebben we geleerd dat dingen waarvan we altijd dachten dat ze niet kunnen, zoals op afstand werken, toch kunnen. “We hebben gezien dat als je mensen het vertrouwen geeft, zij zich betrokken voelen en dat het leeuwendeel dan uit zichzelf een stap extra doet, zonder dat je daar supervisie op nodig hebt.”