Werken in de chemie met Klazien Ebbens

“De verduurzaming van OCI Nitrogen mag wel wat sneller gaan.” Chemisch technoloog Klazien Ebbens heeft er daarom haar missie van gemaakt om onrendabele projecten toch uit te laten komen. Haar Groningse mentaliteit van ‘de volhouder wint’ komt daarbij prima van pas. 

Tekst: Inge Janse

Waarom kiest iemand voor een chemie-opleiding en wat maakt een baan in de chemie zo boeiend? Chemie Magazine vraagt het aan mensen in de sector. Klazien Ebbens, sustainability manager bij OCI Nitrogen. "Ik ben trots op mijn plek als vrouw in dit bedrijf."

Aan welke consumentenproducten lever jij een bijdrage?

Ons hoofdproduct is kunstmest. De kunstmest die wij verkopen gaat in bulk weg met binnenvaartschepen en vrachtwagens, dus dat is een beetje veel voor je achtertuin. Maar boeren kopen onze kunstmest om bijvoorbeeld graan te produceren voor ons brood. Zonder kunstmest heb je twee keer zoveel grond nodig om dezelfde hoeveelheid organische landbouwproducten te verbouwen. 

Zelf zoek ik naar manieren om onze producten, waaronder kunstmest en melamine, met minder impact voor het milieu te maken. We zitten in de top-10 van CO2-uitstoters van de chemische industrie, en die uitstoot willen we reduceren. Ik kijk naar welke technologieën daarvoor zijn. In een van die projecten onderzoeken we met energiebedrijf RWE of we afval kunnen vergassen naar waterstof als grondstof voor onze ammoniak, zodat we veel minder aardgas nodig hebben. Ook kijken we naar de afvang van CO2 voor de opslag in lege gasvelden onder de Noordzee.

Voor die projecten praat ik heel veel met bijvoorbeeld partijen waar onze CO2 naartoe gaat of die een duurzame technologie leveren. Daarnaast kijk ik met mijn technology-managers hoe we die projecten technisch kunnen inpassen in onze fabrieken. Het is dus een combinatie van technisch en commercieel werk.

Wat vertel jij je kinderen als zij vragen wat voor werk je doet?

Ik probeer uit te leggen dat mensen olie en aardgas uit de bodem pompen om mee te rijden, te vliegen en om producten zoals kunstmest van te maken, zoals bij OCI Nitrogen. Daarbij komt CO2 in de lucht, waar we de natuur niet mee helpen. Het wordt warmer, we krijgen meer kansen op milieurampen en de ijskappen smelten.

Rijden we langs Geleen, dan wijs ik naar de schoorstenen. Ik ben bezig mer ervoor te zorgen dat daar minder CO2 uit komt. Dat probeer ik door bijvoorbeeld van mest of ons afval thuis biogas of waterstof te maken, waardoor we minder aardgas uit de grond hoeven te pompen. Ik leg ook uit dat ik juist bij OCI Nitrogen wil werken omdat ik daar een impact kan maken. Dat snappen mijn kinderen goed. Ze bedenken inmiddels zelfs spreekbeurten voor school over wat je voor het milieu kunt doen.

Hoe ben je in deze baan terechtgekomen?

Al zolang ik me kan herinneren vond ik rekensommen leuk, vooral als ze verstopt waren in een verhaaltje. Mijn ouders hebben me enorm gestimuleerd om het beste uit mezelf te halen. Niet te veel zeuren, hard werken, haal eruit wat erin zit, en doe iets nuttigs. Het was een echte doeners-familie. Door mijn affiniteit met technische vakken had ik had ik daarom op het gymnasium een bètapakket, aangevuld met talen en economie. Toen ik een zes had voor een eindexamenvak, heb ik dat examen overnieuw gedaan, zodat ik overal een acht voor had.

Ik had al snel in de gaten dat ik die sommen in het bedrijfsleven wilde maken. Ik ging op zoek naar technische studies die me aanspraken om zo breed mogelijk inzetbaar te zijn. Dat werd scheikundige technologie in Delft. Ik studeerde af bij DSM en daar had ik ook de beste match om te gaan werken. Sommige van mijn jaargenoten gingen naar het buitenland, maar ik bedacht me dat Maastricht ook een soort buitenland was, dus daar ben ik toen naartoe verhuisd. 

DSM werd later OCI Nitrogen, en tegen mijn eigen verwachting in ben ik daar gebleven. Ik kon hier om de zoveel jaar een nieuwe baan oppakken. Zo kon ik leuke stappen blijven maken. Bovendien ontwikkelde parallel daaraan mijn privéleven zich hier. Ik kwam iemand tegen waarmee ik ging samenwonen en een gezin stichtte. 

Wat zou je je jongere zelf nu adviseren?

In het begin dacht ik dat je dingen pas écht wist als je al twintig jaar ervaring had. Dat heeft me weleens tegengehouden om mijn mening te geven. Ik zie nu veel beter dat we alle inzichten van iedereen nodig hebben om met ons bedrijf verder te komen. Zelfs in je eerste jaren mag je daar echt je steentje aan bijdragen. Ik geef al mijn medewerkers bewust een eigen plek en ruimte om hun inbreng te geven. Jonge mensen zal ik eerder helpen dan dat ik zeg wat ze voor mij moeten doen. Maar uiteindelijk moeten mensen ook zelf hun plek opeisen. 

Wat levert je werk je op?

Ik haal energie en zingeving uit mijn werk. Daardoor ben ik een leuker mens en een leukere moeder geworden. Ik verdien natuurlijk gewoon een goed salaris waarmee we ons leven op een leuke manier kunnen invullen. Maar geld is een means to an end. Ik zou prima kunnen switchen naar een andere baan voor een minder salaris. 
Mijn collega’s zijn niet mijn vrienden, maar ik heb in mijn team wel graag vriendschappelijke relaties. Ik vind het fijn om te weten hoe mensen in de wedstrijd zitten, waar ze vandaan komen, hoe het met ze gaat, wat ze in het weekend deden. Aan mij hoef je ook niet te vragen hoe het gaat, dat vertel ik gewoon uit mezelf. Toen ik van productie naar het hoofdkantoor ging, miste ik het dan ook erg om met een team te werken. Gelukkig heb ik weer een afdeling gekregen om samen resultaten neer te zetten. 

Op welke eigen prestatie ben je het meest trots?

Ten eerste uiteraard op mijn plek als vrouw in een bedrijf als OCI Nitrogen. Als productiechef gaf ik leiding aan bijna honderd man en slechts één vrouw. In de productie word je getest: blijft ze staan in deze omgeving, kan ze tegen een slechte grap? Ook inhoudelijk moet je soms net even jezelf meer bewijzen. Maar ik denk vooral dat wij vrouwen onszelf in de weg zitten. We willen zaken heel zeker weten voordat we keuzes maken, en durven minder sneller dan mannen te zeggen hoe het in elkaar zit.

Ten tweede heb ik tijdens mijn periode in de productie veel kunnen bijdragen aan de veiligheid. We hebben nu eenmaal fabrieken waar we met gevaarlijke stoffen werken, dus je zult altijd een significant deel van je tijd aan veiligheid moeten besteden. 

Ten derde ben ik er megatrots op dat wij als OCI Nitrogen binnen onze groep vooroplopen met sustainability. We hebben voor onze fabrieken in Geleen heel goed in kaart gebracht wat er kan voor duurzaamheid, én we hebben al een serieus aantal projecten ontwikkeld. Ze zijn niet allemaal gelukt, maar dat is wat er gebeurt als je op een nieuw speelveld begint. Lukt het wél, dan maakt dat echt het verschil voor de generatie na mij, en dus voor mijn kinderen.

 

"Ik werk bij OCI Nitrogen juist omdat ik daar een impact kan maken"

 

Als je iets zou mogen veranderen aan je baan, wat zou dat zijn?

De verduurzaming mag wel wat sneller gaan. Als je aan duurzaamheid werkt, moet je echt een lange adem hebben. Duurzame technologieën zijn over het algemeen duurder, dus hebben ze slechte businesscases. Die worden mettertijd beter omdat CO2 zwaarder wordt beprijsd, de subsidies beter worden en de urgentie vanuit de wereld, aandeelhouders en financiers toeneemt. Toen ik begon zei mijn baas: ‘Klazien? Die werkt voor mijn nieuwe afdeling, het bureau onrendabele projecten’. Het is daarom mijn missie om van onrendabele projecten rendabele projecten te maken, zodat de snelheid omhooggaat. 

Ik heb ook een erg weinig met administratie, daar worstel ik me doorheen. Ik ben niet perfectionistisch, dus ik kan gelukkig heel goed mee leven als bijvoorbeeld mijn mail niet 100 maar 80 procent afgehandeld is. De kunst is om hoofd- van bijzaken te scheiden. Ik kan er gelukkig heel goed mee leven als bijvoorbeeld mijn mail niet honderd maar tachtig procent afgehandeld is. De kunst is om hoofd- van bijzaken te scheiden. 

Wat zou je nóg liever doen dan wat je nu doet?

Ik wil nog een keer plantmanager worden van een fabriek, dat is een item van mijn bucket list voor tussen nu en vijf jaar. Maar of dat leuker is dan wat ik nu doe weet ik niet. Ik wil in iedere nieuwe functie iets nieuws leren om mezelf te verbeteren en verbreden, in combinatie met werk dat ik leuk vind en zingeving brengt. 
Vroeger wilde ik juf worden. Ik vind het ook heel leuk om met kinderen te werken. Dat kan op een basisschool of als wiskundeleraar voor de onderbouw van een middelbare school. Mocht ik dus niet meer kunnen doen wat ik nu doe, zet me dan maar voor de klas. 


Wie is Klazien naast haar werk?

Klazien heeft een hond waarmee ze graag wandelt en ze loopt wekelijks hard, variërend van 10 kilometer tot een halve marathon. Ook wil ze graag haar wielrenfiets (“Daar zijn de wielen nu ovaal van, want ik heb er even geen tijd voor”) weer gaan gebruiken, aangezien Limburg zich daar volgens haar fantastisch voor leent. “En verder gaat veel tijd zitten in ons sociale leven, vakanties en de kinderen en hun sportverenigingen. Daar moet je ook je steentje aan bijdragen.”