Cluster Energie Strategie Rotterdam/Rijnmond: "Het is tijd voor boter bij de vis"

De Cluster Energie Strategie van Rotterdam/Rijnmond bevat concrete plannen voor verduurzaming van de industrie in dit cluster. Ze zijn uitgewerkt tot vijf concrete projecten. “Deze projecten maken heel veel mogelijk, en geven veel spin-offs voor Nederland,” aldus Alice Krekt van Deltalinqs.

Tekst: Igor Znidarsic

“Met deze Cluster Energie Strategie geven we vanuit de industrie aan welke projecten op het gebied van energie-infrastructuur nu echt van de grond moeten komen. Dit zijn geen wensen, maar concrete projecten die nu al in de besluitvorming zitten”, aldus Nico van Dooren, director New Business Development bij Havenbedrijf Rotterdam “Als we de klimaatdoelen willen halen, moet volgend jaar echt de schop voor de infrastructuur de grond in.” Dat is een taak voor het Rijk. “Maar ook in de boardrooms van de bedrijven moeten beslissingen genomen worden”, vult Alice Krekt, programmadirecteur Deltalinqs Climate Program, aan. “En die worden versneld als het ondersteunend beleid en de infrastructuur er liggen.”

Warmtebuizen in de haven van Rotterdam. Foto: Eric Bakker

 

Zoals afgesproken in het Klimaatakkoord is de Taskforce Infrastructuur Klimaatakkoord Industrie (TIKI) ingesteld om in kaart te brengen welke infrastructuur nodig is voor het behalen van de klimaatdoelstellingen van de industrie. Net als bij de Regionale Energie Strategieën, gericht op het doorvoeren van afspraken uit het Klimaatakkoord in de gebouwde omgeving en met name ook voor elektriciteit, is ook hierbij gekozen voor een regionale aanpak. De zes industriële clusters in Nederland zijn via zogeheten regionale koplopersprogramma’s aan de slag gegaan met de opdracht. Dat resulteerde in een Cluster Energie Strategie (CES) voor elk cluster. Een CES bevat een concreet overzicht van de benodigde energie- en grondstoffen-infrastructuur.

Vijf sleutelprojecten

Cluster Rotterdam/Rijnmond leverde zijn CES afgelopen april af. Aan de basis liggen twee studies uit 2016 en 2017 van het Wuppertal Institut, dat lange-termijnscenario’s ontwikkelde voor het Havenbedrijf, en een studie van de Regionale Industrietafel Rotterdam-Moerdijk, die beschrijft hoe de industrie in drie stappen kan overschakelen op CO2-neutrale productiewijzen. Van Dooren: “Het gaat om welke ontwikkelingen bedrijven verwachten, hoe de energiebronnenmix in de loop van de tijd gaat veranderen en welke infrastructuur daarvoor nodig is.”

 

"We hebben in het Klimaatakkoord de plannen neergelegd, en nu die plannen concreet zijn uitgewerkt is het tijd voor boter bij de vis.”

 

De CO2-reductie vraagt vanwege de enorme opgave om bedrijfs- en sector-overschrijdende samenwerking. Daarom is de CES tot stand gekomen binnen een werkgroep van het Havenbedrijf Rotterdam, Havenbedrijf Moerdijk, Deltalinqs, de provincie Zuid-Holland en netbeheerder Stedin. Het leverde vijf sleutelprojecten op:

  1. Aanleg van een waterstofleiding van de Maasvlakte naar Pernis. 
  2. Waterstofleiding vanuit Rotterdam richting Chemelot en de aansluiting met Noordrijn-Westfalen, om vooral de west-oost verbinding in ons land te versterken.
  3. Aanlanding van extra elektriciteit van windparken op zee naar de haven voor de productie van groene waterstof. 
  4. Infrastructuur voor afvang, transport en vervolgens opslag van CO2 onder de Noordzee (CCS).
  5. Infrastructuur om de warmte van de chemische en petrochemische industrie (die warmte zal er ook in de duurzame toekomst zijn) bij huishoudens, kassen en kantoren te brengen ter vervanging van cv-installaties op gas. 

“Een aantal van deze projecten behaalt doelen op de korte termijn”, aldus Van Dooren. “Maar ze hebben een levensduur die ze ook daarna nog volledig inzetbaar maakt voor de duurzame samenleving. Zo gaat de CO2-leiding nu richting lege gasvelden, maar in de toekomst willen we de infrastructuur meer gebruiken om CO2 in te zetten als grondstof in de chemie.”

Besluitvorming

De plannen zijn behoorlijk concreet. Zo moet de eerste grootschalige waterstoffabriek op basis van elektrolyse in de haven al in 2024 operationeel zijn. “Dan moet de waterstofleiding er ook liggen. Die besluitvorming moet dit jaar nog plaatsvinden”, aldus Van Dooren. De capaciteit van de eerste waterstoffabriek zal circa 250 mW bedragen, maar uiteindelijk groeit dit uit tot 1 tot 2 GW, nog los van de import van waterstof om straks ook de vraag vanuit andere delen in Noordwest-Europa te kunnen beantwoorden.

Ook het Porthos-project bevindt zich in een vergevorderd stadium, zeker met de recent aangekondigde subsidie van twee miljard euro. Dat geldt ook voor de plannen voor de buisleiding naar Chemelot en Noordrijn-Westfalen, waarvoor een haalbaarheidsstudie in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat onlangs positief is afgerond. “Over het WarmtelinQ-project voor het transport van warmte uit de Rotterdamse haven naar de regio – een investering van bijna een half miljard euro – vindt de besluitvorming ook deze zomer plaats,” aldus Van Dooren.

De projecten zijn vooral gericht op scope 1 (de directe CO2-uitstoot) en scope 2 (CO2-uitstoot door ingezette elektriciteit of warmte), en nauwelijks op scope 3 (de uitstoot via de producten). “Maar met waterstofproductie en -transport zorgen we wel voor infrastructuur om de C’tjes en de H’tjes bij elkaar te brengen waar dat nodig is”, zegt Van Dooren. En verder gebeurt er in cluster Rotterdam/Rijnmond al het een en ander op het gebied van bio-grondstoffen en recycling. Zie de fabrieken van Neste en waste2chemicals.

“Er zijn wat betreft scope 3-reductie nog veel onzekerheden en technisch is nog niet alles uitontwikkeld”, aldus Van Dooren. “Bedrijven wachten op duidelijkheid van de overheid én op de infrastructuur.”

Steun en daadkracht

Nu de industrie haar huiswerk heeft gedaan, is de overheid aan zet. “Om een en ander op tijd voor elkaar te krijgen is visie, steun en daadkracht van het nieuwe kabinet nodig”, zegt Krekt. “En ook op het gebied van ruimtelijke ordening, ontwikkeling van de arbeidsmarkt, innovatie en regelgeving voor toepassing van nieuwe energiedragers is de overheid onmisbaar.” Van Dooren: “En neem bijvoorbeeld de stikstofruimte. Die moet er wel zijn om deze projecten mogelijk te maken.”

Op de vraag wat het nieuwe kabinet met deze Cluster Energie Strategie moet doen, antwoordt Krekt: “Volledig omarmen. En haast maken met de uitvoering. Dat gaat nu te langzaam. We hebben nog maar 9 jaar tot 2030. De politiek moet nu handelen, en de ministeries moeten met visie de regie over de infrastructuur nemen. Anders gaan we te veel vertragen en vindt de nieuwe economische ontwikkeling niet hier in Nederland plaats maar elders. Dát kunnen we ons als land niet veroorloven. We hebben in het Klimaatakkoord de plannen neergelegd, en nu die plannen concreet zijn uitgewerkt is het tijd voor boter bij de vis.”

Theemswegtracé in de Botlek. Foto: Danny Cornelissen