Chemieclusters


'Steden' boven én onder de grond

Nederland heeft een gunstig vestigingsklimaat voor de chemische industrie omdat er de juiste randvoorwaarden aanwezig zijn. Zo zijn belangrijke grondstoffen beschikbaar of kunnen deze worden aangevoerd via de haven van Rotterdam of via pijpleidingen. Daarnaast zijn er directe lijnen tussen de belangrijkste chemiecentra in Nederland en die van België, Duitsland en Noord-Frankrijk.

Ons land huisvest, mede vanwege die gunstige geografische ligging, vijf unieke chemieclusters die samen de ruggengraat van de Nederlandse chemische industrie vormen. Voor de productie, het vervoer en het gebruik van bijvoorbeeld grondstoffen en energie zijn deze clusters onderling nauw met elkaar verbonden en wordt er intensief samengewerkt. 

 

Rotterdam-Moerdijk

Chemelot

Noord-Nederland

Zeeland/West-Brabant

Noordzeekanaalgebied

 

Chemiebedrijven die niet bij een van deze vijf clusters horen en geografisch verspreid over land gevestigd zijn, zijn opgenomen in een zesde (virtuele) cluster (door de overheid gerubriceerd als Overige). 

Van oudsher vormen chemieclusters de ruggengraat van de Nederlandse chemische industrie. Maar hoe sterk de clusters ook zijn, stilstand is nooit een optie. Gelukkig is het een drukte van belang, onder meer via de zogeheten clusterversterking. Dit beleid van de Nederlandse overheid is bedoeld om de clusters waar nodig en mogelijk te helpen. Bovendien zijn ook de chemiebedrijven zelf continu bezig om zichzelf opnieuw uit te vinden en zo de mondiale strijd te voeren. 

 

Publiek-private samenwerkingsverbanden binnen het mbo en hbo
In nauwe samenwerking met Chemielink opereren in Nederland ook een flink aantal, chemisch georiënteerde, publiek private samenwerkingsverbanden op mbo-/hbo-niveau. Het gaat dan om de zogenaamde CIVs (mbo Centra van Innovatief Vakmanschap), COEs (hbo Centres of Expertise) en RIFs (mbo projecten uit het Regionale Investerings Fonds). In totaal gaat het om circa15 mbo-/hbo-centra met een chemische inslag.