GroenLinks: meer vanuit het voorzorgsprincipe werken

“Voor alle industrieën geldt dat we naar een klimaat-neutrale samenleving gaan en dat betekent dat ook de chemische industrie een bijdrage moet leveren aan de reductie van de CO2-uitstoot", aldus Suzanne Kröger van GroenLinks.

Tekst: Igor Znidarsic

Op 17 maart zijn er Tweede Kamerverkiezingen. Welke plannen hebben de verschillende politieke partijen met de chemische industrie? Chemie Magazine vraagt het aan 12 politieke partijen.

"De opgaven worden steeds groter, maar de prestaties vallen tegen, er moet nog een hoop gebeuren, de ambitie moet omhoog. De CO2-heffing is daar een cruciaal onderdeel van. Wat betreft de infrastructuur die nodig is voor de energietransitie hebben wij een voorstel gedaan voor een groot klimaatinvesteringsfonds, met ook investeringen in infrastructuur voor de waterstofeconomie. De energietransitie creëert nieuwe banen, maar dan moeten die technische mensen er ook zijn. Dat vergt vooruitkijken qua opleidingen, ook zou je mensen uit sectoren waarin nu een krimp plaatsvindt kunnen omscholen. Eigenlijk hebben we een nieuw werkgelegenheidsprogramma nodig.

Foto: groenlinks.nl

 

 

“Met een duurzame chemiesector beschermen we wel de gezondheid van onze bevolking.”

 

Daarnaast krijgt de chemie te maken met strengere chemicaliënwetgeving vanuit de EU. Wat ons betreft gaan we veel meer vanuit het voorzorgsprincipe werken, dus meer vooraf de risico's investeren en stoffen ook niet als groep beoordelen maar individueel langs de meetlat leggen. Een ander punt zijn de combinatie-effecten. Wij zouden graag zien dat je in een ecosysteem onderzoekt hoe de verschillende stoffen op elkaar inwerken of elkaar versterken, en vervolgens de regels daarop aanpast. Je normeert dan niet zozeer de individuele stoffen maar de blootstelling. Pfas heeft veel teweeggebracht en ook het bewustzijn voor de opkomende stoffen vergroot. Het is ook heel belangrijk in relatie tot de circulaire economie dat je geen productstromen recyclet waar stoffen in zitten waar we inmiddels strengere regels voor hebben. We moeten als Nederland hiermee voortvarend aan de slag en een koploperspositie innemen.

Het argument dat strengere wetgeving de sector op kosten zou jagen en daarmee de mondiale concurrentiepositie zou verzwakken, gaat wat mij betreft niet op. Want de milieu- en gezondheidsschade en de maatschappelijke kosten worden nu niet in geld uitgedrukt, en dat vertekent het beeld. Onze producten worden mogelijk wat duurder op de wereldmarkt, maar met een duurzame chemiesector beschermen we wel de gezondheid van onze bevolking. Wij kunnen ons als dichtbevolkt land waarin de chemiebedrijven dicht op de mensen staan geen gezondheidsrisico's veroorloven. Het argument 'zo kunnen wij niet concurreren met China' kan ik aan die mensen niet uitleggen. Daarom moeten we strenge eisen stellen, ook aan de producten die we op de Europese markt toelaten. Zo creëren we met de wetgeving rond gevaarlijke stoffen niet een race to the bottom maar juist een race to the top. Kijk, uiteindelijk wil je een robuuste, toekomstbestendige chemische industrie, en daarvoor zijn er zowel op het gebied van klimaat als op het gebied van chemische stoffen gigantische uitdagingen. Met louter doen wat je van de huidige wetgeving mag kom je er niet.”

 


VNCI analyseert de programma's

Wat zijn de belangrijkste punten uit de partijprogramma's voor de chemische industrie? Je leest het op onze verkiezingspagina.