Werken in de Chemie met Karen Waroux

Als zestienjarig meisje wilde Karen Waroux bij de politie. Maar ze vonden haar nog te jong. Het was haar scheikundeleraar op de middelbare school die zei: ‘Is chemisch analist niet iets voor jou?’ Ze ging naar de Haagse Analistenschool en werd chemisch analist bij Unichema. Om uiteindelijk bij hetzelfde bedrijf, dat later Croda werd en recent overgenomen is door Cargill, ook de externe communicatie voor haar rekening te nemen.

Tekst: Ingeborg Abendanon

Waarom kiest iemand voor een chemie-opleiding en wat maakt een baan in de chemie zo boeiend? Chemie Magazine vraagt het aan mensen in de sector. In deze aflevering van Werken in de Chemie vertelt Karen Waroux over haar werk.  

Aan welke consumentenproducten lever jij een bijdrage?

We maken hier halffabricaten met onze grondstof raapzaad, specifieker: de raapzaadolie. Het grootste deel van onze afzet is internationaal en gaat in tankwagens, drums, zakken en IBC-containers naar het buitenland. Raap komt uit de gele bloemetjes die je in het voorjaar aan de kant van de weg ziet groeien. Het wordt toegepast in een breed pallet van producten voor onder andere de automotive en de farmaceutische industrie. Onze grondstof zorgt er uiteindelijk  voor dat bijvoorbeeld het touchscreen van jouw telefoon werkt. Een ander voorbeeld is de motorolie in een auto. Door een product van Cargill is de CO2-uitstoot van een auto lager.

Wat vertel jij je kinderen als zij vragen wat voor werk je doet?

Aan onze dochter hebben we vanaf de leeftijd dat ze het kon begrijpen, uitgelegd wat we doen. Inderdaad we: mijn man en ik werken allebei bij Cargill. We zeggen gekscherend weleens dat we een lab-relatie hebben, want van origine zijn we allebei chemisch analist. Mijn man vergeleek zijn werk als proces operator meestal met koken. Je stopt spullen bij elkaar in een pan en dan wordt het iets anders. Ik vertelde mijn dochter altijd dat ik klachten moest uitzoeken. Als je in de winkel iets koopt en het gaat sneller dan verwacht stuk, dan gaan mensen klagen. En dan moet het bedrijf onderzoeken hoe dat is gekomen en hoe het opgelost kan worden. Procedures heb ik haar trouwens nooit uitgelegd, dat is zo ingewikkeld. De vergelijking met koken gebruik ik zelf ook bij mijn communicatiewerk. We hebben op ons terrein eigen stoomvoorzieningen. Als we die na een uitval moeten herstarten, maakt dat veel herrie en omwonenden stellen daar vragen over. Ik leg ze uit dat je het kunt vergelijken met een snelkookpan. Je bouwt druk op en om die druk eraf te halen, draai je het ventiel open. Dat maakt lawaai: een snelkookpan in het groot dus.

Hoe ben je in deze baan terechtgekomen?

Ik ben hier in 1987 begonnen als stagiaire chemische laborant. In die vijfendertig jaar heb ik ontzettend veel dingen gedaan in het bedrijf. Ik heb altijd gezegd: geef me een uitdaging en ik vind het leuk om te doen. Toen ik zwanger werd, wilde ik minder gaan werken op het lab, maar dat was toen niet mogelijk. De tijden waren anders. Daarom heb ik in 1998 de overstap gemaakt naar specificaties. Van daaruit ben ik eigenlijk in het werk van quality assurance (QA) gerold en kwam ik op de kwaliteitsafdeling terecht. Om uiteindelijk deels de overstap te maken naar communicatie. Ik verdeel mijn tijd ongeveer fifty-fifty tussen QA en externe communicatie.

"Ik communiceer makkelijk en leg snel contact."

Zes jaar geleden vertrok de collega die de in- en externe communicatie deed en ze kwamen bij mij met de vraag of ik het externe deel wilde doen. Ik had totaal geen communicatieachtergrond, maar ik communiceer makkelijk en leg snel contact. Ik dacht: weet je wat, ik ga het gewoon doen. Een voordeel was natuurlijk dat ik het bedrijf goed ken en dat ik met mijn chemieachtergrond snap wat we hier doen. Hoewel dat ook meteen het lastigste is. Hoe leg ik op een begrijpelijke manier uit wat we doen? Cargill staat nu midden in een woonwijk, heel anders dan toen het in 1858 begon als kaarsenfabriek. Natuurlijk is het weleens lastig en je doet het nooit helemaal goed, maar je probeert je buren erbij te betrekken door met ze in gesprek te gaan. Vroeger moest je je adem inhouden als je hier langs fietste, dat is allang niet meer zo. We voldoen aan alle eisen, maar dat wil niet zeggen dat mensen geen overlast ervaren. Mensen zijn ook veranderd, stellen sneller vragen en geven kritiek. Als bedrijf moet je daar rekening mee houden. Tijdens de coronaperiode werkte iedereen ineens thuis. Hoewel we een 24-uurs bedrijf zijn, vindt veel bedrijvigheid overdag plaats. Daar moet je dus rekening mee houden. En als we niet vooraf melden dat we een onderhoudsstop hebben, komen er juist meer vragen en klachten. En die wagen met stikstof die ’s nachts komt aanrijden, kan dat niet anders als we weten dat veel mensen in de zomer met hun ramen open slapen? Vooraf informeren, proactief communiceren en nadenken over de vraag hoe de boodschap overkomt, daar draait het om.

"Als ik meer tijd had, zou ik graag vaker in onze archieven willen duiken." | Foto's: Studio Dijkgraaf

Wat zou je jongere zelf nu adviseren?

Het grappige is dat ik als jong meisje iets heel anders wilde doen. Bij de politie werken, dat leek me geweldig. Maar bij de opleiding vonden ze me te jong. Nu zou je een tussenjaar doen, maar dat was toen niet gebruikelijk. Misschien zou ik dat nu wel doen. Het was mijn scheikundedocent die destijds zei: ‘Is chemisch analist niet iets voor jou?’ Ik ging met mijn ouders kijken bij de Haagse Analistenschool en het leek me wel leuk. Ik heb een prachtig beroep en werk met veel plezier bij Cargill.

Wat levert je werk je op?

Ik moet meteen denken aan de brand die we anderhalf jaar geleden hadden. Het was een relatief kleine brand en hij was gelukkig ook in twintig minuten geblust door onze eigen brandweer, maar het was wel zichtbaar in de omgeving. Er werden filmpjes gedeeld op sociale media. Er werd een petitie gestart of het nog wel verantwoord was om een bedrijf als het onze in een woonwijk te hebben. Het heeft me tot tranen toe geroerd dat een deel van de mensen die het dichtst om ons bedrijf heen wonen, tegen die petitie in gingen. Zij waren het die zeiden dat we het juist wel goed deden en dat dit de eerste keer in een hele lang tijd was dat er iets misging. De laatste keer was een brand in 1936. Dat omwonenden voor ons opkwamen, was het bewijs dat al onze effort in communicatie met onze omgeving z’n vruchten afwerpt.

Op welke presentatie ben je het meest trots?

Twee dingen in het bijzonder. Dit jaar werd het 750-jarig bestaan van Gouda gevierd. We werden benaderd met de vraag of we ruimte hadden voor een expositie over het verleden, heden en toekomst van de industrie in Gouda. Ik ben intern gaan praten en we hebben de organisatie kosteloos een leegstaand, gerenoveerd kantoorpand op ons terrein aangeboden. Zes maanden een serie wisselende tentoonstellingen over de geschiedenis van industrieel Gouda. Ik ben er echt heel trots op dat we dit aan de gemeente en de bewoners hebben kunnen geven. Zo’n tienduizend bezoekers, uit eigen stad maar ook veel toeristen, zijn er geweest.

"Cargill staat nu midden in een woonwijk, heel anders dan toen het in 1858 begon als kaarsenfabriek."

Het tweede project waar ik heel blij van word, is de vervanging van een deel van de oude muur om ons bedrijventerrein. Het was een karakteristieke stenen muur  die op omvallen stond. In plaats van alleen een nieuwe grijze keerwand te plaatsen, hebben we in overleg met de  buurtbewoners een muurschildering laten maken. Het is een soort bos, met lichtjes, kabouters en natuurlijk de gele bloemetjes waar wij de raapzaad van gebruiken. En ook heel bijzonder is het dat de huisdieren van sommige omwonenden opgenomen zijn in de schildering. Ik ben er echt trots op dat we dat samen met de collega’s en de buurtbewoners voor elkaar gekregen hebben. Juist het feit dat we hier nog steeds in een woonwijk zitten, heeft alles te maken met de manier waarop wij met de omwonenden communiceren en samen optrekken.

Als je iets zou mogen veranderen aan je baan, wat zou dat zijn?

Ik werk vier-en-halve dag bij Cargill en verdeel mijn tijd tussen externe communicatie en quality assurance-taken. Als ik meer tijd had, zou ik graag vaker in onze archieven willen duiken. Een keer per kwartaal vergadert het Historisch Platform Gouda bij ons op het terrein. Ik zit daar namens Cargill bij en als ik dan die verhalen hoor over vroeger… Er is zoveel geschiedenis, een deel daarvan heb ik uitgezocht voor de expositie, maar er zijn nog zoveel meer verhalen. Kijkend naar mijn eigen vakgebied interesseert de interne communicatie me ook heel erg en ik zou misschien nog wel wat meer theoretische handvatten willen hebben. Ik doe nu veel op mijn onderbuikgevoel.

Wat zou je nóg liever doen dan wat je nu doet?

Ik werk graag met mensen. Coaching is misschien niet het goede woord, maar als ik nu weer zestien zou zijn met de kennis van nu, dan zou ik het die richting zoeken. Wat hebben mensen nodig om hun werk te kunnen doen? Hoe kan ik ze nog motiveren? Maar ook zo nu en dan streng zijn en mensen een schop onder hun kont geven. Hup, maak er wat van! En diep in mijn hart zou ik ook nog steeds bij de politie willen werken.


Wie is Karen naast haar werk?

In mijn vrije tijd ben ik graag buiten: fietsen, tuinieren en wandelen. Dat laatste doe ik trouwens altijd alleen, om mijn hoofd leeg te maken. Ik kijk graag naar krimi’s op tv – toch weer die politie – en ik lees graag, niet alleen thrillers hoor. Daarnaast ga ik graag uit eten. En voor klussen in huis draai ik mijn hand ook niet om. Ik hou van veranderingen. Het is vaak genoeg voorgekomen dat mijn man thuis kwam en dat de hele huiskamer op zijn kop stond.